Toxic mix and mess: Babylon AI app, NHS, political interference and conflict of interest

toxicSteeds meer zaken rond het zogenaamde “disruptieve” gebruik van de app Babylon roepen vragen op. Deze chatbot-app is als triage-instrument in gebruik bij de GP at Hand praktijken in Londen. Vragen over de betrouwbaarheid van de met artificial intelligence(AI) tot stand gekomen diagnose. Vragen over de ontluisterende financiële chaos die rondom GP at Hand in Greater London  ontstaan zijn. Vragen over politieke bemoeienis bij de start van het gebruik en vragen over de zeer discutabele belangenverstrengeling van de spin-doctor van de Conservatieven Partij, Dominic Cummings. Over GP at Hand en de Babylon-app publiceerde ik de afgelopen 2 jaar meerdere keren. 20-11-2017, 24-01-2018, 07-05-2019 en 25-09-2019. De laatste paar dagen nam het aantal publicaties over de Babylon-app op Twitter grote proporties aan. Eén ding daarbij is heel duidelijk. Het gaat niet zozeer meer over gezondheidszaken, maar vooral over financieel gewin en financiële belangen.  

Vragen over betrouwbaarheid

Twee jaar terug waren er al vragen over het al dan niet correct zijn van een waarschijnlijkheidsdiagnose die uit de Babylon- app rolt na invoeren van klachten. Dezer dagen circuleert in de pers in het Verenigd Koninkrijk(VK) het bericht dat bij klachten van pijn op de borst Babylon bij mannen en vrouwen totaal andere antwoorden geeft.  Bij een man is het een hartaanval volgens Babylon de meest waarschijnlijke diagnose. Bij een vrouw geeft Babylon aan dat het waarschijnlijk om een paniekaanval gaat.  Toch wel wezenlijke verschillen. De presentatie van een hartaanval kan bij een vrouw anders zijn dan bij een man maar bij pijn op de borst moet ook bij een vrouw wel degelijk aan een hartaanval gedacht worden.

Vragen over de financiën

Door het tot stand komen van de GP at Hand praktijken in Londen met gebruik van de Babylon-triage en diagnose-app is het hele financiële landschap in de NHS-organisaties in Greater London enorm onder druk komen staan. Ik schreef daar op 25 september 2019 over. De proporties van die financiële ontregeling zijn zeer groot binnen een NHS die al chronisch geld tekort komt.

Vragen over politieke bemoeienis

Vanaf het begin van het GP at Hand-initiatief met de Babylon-app is er sprake van openlijke politieke steun van de minister van volksgezondheid Matt Hancock. Hij is een groot voorstander van het gebruik van digitale technieken in de zorg. Hij pushte dit initiatief met gebruik van de Babylon-app actief.  Hij beloofde zelfs de regels te veranderen om GP at Hand met Babylon-app een kans te geven. Zozeer dat de Labour-partij eind 2018 een onderzoek eiste. Men beschuldigde hem de ministeriële gedragscode geschonden te hebben door een private gezondheidszorg-onderneming te promoten in een gesponsord kranten-supplement. Bovendien is Hancock thans bezig een fonds voor gebruik van Artificial Intelligence in de zorg ter grootte van 250 miljoen pond Sterling in te richten. De grootste kanshebber voor een grote bijdrage uit dit fonds is, u kunt het al raden, Babylon Health, de maker van de Babylon-app.

Vragen over belangenverstrengeling

Dominic Cummings, de spin-doctor van de Conservatieve Partij en belangrijkste vertrouwenspersoon van premier Boris Johnson, blijkt betaald adviseur  en senior personeelsrecruiter te zijn geweest voor Babylon Health, de ontwikkelaar van de Babylon-app te zijn geweest. Hij adviseerde Babylon Health precies in de maanden voor Matt Hancock openlijk GP at Hand met Babylon openlijk steunde. Een onderzoek van de krant The Guardian bracht zijn adviseurschap aan het licht. Daarna stopte hij in oktober 2018 met het advieswerk. Die maand riep hij bij een bezoek aan Babylon Health tegen de staf ervan nog dat hij wilde dat de NHS de expansie van Babylon zou moeten ondersteunen. Hij lijkt ook op de achtergrond betrokken bij het eerder genoemde AI-stimuleringsfonds. De schaduw-minister van volksgezondheid Jonathan Ashword vindt dat er een vreemde lucht zit aan de relaties tussen Dominic Cummings tussen Downingstreet 10, het ministerie van volksgezondheid en de AI-firma Babylon Health

Geld, veel geld

De zaken rond Babylon gaan om geld, heel veel geld. Recent bleek dat in een investeringsronde Babylon Health een bedrag van 550 miljoen dollar ophaalde bij diverse financiers. Naar eigen zeggen zou men het verse kapitaal in gaan zetten om uit te breiden in de Verenigde Staten en Azië. Het heeft dus maar ten dele iets te maken met zorg ,maar meer met een nieuwe vorm van het grootschalig uit nutten van patiëntendata.

Zoals wijlen mijn moeder, die het woord seks nooit in de mond wilde nemen altijd placht te zeggen: “Het gaat in het leven uitsluitend om de fluit en de duit”.  Daarmee doelend op: seks en geld.

W.J. Jongejan, 18 oktober 2019

Afbeelding van Clker-Free-Vector-Images via Pixabay




Zilveren Kruis verplicht ROM-men in contract GGZ. En de toestemming van de patiënt dan?

zilveren kruisGisteren zag ik het nieuwe contract dat zorgverzekeraar Zilveren Kruis(ZK) aan zorgaanbieders aanbiedt in de geneeskundige GGZ. Daarin staat een verplichting tot verzamelen van Routine-Outcome Monitoring(ROM)-gegevens. Zeer recent heeft Akwa GGZ, de rechtsopvolger van de Stichting Benchmark GGZ(SBG), de in de periode 2012-2018 verzamelde ROM-data vernietigd. Akwa GGZ deed dat op basis van een uitspraak van de Autoriteit Persoonsgegevens. ZK wil zorgverleners verplichten tot ROM-men en ze door laten sturen naar Akwa GGZ. Het argument is nu: gegevens opsturen om te ver-/be-werken voor wat nu heet “transparantie van de kwaliteit van zorg. Eerder was, ook op de website van Akwa GGZ ditzelfde omschreven als  “ten behoeve van benchmarking en zorginkoop”. Het is onmiskenbaar  dat ondanks de andere terminologie Akwa GGZ ( en andere belanghebbenden) koste wat kost toch door willen gaan met verwerking van ROM-data voor dat doel. Problematisch bij dit alles is de toestemmingsverlening door de patiënt.

Contract ZK

Hoe staat het nu verwoord in het door ZK aangeboden contract:

Artikel 13. Gegevens ten behoeve van transparantie van de kwaliteit van zorg

  1. De zorgaanbieder verzamelt ROM-gegevens. Voor ROM dienen ten minste voor- en nametingen te worden verzameld. Indien wettelijk toegestaan en met toestemming van de cliënt worden deze aangeleverd bij Akwa GGZ.

Autoriteit Persoonsgegevens

De tweede zin van het hierboven genoemde artikel 13 lid 1 dient in de volgende context gelezen te worden. ZK lijkt zich met deze formulering zich er terdege van bewust te zijn dat de discussie over de rechtmatigheid van het ver-/bewerken van ROM-data door eerst SBG en nu het voornemen ervan door Akwa GGZ nog steeds niet voorbij is. Het bijzonder trage handelen van de Autoriteit Persoonsgegevens(AP) in deze kwestie is de oorzaak. Al meer dan twee jaar schuift de AP een uitspraak over de rechtmatigheid van de verwerking van die ROM-data voor zich uit.  Voornaamste probleem is dat voor het verzamelen en ver-/be-werken van ROM-data in gepseudonimiseerde vorm toestemming van de patiënt vereist is. Toen de discussie daarover begon probeerden belanghebbenden als werkgeversorganisatie GGZ Nederland nog het juridische wangedrocht van de “veronderstelde toestemming” als middel. Maar dat zette geen zoden meer aan de dijk. ZK ziet wel in dat toestemming nodig is.

Toestemming voor invullen ROM-formulieren

ZK verplicht de zorgverlener tot ROM-men, maar gaat daarbij volkomen voorbij aan het feit dat een patiënt ook het recht heeft  het invullen van een ROM-vragenlijst te weigeren. Het is immers geen therapie, maar slechts een middel om het therapieverloop tussen de individuele patiënt en diens therapeut te monitoren. De therapie mag dan ook niet afhankelijk worden gesteld van het al dan niet ingevuld hebben van ROM-vragenlijsten. Pogingen daartoe zijn er wel geweest in het verleden, alsmede pogingen om met dwaas soort boete dwang uit te oefenen.

Kwaliteit van zorg?

Op deze plaats wil ik nog maar eens te sprake brengen dat al in 2012 acht hoogleraren psychiatrie duidelijk kenbaar maakten dat geaggregeerde ver-/be-werking van ROM niet geschikt is om de kwaliteit van zorg vast te stellen. Ze vonden het een dure en onwetenschappelijke bureaucratische maatregel in de gestaag uitdijende management-registratie-controlecyclus van de GGZ. Zelfs Akwa GGZ stelt  op haar website dat ze nog moeten kijken of ze met de ROM-doorontwikkeling kunnen komen tot een valide en bruikbaar instrument om in te zetten voor transparantie van kwaliteit. Men verzamelt iets waarvan het nut niet eens zeker is.

Belangen

Wat dit ge-stoethaspel met ROM-data leert is dat er blijkbaar enorme belangen op het spel staan. Belangen van veldpartijen om koste wat kost iets door te zetten wat ontzettend veel zorggeld(zie in link reactie psychiater Oosterhof)  kost. Immers SBG kostte de zorgverzekeraars rond de 25 miljoen euro per jaar aan premiegeld opgebracht door de verzekerden. Ook Akwa GGZ kost veel geld zonder dat het nog iets oplevert. Men is uitgegaan van een kostbaar en niet werkbaar concept, waaromheen beleidsmakers, zorgkoepels en in ROM-gespecialiseerde bedrijfjes allemaal een rol spelen. En is er nog iemand die het snapt?

Het is als een in de vaart gebrachte olietanker, die belanghebbenden ondanks lekken en herhaaldelijke motoruitval toch door willen  laten varen. Een prestigeproject dus, waarbij falen in hun ogen gezichtsverlies betekent.

W.J. Jongejan, 16 oktober 2019

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

 




Treant-groep technisch failliet, maar mag niet omvallen. Van wie niet?

faillietAls een bedrijf een grote reorganisatie niet kan betalen vanuit het eigen vermogen(reserves) en alleen verder kan met financiële hulp van een grote geldschieter is er sprake van technisch failliet zijn. Dat speelt bij de Treant-groep met ziekenhuizen in Emmen, Hoogeveen en Stadskanaal. Grote koppen stonden de afgelopen week in kranten. “Vijfhonderd ontslagen bij Treant-ziekenhuizen en spoedhulp Stadskanaal onverwacht eerder dicht” . Na enkele dagen, op 10 oktober 2019, blijkt door personeelsleden een beroep te worden gedaan op de vakbonden om tot een deugdelijke afvloeiingsregeling te komen. Treant kon hen geen zekerheid  geven. Weer een dag later, op 11 oktober, blijken zorgverzekeraars Menzis, VGZ en Zilveren Kruis bereid miljoenen euro’s te verschaffen aan de Treant-groep. Uit het verloop van de gebeurtenissen en uitspraken van de woordvoerster Rompa van Zilveren Kruis is af te leiden dat de Treant-groep eigenlijk gewoon technisch failliet is. Omvallen mag niet. Van wie niet?

Treant-groep

In de berichtgeving in de media komt vooral het beeld naar voren van de Treant-groep als eigenaar van drie ziekenhuizen. Maar het gaat om veel meer. De groep beheert ook 17 centra voor wonen en zorg. Er werken 260 medisch specialisten en 6300 andere medewerkers. De Treant-groep bestaat  uit de Stichting Treant Zorggroep met daaronder twee werkmaatschappijen: de Stichting Treant Ziekenhuiszorg en de Stichting Treant Care. Naar verluidt compenseerden de inkomsten uit de care-tak de laatste jaren nog wel de verliezen aan de cure-kant.

De ziekenhuiscluster is het gevolg van een ingewikkelde fusie van het Scheper-ziekenhuis in Emmen, het Bethesda-ziekenhuis in Hoogeveen en het Refaja-ziekenhuis in Stadskanaal. De fusiegeschiedenis is een ingewikkelde, die bestuurlijk in 2013 werd afgerond. Financieel is het nooit echt goed voor de wind gegaan. Voor de fusie leek bij het Bethesda-ziekenhuis in 2013  een aanstaand  faillissement mogelijk was.

Gevarenzone

De Treant-groep was al enige tijd in gesprek met zorgverzekeraars over de financiële situatie en het leveren van zorg. Het jaarverslag over 2018 lijkt er nog redelijk uit te zien qua vermogensratio en solvabiliteit(blz 61). Echter de plotse last van een grote reorganisatie met afstoting van 500 personeelsleden is blijkbaar toch een niet te dragen last voor de financiële positie.

Technisch failliet

De kosten van een reorganisatie komen voor rekening van een bedrijf. Het af willen van 500 medewerkers zonder duidelijke melding van een sociaal plan en ook geen zekerheid over het eventueel realiseren ervan wijst al op een tekortschietend eigen  vermogen om zulks in goede banen te leiden. Vanwege die onduidelijkheid  schakelden  de betrokken personeelsleden dan ook de vakbonden in die met de directie zou gaan praten. Een dag later  volgt dan ingreep van de genoemde drie grote zorgverzekeraars. Daarbij geeft de woordvoerster Christine Rompa van Zilveren Kruis onomwonden aan dat als ziekenhuizen de kosten van een sociaal plan niet kunnen betalen de zorgverzekeraars dat doen. De facto is er dan sprake van het technisch failliet zijn. Het klinkt allemaal heel loffelijk dat Zilveren Kruis dit nu doet. Dat heeft ze bij het faillissement van het Slotervaartziekenhuis echter uitdrukkelijk niet gedaan.

Transitiegelden

Opeens blijken miljoenen uit de pot “transitiegelden” van meerdere zorgverzekeraars beschikbaar te zijn. Aangezien zorgverzekeraar CZ nadrukkelijk niet in de pers vermeld staat zal Zorgverzekeraars Nederland als overkoepelende organisatie geen druk op alle zorgverzekeraars uitgeoefend hebben.

Om niet nog meer problemen te veroorzaken moeten functies die in de Treant-groep afgestoten worden door het Wilhelmina ziekenhuis in Assen en het Ommelander  ziekenhuis in Scheemda overgenomen worden. Die krijgen extra ook betaald uit de “transitie-gelden”-pot van de drie zorgverzekeraars. Ik denk dat die pot ook wel de post Onvoorzien zou kunnen zijn op de zorgverzekeraars-begroting

VWS

In het in het Noorden gespeelde spel lijkt het ministerie van VWS de grote afwezige. Toch zie ik in wat nu  gebeurt de hand van VWS.  Officieel zegt het ministerie dat het niet gaat over het open houden  van ziekenhuizen. Edith Schippers, voormalig minister van VWS, zei destijds dat ze een ziekenhuis dat failliet gaat niet gaat redden. Minister Bruins zei in oktober 2018  over het faillissement van het Slotervaart-ziekenhuis nog dat het ministerie geen bank is. En dat bij VWS het niet gaat niet om het bewaken van een stapel stenen, maar om het bewaken van degelijke zorg in Nederland. Hij zei  dat hij het opeens failliet gaan niet nog een keer wilde meemaken. Dat was te zien in april 2019. Toen kwam het Maasziekenhuis Pantein in Beugen  opeens miljoenen te kort  en verschafte VWS een subsidie van 10 miljoen euro. Ziekenhuisbestuurders in den lande zagen dat als moeilijk uitlegbare staatssteun.  In de Tweede Kamer werd de minister willekeur verweten.

Paradigma-shift

Het kan niet anders dan dat bij de Treant-groep VWS op de achtergrond zich met dit dossier bemoeid heeft en op het moment dat de zaken onbeheersbaar in de publiciteit zouden komen sturend is opgetreden. Bijvoorbeeld door een oekaze richting zorgverzekeraars om de portemonnee  te trekken. Met de boodschap om onder het mom van geld uit een “transitie”-pot het omvallen van de ziekenhuiszorg in Noord-Nederland te voorkomen. Wat bij Treant ook speelt is dat bij het omvallen van de ziekenhuis-poot(cure), de care-poot(verzorgings- en verpleeghuizen) ook meegezogen zou kunnen worden.

Het lijkt erop dat binnen het ministerie van VWS een paradigma-shift is opgetreden ten aanzien van het (laten) voortbestaan van ziekenhuizen. Men lijkt door gekregen te hebben dat de ziekenhuiszorg niet aan de markt overgelaten kan worden.

Wim J. Jongejan,  14 oktober 2019

Kiene lezer zullen opmerken dat dit artikel geen affiniteit heeft met zorg-ICT. Niettemin vind ik het belangrijk genoeg om over dit onderwerp te schrijven.

Afbeelding van Darko Djurin via Pixabay

 




Roze olifant in AO VWS: toekomst zorgdata-uitwisseling zonder gespecificeerde toestemming

roze olifantOp woensdag 9 oktober 2019 was het Algemeen Overleg(AO) van minister Bruins met de vaste Tweede Kamercommissie voor VWS. (Hier trouwens) alsnog te volgen. Het ging om de elektronische gegevensuitwisseling in de zorg en de gegevensbescherming. De reuzegrote roze olifant die tijdens het debat aanwezig was, betrof de toekomst van de uitwisseling van zorg-data zonder gespecificeerde toestemming. De Kamerleden bevroegen de minister indringend, maar niet op dat punt. Zij namen genoegen met de toezegging dat de minister in 2020 met een nieuw plan komt. Minister Bruins kondigde aan lid 2 van artikel 15 a in de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens niet te doen ingaan. In dat lid zou die wet het gebruik van de gespecificeerde toestemming regelen. Hij doet het niet  omdat hij het verwaterde model van gespecificeerde toestemming met 28 keuzemogelijkheden i.p.v. 160 bij nader inzicht toch niet geschikt vond voor invoering.

Opvraagbare zorgdata

Veel en indringend sprak men tijdens het AO over de noodzaak van een gemakkelijk elektronische overdracht van zorgdata. De Kamerleden spraken echter niet of nauwelijks over de basis waarop dit mogelijk is: de toestemming(opt-in) van de patiënt. Men moet bedenken  dat bij gebruik van het Landelijk SchakelPunt(LSP) de voor toekomstig gebruik opvraagbaar gemaakte zorgdata alleen in te zien zijn als de betrokken patiënt toestemming heeft gegeven en er een behandelrelatie is. Een generieke toestemming ging velen veel te ver. Daarom bedacht Edith Schippers, voormalig minister van VWS, de gespecificeerde toestemming. De patiënt kon groepen van zorgverleners uitsluiten van inzage. De minister komt mede op basis van de conclusie van het Adviescommissie Toetsing Regeldruk(ATR) tot de conclusie dat de gekozen oplossing onwerkbaar is.  Hij zegde in het AO toe in 2020 met een alternatief te komen dat recht deed aan de conclusies van de ATR.

Vertrouwen versus toestemming

Die concludeert om in de wet te opteren voor een stelsel waarin voor gegevensuitwisseling ten behoeve van goede zorg wordt uitgegaan van vertrouwen in de (zorg)instelling / professional en waarbij de uitoefening van de regierol via het inzagerecht loopt. In de conclusie van de ATR komt het woord toestemming nergens voor. De ATR lijkt een systeem voor te staan waarin de patiënt vertrouwt dat de zorgcommunicatie met de beste bedoelingen gebeurt met inzagerecht(=lees logging) achteraf.

Strijdig met AP

Wat de ATR in haar conclusie stelt is volkomen strijdig met het standpunt van de Autoriteit Persoonsgegevens(AP). De rechtsvoorganger van de AP was het College Bescherming Persoonsgegevens(CBP). Bij de private doorstart van het LSP was het CBP zeer duidelijk over het bevragen van bij een zorgverlener opvraagbaar gemaakte zorgdata. Dat mocht alleen als er sprake is van een duidelijke toestemming van de patiënt: de opt-in-toestemming. Het CBP droeg VZVZ, als beheerder  van het LSP, op de database van Nederlanders die onder de publieke periode van het LSP gevuld was met Nederlanders middels een opt-out-regeling te vernietigen bij de publieke start.(zie pg 6 en 7 in dit jaarverslag over 2012 van het CBP).  VZVZ deed dat contrecoeur bij de aanvang van de publieke doorstart van het LSP.

Niet voorstelbaar 

Het is niet goed voorstelbaar dat de AP plotseling vanwege de gebleken niet te implementeren gespecificeerde toestemming van koers zal veranderen en de noodzakelijkheid van een toestemming van de burger zal inslikken. Immers als we de gedachte van de ATR volgen, is er dan helemaal geen sprake meer van een opt-in- of opt-out-toestemmingsprincipe. In hun vertrouwensmodel zou iedereen in het systeem zitten met slechts controle achteraf.

Laten liggen

De Kamerleden hebben genoegen genomen met de toezegging van de minister dat hij in 2020 met een nieuw voorstel zal komen rond de opvraagbaarheid  van medische data voor toekomstig gebruik. De zeer principiële discussie die daarbij gevoerd diende te worden is men uit de weg gegaan. Waarschijnlijk met de gedachte: dat zien we dan wel weer. Dat laat onverlet dat men als Kamerlid kritisch moet blijven als de minister een advies zegt te gaan volgen dat strijdig is met bepalingen en uitspraken van een toezichthouder. Voor mij was het de reuzegrote roze olifant in de Kamer die er wel was maar die niemand echt benoemde.

W.J. Jongejan,  12 oktober 2019

Het debat heb ik tijdens de uitzending van een live-blog voorzien. Op Twitter zoeken met AO en @ZorgICTZorgen levert zo’n 67 tweets op.

Afbeelding van Clker-Free-Vector-Images  via Pixabay




Minister Bruins in mijnenveld verdaagd door standstill rond gespecificeerde toestemming

mijnenveldVanmiddag om 14.00u vindt een Algemeen Overleg(AO) van de vaste Tweede Kamercommissie voor VWS plaats. Het onderwerp is de elektronische gegevensuitwisseling in de zorg en gegevensbescherming. Het lijkt een gewoon overleg maar rond dit overleg is een gigantisch krachtenspel gaande met aan de ene kant de minister en aan de andere kant de verzamelde zorgverzekeraars en belanghebbenden bij het Landelijk SchakelPunt(LSP). Kernpunt in de opstelling van de minister is dat hij pas op de plaats wil maken bij het realiseren van een Online-ToestemmingsVoorziening(OTV) voor opvraagbaar gemaakte zorgdata.  De aanvankelijke 160 keuzemogelijkheden ging iedereen in de zorg te ver. Na reductie van het aantal keuzemogelijkheden tot 28 ontstond een zeer verwaterde invulling van het begrip “gespecificeerde toestemming”. Daar wil de minister ook niet aan. Hij wil pas op de plaats maken en ook de bij de gespecificeerde toestemming horende wetsregel niet in 2020 doen ingaan. Voorstanders willen echter koste wat kost de marscolonne door laten marcheren.

Wangedrocht

De gespecificeerde toestemming is een wangedrocht dat bedacht is door Edith Schippers als minister van VWS. Ze deed dat in november 2013 in de memorie van toelichting bij het wetsontwerp 33509.   Bij informatie-uitwisseling in de zorg stuur je het liefst specifieke informatie over een specifiek probleem naar een gekende derde. Bij het opvraagbaar maken van zorgdata bij een zorgverlener zou dat principe ook maatgevend moeten zijn. Met de gespecificeerde toestemming kan de burger echter  geen zorgverleners specificeren per persoon, maar alleen (beroeps)groepen van zorgverleners aangeven of uitsluiten voor zorgdata-uitwisseling. De allerlaatste versie met 28 keuzemogelijkheden staat zeer ver af die mogelijkheid. Zie hier de demo ervan. Je ziet dat het dan alleen maar gaat om een grove indeling van communicatie van huisarts naar medisch-specialistische zorg en v.v.

Wetsartikel niet geactiveerd

Minister Bruins ziet dat blijkbaar ook en besluit nu in de brief aan de Kamerleden bij het AO om de voorgestelde versie met 28 keuzemogelijkheden vooralsnog niet te doen ingaan. Ook het wetsartikel dat over de gespecificeerde toestemming gaat activeert hij niet. Hij geeft aan dat de inwerkingtreding van het artikel daarover, artikel 15a, lid 2 van de Wabvpz op 1 juli 2020 niet haalbaar is.

Krachtenspel

Rond het AO wordt ook meteen duidelijk welke krachtenspel er speelt en welke belangen op het spel staan. Het gaat niet meer zuiver om goede elektronische zorgcommunicatie sec, maar om het in de voortzetten en uitbouwen van het LSP. Zorgverzekeraars Nederland meldt zich op 7 oktober met een bericht op de website en een rechtstreekse brief aan de commissie. Onderwerp lijkt op het oog alleen het propageren van open communicatiestandaarden te zijn. De onderliggende boodschap is echter : “Accepteer na al onze investeringen nu maar wat het LSP geworden is en verplicht het nu maar eens.” Aan het opzetten van een Online ToestemmingsVoorziening(OTV) wordt al vanaf eind 2018 luidruchtig gewerkt.  VZVZ als beheerder van het LSP, volledig betaald als ze wordt door ZN, houdt zich ook al een tijdje bezig met het OTV.

Privaatrechtelijk

Men lijkt bij het opzetten van een OTV voor het gemak te vergeten dat het daarbij zal gaan om een privaatrechtelijk systeem zonder een wettelijke basis. Alleen al om er gegevens in te mogen verwerken is toestemming nodig.

Vreemde rol ATV

In de brief aan de Kamerleden memoreert minister Bruins meermalen de conclusie van de Adviescommisie Toetsing Regeldruk(ATR) over dit onderwerp en komt er op het einde van de brief op terug. De ATR zegt dat er geen werkbare elektronische oplossing mogelijk is voor de implementatie van de gespecificeerde toestemming. Haar conclusie is:

  1. de gespecificeerde toestemming te heroverwegen en de wet (de Wabvpz) op dit punt zo aan te passen dat risico’s voor de kwaliteit van de zorg en ongewenste regeldruk worden voorkomen;
  2. vanwege de spanning tussen beide belangen een duidelijke keuze te maken tussen het belang van goede zorg en die van de regie van de cliënt/patiënt over de gegevensuitwisseling;
  3. in de wet te opteren voor een stelsel waarin voor gegevensuitwisseling ten behoeve van goede zorg wordt uitgegaan van vertrouwen in de (zorg)instelling/professional en waarbij de uitoefening van de regierol via het inzagerecht loopt.

 Tweeërlei uitleg mogelijk

Deze opvatting van de ATR laat enerzijds een uitleg toe waarin men suggereert dat men gegevensuitwisseling op enige manier verplicht wil stellen voor zorgverleners en patiënten. Daarbij zou dan de patiënt erop moet vertrouwen dat de zorgcommunicatie met goede bedoelingen en goede inzet van middelen plaats vindt. Achteraf zou dan controle mogelijk moeten zijn door het inzagerecht van de patiënt. Bevraging van logging etc. dus. Als deze interpretatie juist is gaat de ATR haar boekje volledig te buiten omdat ze onder de vlag van beperking van regeldruk een zeer forse inperking voorstaat van de rechten van de burger om ongelimiteerde inzage van zorgdata te voorkomen. Eigenlijk vraagt de ATR hier dan postuum opnieuw om een wet zoals de wet-L-EPD, die in 2011 unaniem door de Eerste Kamer is afgewezen. 

Anderzijds

Aan de andere kant kan de ATR-conclusie uitgelegd kunnen worden als een voorzichtige poging om een aanzet te geven tot de totstandkoming van een ander type zorgdata-uitwisselsysteem. Namelijk een decentraal uitwisselmodel en niet een centraal systeem als bij het LSP. Bij een decentraal model zoals in de Whitebox vindt  rechtstreeks vanuit de zorgverlener een push-autorisatie plaats richting de andere behandelpartij waarmee die dan met een pull-actie zorgdata kan inzien. Daar is geen ingewikkelde online toestemmingsvoorziening voor nodig. Het ingewikkelde is dat hoewel VWS altijd zegt dat alle uitwisselsystemen haar even lief zijn, decentrale alternatieven voor het LSP nooit een faire kans hebben gekregen. Met name omdat geld van de zorgverzekeraars alleen naar VZVZ en het LSP ging, en VWS (lange tijd) niets deed.

Mijnenveld

Als er geen duidelijkheid komt over hoe VWS nu verder wil, bestaat het nu al zichtbare gevaar dat de marscolonne van LSP-adepten voort dendert met geld van Zorgverzekeraars Nederland terwijl de weifelende generaal op een heuveltje midden in een mijnenveld toekijkt. Waardoor hij straks kan zeggen: “I was taken by force”. Bruins roept wel krachtig de regie te nemen, maar creëert nu onduidelijkheid door met een standstill te komen zonder overduidelijke alternatieven

Overigens is militair gezien de beste manier om uit een mijnenveld te geraken dat je op je schreden terugkeert en een andere weg zoekt.

W.J. Jongejan, 9 oktober 2019

Afbeelding van Dimitris Vetsikas via Pixabay   

09-10-2019: enkele minimale tekstaanpassingen




Minister Bruins ziet niets in wettelijk geborgd patiëntgeheim

ministerIn oktober 2017 betoogde ik al op deze plaats dat een wettelijk geborgd patiëntgeheim er nooit zal komen. In een Kamerbrief van 1 oktober 2019 laat VWS-minister Bruins voor medische zorg nu  weten dat hij daar niets in ziet. Hij beschouwt de medische gegevens die straks in Persoonlijke GezondheidOmgevingen(PGO’s) terechtkomen voldoende beschermd zijn door  de Algemene Verordening Gegevensverwerking(AVG) en de MedMij-protocollen.  Dat is niet iets wat notoire voorstanders van het patiëntgeheim, zoals de Patiëntenfederatie Nederland en zorgjurist Theo Hooghiemstra verwacht hebben van het ministerie. Wat de minister aanduidt als bescherming is een boterzacht. Die is op vele manieren te omzeilen verdedigingslinie van patiëntgegevens. Je kon ook niet anders verwachten van een overheid die zelf belanghebbende is bij het verwerven van patiëntgegevens bijv. bij het verstrekken van voorzieningen.

Onzinnig position-paper

Half januari 2019 kwam de Patiëntfederatie Nederland met een position-paper voor VWS met als titel: “Het patiëntgeheim”. Daarin kwam men met het onzinnige voorstel om de werking van het medisch beroepsgeheim  van de arts t.a.v. de patiënt op te rekken. De federatie wilde het voorbij de PGO’s, voorbij de leveranciers van PGO’s tot aan andere beheerders van gezondheidsgegevens oprekken. Zie hiervoor pagina 7, alinea Wetgeving, vierde bullet-point vier. Daarmee doelende op bedrijven zoals Philips, Google, Apple, Amazon etc.  Minister Bruins komt bij zijn beantwoording in de Kamerbrief van 1 oktober 2019 ook nog met een aparte evaluatie van de position-paper van de Patiëntenfederatie.

Reikwijdte beroepsgeheim

Het medisch beroepsgeheim betreft datgene wat tussen arts en patiënt uitgewisseld wordt en door de zorgverlener geheim gehouden dient te worden. Een afgeleid medisch beroepsgeheim hebben zorgverleners die bij het zorgproces betrokken zijn, zoals assistentes, maar ook technisch en ander hulppersoneel. Daaronder vallen ook ICT-medewerkers die de zorginformatiesystemen onderhouden.  De zorgverlener is in het medisch beroepsgeheim onlosmakelijk verbonden met dat begrip. Du moment dat zorgdata in een PGO zijn opgenomen speelt het medisch beroepsgeheim niet meer. Het is dan ook een vreemde exercitie om het op te willen rekken tot de proporties die de Patiëntenfederatie Nederland voorstaat.

Minister weet dat ook wel

Bruins blijkt dat ook wel door te hebben. Hoewel hij het op pagina 2 van de Kamerbrief nog wel de vraag over oprekking van het medische beroepsgeheim door de Patiëntenfederatie memoreert, heeft hij het er verder nauwelijks over. Op pagina 3 van de brief heeft hij het nog slechts over het onder voorwaarden hebben van een afgeleid verschoningsrecht door PGO-leveranciers. Daarbij doelt hij erop dat de houder van een afgeleid verschoningsrecht niet eigenstandig kan beoordelen of het medisch beroepsgeheim doorbroken mag worden. Deze beoordelingsbevoegdheid komt als uitgangspunt slechts de ’primaire’ houder van het beroepsgeheim toe, dus aan de zorgverlener.

Braaf voorzetje  

Meerdere keren, onder andere op 6 augustus 2018 maakte ik duidelijk hoezeer de Patiëntenfederatie aan het financiële infuus van VWS ligt. Ze stemt haar handelen vaak nauwkeurig af met VWS. Ze laat nauwelijks een onvertogen woord richting haar financier horen. Naast het willen uitbreiden van het werkingsgebied van het medisch beroepsgeheim en het vergeefs pushen van het patiëntgeheim had de federatie het ook uitgebreid over een bewustwordingscampagne. Dat, om de patiënt duidelijk te maken dat het zomaar doorsluizen van zorgdata naar opvragende niet in het eigen belang is. Dit zeer braaf gedane voorstel is dan ook onmiddellijk omarmd door minister Bruins. Die maakt er veel werk om dat te propageren in zijn brief aan de Kamer.

Ondoordacht of opzet

Wat we zien met de PGO’s is dat er iets bedacht is, waarvan de privacy-consequenties nooit goed zijn overdacht. Men hoopte aan patiëntenzijde dat voor 1 juli 2020, de beoogde start van de PGO’s, het één en ander geregeld zou zijn. Niets is minder waar. Patiëntengegevens zijn straks met medeweten van en met medewerking van de overheid een makkelijke prooi voor grote bedrijven die aan data-mining doen. Een overheid die alles faciliteerde en het bedrijfsleven de data gunt

W.J. Jongejan, 3 oktober 2019

Afbeelding van chongodog via Pixabay




Geloofwaardigheid VVAA-bestuursvoorzitter Cerfontaine tegenover leden ernstig in het geding

geloofwaardigheidOp 23 september 2019 verscheen op de website Ontregel de Zorg van het ministerie van VWS het bericht dat Gerlach Cerfontaine tot speciaal adviseur regeldruk voor de medisch specialistische zorg benoemd was.  Aangesteld door VWS, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen(NVZ) en de Nederlandse Federatie van Universitair medische Centra(NFU). Het aparte is dat hij bestuursvoorzitter is van de Vereniging van Artsen Automobilisten(VVAA). Dat is een vereniging met uitsluitend zorgverleners als leden. Die representeert hij. Terzelfder tijd gaat aan de slag bij de budgetbepaler(VWS) en werkgevers(VNZ en NFU) die budgethouder zijn. Het lijkt heel loffelijk dat hij meehelpt de administratieve regeldruk te beperken. Hij gijzelt echter daarmee wel in hoge mate de eigen vereniging die de beweging Ontregel de zorg op gang heeft helpen brengen. Als hoogleraar Corporate Governance zou hij moeten weten dat hij niet tegelijk de belangen kan dienen van hen die sterk  last hebben van de regeldruk en hen die dat mede bepalen.   

VVAA

Menigeen kent de VVAA als bedrijf dat zorgverleners op veel terreinen verzekeringen levert en hen bedrijfsmatig ondersteunt. Het bedrijft opereert onder de vereniging VVAA die enig aandeelhouder is van het bedrijf VVAA. Gerlach Cerfontaine is bestuursvoorzitter van de vereniging VVAA. Deze vereniging kent statutair alleen zorgverleners als leden, geen zorginstellingen. Zie art. 3 en 5 van die statuten.

Doel

Het doel van de vereniging is volgens artikel 3 van de statuten het behartigen van de materiële en immateriële belangen van de leden. Terwijl de klassieke zorgkoepels zoals de LHV en KNMG de laatste 10 a 15 jaren steeds meer de oren lieten hangen richting overheid, heeft de vereniging VVAA het behartigen van de belangen van de zorgverleners de laatste paar jaren serieuzer genomen. De vereniging VVAA roert zich dan ook in het maatschappelijk debat rondom vraagstukken in de zorg. Dat gaat dan om de rol van zorgverzekeraars, het medisch beroepsgeheim, de vrije artsenkeuze(art.13 Zvw) EN de regeldruk.

HRMO

Als lid van de VVAA en sympathisant van de beweging Het Roer Moet Om(HRMO) van bezorgde huisarts volg ik de acties om onnodige regeldruk te beperken op de voet. HRMO begon in maart 2015 met een manifest. Het momentum dat erna  ontstond door die beweging is opgepakt door de VVAA. Die organiseerde onder het motto “(Ont)Regel de Zorg” een groot aantal schrapsessies. VWS nam door een besluit in het regeringsakkoord in 2018 een flink aantal schrappunten over in een actieplan met de naam “(Ont)Regel de Zorg”. Daarmee trok het ministerie van VWS het initiatief van leden van de VVAA naar zich toe.

Gijzeling

Zeer problematisch is het als de bestuursvoorzitter van de VVAA functies aanneemt die VWS in het kader van “Ontregel de Zorg” organiseert. Immers door aan dergelijke activiteiten deel te nemen kan hij zich niet meer vrij scharen achter initiatieven en activiteiten van leden van de vereniging VVAA, waar hij bestuursvoorzitter van is. Hij krijgt te maken met opdrachten en standpunten van werkgevers, annex budgethouders en VWS als budgetbepaler. Hij gijzelt daarmee de eigen vereniging en dus haar leden. Het met het ministerie mee gaan werken begon met de deelname van Cerfontaine aan de regiegroep (Ont)Regel de Zorg op 27 november 2018. Het ministerie kondigde hem aan als één van de zestien prominente zorgbestuurders en maakte hem voorzitter ervan. Apart is dat de bestuursvoorzitter erin als zorgbestuurder vermeld staat. Dat is hij namelijk niet. Van die regiegroep hoorden we  weinig meer. Om dan op 23 september 2019 te lezen dat hij namens VWS, VNZ en NFU aangesteld is als speciaal adviseur regeldruk voor de medisch specialistische zorg.

Onbetaald/Betaald

Nergens staat vermeld of de bezigheid of de activiteit van regiegroep deelnemer en van speciaal adviseur regeldruk al dan niet betaalde functies zijn. Ik zou er een goede fles wijn om durven te verwedden dat het betaalde functies zijn. Dat zou ook passen binnen de beeldvorming over Cerfontaine in de loop der jaren is ontstaan. Financiële zaken hebben bij Cerfontaine een speciale connotatie. Zie daarvoor De grote Cerfontaine-show uit 2004. Voor het muilkorven van de eigen leden door zich te binden aan budgetbepaler en budgethouders maakt het niet uit of het onbetaald of betaald werk is. Het blijft zeer problematisch. Wat bijzonder kwalijk is dat als het betaalde functies zijn Gerlach Cerfontaine voor zichzelf een verdienmodel gecreëerd heeft via de vereniging VVAA, terwijl het de zeggenschap van de leden beperkt.

Track record

Cerfontaine heeft een track record wat betreft het beïnvloeden van stakeholders. In de Volkskrant van 19 februari 2009 geeft hij toe niet transparant te zijn geweest als hoogste baas van Schiphol over de geluidshinder ten gevolge van vliegbewegingen vanaf de Polderbaan. Het artikel “Cerfontaine zwakt geluidshinder af” laat zien hij optrad tijdens de besluitvorming over het gebruik van de Polderbaan.

Meteen kritiek

Het problematisch zijn van de genoemde activiteiten werd op Twitter binnen enkele uren na de publicatie over het speciale adviseurschap onder andere opgepikt door Frank Smit, twitterend onder de naam Zorg & ICT nieuws. Die schrijft meteen dat er op zijn minst sprake is van belangenverstrengeling. Hij twittert  dat “Cerfontaine ook voorzitter van verzekeringenboer @VvAA is, die zich profileert als belangenvereniging van zorgverleners.”.

Vol op het orgel

Het is niet geheel toevallig dat de berichtgeving over de nieuwe functie van Cerfontaine als speciaal adviseur regeldruk explodeert na de kennisgeving op de website en het Twitteraccount van het VWS-programma (Ont)regel de zorg. Allerlei websites die kritiekloos VWS-informatie overnemen, zoals SKIPR en Zorgvisie melden de nieuwe bezigheid van Cerfontaine. Opmerkingen als “Jaagt het ontregel-offensief aan” en “Zet de tanden in de regeldruk” vliegen door de lucht zonder dat de schrijvers op enig moment zich afvragen of er geen belangenverstrengeling speelt.

Open brief     

Dit artikel kan het bestuur van de vereniging VVAA zien als een open brief over deze kwestie. In de functies buiten de VVAA die Cerfontaine bij het bestrijden van de regeldruk aangenomen heeft, is er sprake van belangenverstrengeling die zijn geloofwaardigheid binnen de vereniging VVAA ondermijnt en zijn integriteit ter discussie stelt. Onderwerpen rond het beperken van de regeldruk die VWS, NVZ en NFU onwelgevallig zijn kunnen door één enkele persoon zodanig behandeld worden dat dit direct strijdig is met de belangen van de leden van de vereniging VVAA. Ik vraag mij dan ook af of de door mij genoemde activiteiten ook door het hele bestuur van de vereniging VVAA gedragen worden.

Door de politisering van (Ont)regel de Zorg is het initiatief van de onderliggende beweging aan de deelnemers ervan ontnomen.

W.J. Jongejan, 30 september 2019.

Afbeelding van Peggy und Marco Lachmann-Anke via Pixabay




Tegenprestatie Google’s DeepMind voor opgeslokte zorgdata valt nogal tegen

tegenprestatieIn 2016 berichtte ik over het van origine Britse bedrijf DeepMind dat Google in 2014 opslokte.(2016A, 2016B, 2017, 2018). In 2018 incorporeerde Google het bedrijf volledig in haar organisatiestructuur. Google beschikt sinds 2016 op basis van een later door de zorgdata-toezichthouder uiterst controversieel beoordeelde transactie de beschikking over zorgdata van een aantal ziekenhuizen behorende tot zes National Health Service(NHS) Trusts. Als tegenprestatie zou DeepMind(lees: Google) een smartphone-app maken om acute nierschade bij patiënten snel op te sporen, genaamd Streams. Dat laatste valt erg tegen. In de eerste plaats blijkt de app gemaakt te zijn met een beslisstructuur die niet afkomstig is van big-data-analyse en kunstmatige intelligentie. De app maakt gewoon gebruik van een bestaande NHS-beslisboom. In de tweede plaats achten twee van de betrokken Trusts de app niet van meer waarde dan het eigen klinische onderzoek en de ervaring van artsen. Aldus volgens The Register op 19 september 2019.

Contractvernieuwing

Blijkbaar moest het bestaande contract van de NHS-Trusts met Google herzien worden, want naar nu blijkt heeft één van die Trusts, de Yeovil HHS Trust, voortzetting afgewezen. Dat de andere Trusts toch hun contracten continueren verbaast nogal. Na het afsluiten van de initiële contracten in 2016 stak een storm van protest op aangezien patiënten veelal niets in te brengen hadden over het datagebruik. Die hebben nimmer iets te zeggen gehad over het gebruik van de zorgdata over de vijf jaar voor de contractafsluiting. En bij de erna door geleverde data had men alleen een opt-out-mogelijkheid.

Conflict of interest

In het magazine Nature stond op 31 juli 2019 een artikel over het klinische gebruik van de smartphone app Streams die Google had belooft als begin van een tegenprestatie voor de verkregen data. Een publicatie met maar liefst 20 auteurs. Onder het artikel staat dat vier van hen een duidelijke relatie met DeepMind hadden. Drie waren klinische adviseur ervan en van één betaalde DeepMind ten dele het onderzoek. Toch beweren de auteurs onder het artikel met droge ogen dat DeepMind geen invloed had het verzamelen en analyseren van alle data.

Tegenprestatie?

The Register maakt in haar artikel duidelijk dat de Streams-app, die acute nierschade sneller dan voorheen zou moeten signaleren er in de Nature-publicatie niet van grote  waarde bleek. De onderzoekers evalueerden de impact van de app op het herstel van de patiënt om vervolgens geen significante verbetering te vinden in de resultaten per patiënt. Een ander magazine Digital Health weet wel te melden dat er 2000 pond per patiënt bespaard werd bij gebruik van de app.

Schokkend

Ronduit schokkend vond ik het om te lezen dat de Streams-app, door DeepMind aangekondigd als het begin van een digitale revolutie in de zorg op basis van artificiële intelligentie, gewoon blijkt te werken op basis van een langer bestaande NHS-beslisboom. Geen nieuw algoritme dus, maar gebruik van reeds bestaande protocollen. De tegenprestatie staat mede in het licht van wat ik in de andere alinea’s hierboven schreef in geen verhouding tot de waarde die de zorgdata voor Google betekenen. Eigenlijk kan je spreken van het verkwanselen van zorgdata aan een digitale grootmacht zonder een echt relevante tegenprestatie.

Les

Dit alles zal een wake-up-call moeten zijn voor iedereen die zich zorgen maakt over wat er met zijn of haar (zorg)data gebeurt. Gedreven door een blind geloof in wat de digitale grootmachten beloven wat er met zorgdata allemaal kan gebeuren laten zorgbestuurders zich inpakken.

Het moet ook een les voor ons zijn aan de andere kant van de Noordzee.

W.J. Jongejan, 27 september 2019

Afbeelding van Gerd Altmann op Pixabay

 




GP at Hand in Londen gaat steeds meer wringen binnen de NHS

wringenIn de afgelopen twee jaar schreef ik meerdere keren over het GP at Hand initiatief met gebruik van de app Babylon in Londen en Birmingham. Dat was in 2017, 2018 en 2019. Nieuwe berichtgeving uit het Verenigd Koninkrijk laat zien dat de GP at Hand-praktijken conform NHS-regelgeving gedwongen kunnen gaan worden nevenvestigingen te gaan openen. Het aantal patiënten in de vijf GP at Hand praktijken is nu rond de 60.000. Uit alle 32 zorggroepen van de NHS in Londen heeft men nu rond de 1000 patiënten overgenomen. Op basis van NHS-regelgeving zou GP at Hand in al die gebieden nevenvestigingen moeten gaan openen. Die zullen volgens kenners nimmer een sluitende financiering hebben.

Aanbod

GP at Hand adverteert zich als een NHS-praktijk waarbij het 24/7 mogelijk is op elke gewenst moment van de dag of nacht een video-afspraak te maken met een huisarts. Men zegt binnen twee uur een consult te kunnen regelen. GP at Hand maakt gebruik van de triage-app Babylon, waarvan men zelf zegt dat die zeer nauwkeurig zou werken

Cherry picking

Ook al ontkent GP at Hand  heftig dat er sprake is van een forse selectie in het patiëntenbestand, is het niet te ontkennen dat het zo wel is. In de eerste plaats is dat te zien aan de leeftijdsopbouw van de praktijk.  75%, sommigen zeggen zelfs 83 procent, van hun populatie i tussen de 20 en 34 jaar oud. Slechts 18 % is tussen de 35 en 64 jaar. In de tweede plaats neemt men geen patiënten over met complexe problematiek, zwangerschap en verslaving. Ik berichtte daarover al eerder. Overigens  is het zo dat 28 % van de mensen die zich ooit inschreven bij GP at Hand zich al weer uitgeschreven hebben. Dat afgezet tegen een gemiddelde van 15 % voor “normale” huisartspraktijken.

Aantallen

De huisartsenzorg in Londen is opgedeeld in 32 zogenaamde Clinical Commissioning Groups(CCG’s). De leiding van GP at Hand heeft tijdens een onderzoek kenbaar gemaakt dat het inmiddels meer dan 1000 patiënten heeft in 18 Londense CCG’s. Vanuit 13 CCG’s heeft men meer dan 2000 patiënten overgenomen. Binnenkort zullen uit elk van de CCG’s meer dan 1000 patiënten overgestapt zijn.

Wringen

Volgens bestaande regelgeving moet huisartspraktijken die uit een CCG een substantieel aantal patiënten opgenomen hebben in hun praktijk in die regio een aparte fysieke vestiging moeten realiseren. De drempelwaarde ligt rond de 1000 a 2000 patiënten. aangezien kleine nevenvestigingen nooit financieel haalbaar zullen zijn. Dat heeft de leiding van GP at Hand inmiddels ook naar buiten gebracht. Men zegt binnen de NHS te opereren maar dit soort regels komen dan weer niet echt uit.

Problematische regeringssteun

GP at Hand ondervindt op hoog niveau steun. De minister voor volksgezondheid en sociale zaken Matt Hancock steunt GP at Hand fanatiek. Hij meldde zelfs zich daar ingeschreven te hebben. Hij steunt het initiatief omdat het in zijn ogen een digitale, disruptieve oplossing is voor de NHS-problemen.

Niet disruptief, maar destructief

Steeds meer blijkt dat GP at Hand een destructieve werking heeft op bestaande zorgsystemen. De zorgregio waar GP at Hand actief is kent door het selectieve functioneren inmiddels een miljoenen tekort. Dat omdat juist de mensen die de laagste zorgkosten met zich meebrengen vertrokken. Door steun van hogerhand dijt echter GP at Hand steeds verder uit zonder verantwoording af te hoeven leggen voor  de tekorten die elders ontstaan.

Gevaarlijk

Wat er met GP at Hand in het Verenigd Koninkrijk gebeurt, dient ook een waarschuwing voor ons in Nederland  te zijn. Ook hier zien we dat de overheid, het ministerie van VWS om meer specifiek te zijn, enorm stuurt op het gebruik van digitale oplossingen in de zorg. Daarbij dendert men soms als een bulldozer door de kamer zonder direct de consequenties te overzien. We kennen hier ook mensen die net al Matt Hancock, in zijn woorden, een technisch ecosysteem willen optuigen met innovatieve bedrijven.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

W.J. Jongejan, 25 september 2019

Image by dagrimshaw from Pixabay




Medicijnoverzicht op huisartsportaal niet altijd correct

medicijnoverzichtMedicijnoverzichten bij de huisarts, op diens patiëntenportaal en bij de  apotheek zouden idealiter identiek moeten zijn. Dat is zeker niet altijd zo. Laatst bestelde ik medicijnen bij mijn huisarts via het patiëntenportaal op het internet. Tot mijn verbazing zag ik dat een deel van de medicatie die langdurig in gebruik is op het overzicht in het portaal op gestopt stond.  En dat een middel dat niet in gebruik is wel op actief staat.  Die medicijnen stonden bij controle diezelfde dag in het huisarts-informatie-systeem(HIS) correct vermeld. Bovendien had ik kort tevoren het huisarts- en apotheeksysteem nog laten controleren en corrigeren. Er  bestaat dus een discrepantie tussen wat op de verbindingsschakel  tussen twee systemen staat en datgene wat in die twee systemen staat. Mijn huisarts meldde desgevraagd dat het probleem hem  bekend is en meermalen gemeld is aan de softwareleverancier. Het blijkt niet zomaar op te lossen te zijn.

Welke systemen

Over welke systemen heb ik het  hier. Bij mijn huisarts gaat het om Promedico ASP. Het gebruikte patiëntenportaal is van Pharmeon en het systeem dat de apotheek gebruikt is CGM Apotheek. Pharmeon kan haar portaal koppelen aan de HIS-sen: Promedico ASP en VDF, Web-HIS Zorgdossier, Mira(van CGM), MicroHIS, OmniHIS Scipio en Medicom. Een portaal maakt idealiter gebruik van elektronische terugkoppeling met de apotheek als de medicijnen geleverd zijn. De combinatie van in gebruik zijnde systemen in mijn casus zullen in genen dele uniek zijn. Wat ik, maar ook mijn huisarts, constateerden moet veel vaker voorkomen. Zeer waarschijnlijk ook met combinaties van andere systemen.

Advies HIS-leverancier

Het nogal aparte commentaar van HIS-leverancier Promedico was: “Als de apotheek zorgt dat die op Promedico Apro overstapt, dan zijn jullie van het probleem af “. Dat is te gek voor woorden. Een slecht geïmplementeerde koppeling in de keten hebben en dan stellen dat de ander maar op een systeem van jezelf over moet stappen. Blijkbaar is het zo dat de koppeling huisartsinformatiesysteem(HIS) richting portaal geen echte problemen oplevert, maar het verkeer heen en weer tussen apotheek-informatiesysteem(AIS) en portaal wel. Blijft dan weer de vraag waarom er geen controle is vanuit het portaal richting HIS om discrepanties tussen de overzichten in beide applicaties te signaleren.

Essentie

De essentie is dat het in het huisartsportaal gaat om medicatie uit het HIS waarvoor de patiënt een herhaling aanvraagt en om de terugkoppeling van de apotheek richting het portaal over de daar af te leveren en erna afgeleverde medicatie. Daarbij lijkt ook een rol te spelen dat de foute vermeldingen afkomstig waren van medicatie die een specialist op de polikliniek voorschreef.  Het ging bovendien fout omdat de specialist een medicijn wijzigde in een soort die niet leverbaar bleek en na een dag toch teruggegrepen moest worden op wat voordien afgeleverd was. Maar dan in een andere dosering.

Twee tabellen

Van belang in deze casus lijken twee tabellen. In de eerste plaats wie de voorschrijver was: huisarts dan wel specialist. In de tweede plaats de status van de medicatie: tijdelijk, chronisch, gestopt of interval . Als  de systemen die velden bij de communicatie tussen de respectievelijk systemen niet begrijpen en niet goed vertalen dan kan  je verschillen in de overzichten van de onderscheiden systemen verwachten.

Regelmatig corrigeren

Na medicatiewijzigingen,  daarbij doel ik op soms andere medicatie, of soms andere doseringen, vraag ik zeer regelmatig nadien aan de huisarts- als de apotheekassistente een controle uit te voeren. Ik vraag dan te controleren op wat het systeem meldt wat ik gebruik. Met daarbij de vermelding of het om tijdelijke of chronische medicatie gaat. Vrijwel altijd blijkt er iets niet te kloppen. Dat laat ik dan ter plekke corrigeren. Zo ook recent vlak voor het niet kloppende medicijnenoverzicht op het huisartsportaal.

Betrouwbaarheid medicijnenoverzichten

Uit het voorgaande blijkt dat het ene medicijnoverzicht niet het andere is bij dezelfde patiënt. Ik meen gerust te kunnen stellen dat medicatieoverzichten in gekoppelde elektronische ICT-systemen van zorgverleners nooit 100 % betrouwbaar zijn. Er blijken nog steeds teveel foutenbronnen te bestaan waar zeer waarschijnlijk niet elke patiënt even alert op is. Ik heb aan willen geven dat er aandacht moet bestaan voor de correctheid van medicatieoverzichten in de keten, die in gebruik is om herhaalmedicatie via een patiëntenportaal te verzorgen. De patiënt en/of zijn familie/naasten blijven onmisbaar om zeker te zijn wat iemand gebruikt.

W.J. Jongejan, 23 september 2019

Image by Dmitry Abramov from Pixabay