Actieplan NZA en Zin over passende zorg bekering naar Value Based HealthCare-religie

ActieplanOp 27 november 2020 publiceerden de Nederlandse Zorgautoriteit(NZa) en het Zorginstituut Nederland(ZiN) een gezamenlijk stuk. Ze stuurden toen het actieplan “Samenwerken aan passende zorg: de toekomst is nú” aan de minister voor de medische zorg, Tamara van Ark. Het 74 pagina’s tellende rapport is een zienswijze van NZa en Zin met veel wollig taalgebruik over hoe de zorg op korte termijn betaalbaar gehouden kan worden. De NZa en het ZiN introduceren het begrip “passende zorg” om daarmee de zorg op termijn betaalbaar te houden. Zonder het begrip Value Based Health Care(VBHC) expliciet te noemen komt dit begrip toch nadrukkelijk voor in het stuk. De Nederlandse vertaling van VBHC is: waardegedreven zorg. Het woord “waarde” komt 81 maal in het document voor. “Waardegedreven” komt acht keer voor. Het geheel ademt de bekering tot het geloof van de VBHC in de zorg.

Koekoeksjong

Het rapport spreekt over de zorg als “koekoeksjong” die allerlei andere uitgaven verdringt. Het rapport verhaalt over verdringing van investeringen in andere sectoren van de samenleving als het onderwijs en zorg voor goede luchtkwaliteit. Ook spreekt het over verdringing binnen de zorg. Deze verdringing, zegt men, is niet het gevolg van zorgcapaciteit die elders wordt ingezet, zoals bij de coronacrisis, maar is het gevolg van het leveren van onnodige zorg of van verkeerde inzet van zorg. Dat leidt volgens het  rapport niet alleen tot verspilling van geld en mankracht, maar ook tot onnodige druk op het systeem.

Passende zorg

In het rapport introduceren NZa en ZiN het begrip “passende zorg”. Dat is, in hun optiek, zorg die van waarde is voor de gezondheid en het functioneren voor het individu, tegen een redelijk prijs. Passende zorg bestaat volgens hen uit twee delen: gepast gebruik én passende organisatie van zorg.

 Schuivende panelen

Ten aanzien van de het beteugelen van de zorgkostenontwikkeling zijn er al lang allerlei initiatieven gaand. Vanaf 2013 heeft VWS ingezet op “Zinnige zorg”. Het ZiN ging toen in opdracht van de minister van start met dit programma. In oktober 2020 kwam de Algemene Rekenkamer met een rapport daarover met de titel “Verzekerd van zinnige zorg.” De conclusie was vernietigend. Het onderzoek wees uit dat het programma Zinnige Zorg de verwachtingen niet heeft waargemaakt en niet heeft bijgedragen aan de beheersing van zorguitgaven. Daarom concludeert de Algemene Rekenkamer(AR): stop ermee of kies voor een fundamenteel andere aanpak. Het doel, voorkomen dat patiënten onnodige of niet-werkende behandelingen krijgen, wordt op deze manier niet bereikt.

Rekenkamer concludeert verder

De AR stelt dat naast het programma Zinnige Zorg inmiddels een nieuw programma geïntroduceerd is: “Zorgevaluatie en Gepast Gebruik”, waarvan de minister voor Medische Zorg en het Zorginstituut veel resultaat verwachten. Maar de Algemene Rekenkamer wijst erop dat beide programma’s sterk op elkaar lijken en vindt het aannemelijk dat het nieuwe programma op dezelfde problemen gaat stuiten.

Datastromen

Met het introduceren van het begrip “waardegedreven” binnen passende zorg geven NZa en ZiN het begrip “passende zorg” weer een nieuw sausje. Waardegedreven zorg(VBHC) is sterk afhankelijk van een grote hoeveelheid zorgdata en datastromen binnen de zorg. Dat realiseert men zich terdege want in deel A “Advies passende zorg” van het rapport spreekt men in hoofdstuk 5.5. over de noodzaak van een strakke regie op het organiseren van noodzakelijk gegevensuitwisseling en versneld tot stand komen van wettelijke verplichtingen daartoe. Men roept zelfs de minister op de invoering van de Wet Elektronische gegevensuitwisseling in de Zorg(Wegiz) te bespoedigen. Datacommunicatie en koppeling van zorgsystemen is echter een bijzonder weerbarstige materie waarover ik op deze website al vaker berichtte.

VBHC exit

De filosofie van VBHC, de waarde gedreven zorg, leunt dus sterk op massale en centrale verzameling van zorgdata. Op een symposium over de GGZ in juli 2019 was uit de mond van Ab Klink, voormalig minister van VWS, nu lid van de raad van bestuur van zorgverzekeraar VGZ had al kritiek. Hij stelde dat de uitkomstindicatoren waar het ministerie van VWS en het Zorginstituut Nederland nu op inzetten de verkeerde weg is. Hij zei letterlijk: “De overheid maakt hier een fout”.

Uitkomst voorspelbaar

Als het ministerie het roer ten aanzien van de bekostiging van de zorg andermaal, nu met het begrip “passende zorg”,  gaat omgooien is het resultaat voorspelbaar. Of het nu “zinnige zorg”, “zorgevaluatie met gepast gebruik”, of “gepaste zorg” heet, het resultaat zal voorspelbaar zijn. De Algemene Rekenkamer was hier overduidelijk over. Het overgieten van het begrip “gepaste zorg” met een waardegedreven sausje verandert daar niet veel aan. Waardegedreven zorg is één van de vele economische visies op hoe tegen de zorg aangekeken wordt. Wel één die gebaseerd is op een enorm verantwoordingscircus met zorgdata. Dat circus vormt op zich weer een enorme belemmering om überhaupt tot het geven van zorg te komen. Het verdringt namelijk de beschikbare tijd van zorgaanbieders om zorg te verlenen.

W.J. Jongejan, 2 december 2020

Afbeelding van msandersmusic via Pixabay

Over Value Based HealtCare publiceerde de auteur al eerdere op:

21 september 2018

5 oktober 2018

8 juli 2019

 




Onfatsoenlijk ZN moffelt kritiek op online-toestemmings-voorziening weg

onfatsoenlijkOp 21 september, 5 en 8 oktober 2020 besteedde ik in enkele artikelen aandacht aan de pogingen van Zorgverzekeraars Nederland(ZN) om met VZVZ een online-toestemmingsvoorziening(OTV) op te zetten. Voor de duidelijkheid: VZVZ staat voor de Vereniging van Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie en is verantwoordelijk voor en beheerder van het Landelijk Schakelpunt(LSP). Onder de naam MITZ probeert Zorgverzekeraars Nederland een OTV te doen opzetten. Een centrale database om toestemmingen vast te leggen teneinde medische gegevens opvraagbaar te maken bij elektronische raadpleging. Mitz als OTV zou een oplossing moeten bieden voor het anderszins niet uitvoerbaar geachte idee van de gespecificeerde toestemming. Dat is de gedachte om een burger vooraf te laten aangeven welke categorieën zorgverleners wel of niet toestemming te voren krijgen om zo nodig zorgdata op te vragen. Het Informatieberaad zette een open consulatie op, waarvan de inzendingen thans online te vinden zijn. ZN moffelt de kritiek weg.

Publiek-privaat 1-2-tje

Bij de open consultatieronde door het Informatieberaad moet u bedenken dat dit orgaan een door het ministerie van VWS opgerichte en gestuurde organisatie is om de elektronische zorgcommunicatie vorm te geven en te stroomlijnen. Het initiatief van ZN met VZVZ samen kan niet anders gezien worden dan een door VWS gesanctioneerde poging om met omzeiling van het parlement te komen tot weer een centraal gesitueerde datasilo, nu met toestemmingen. Dat alles opererend met een private organisatie terwijl iets is wat alle Nederlanders in principe aangaat.

Kennisgeving

Zoals gezegd heeft het Informatieberaad de inzendingen van organisaties, instituties en privépersonen netjes op één van haar webpagina’s gepubliceerd. Afgelopen week kreeg ik van beleidsadviseur Peter Jansen van ZN een email waarin bedankt werd voor de reactie op de openconsultatie van Mitz als bouwsteen. Hij beschreef dat meer dan dertig organisaties / partijen de moeite hadden genomen om hun opmerkingen en /of ondersteuning met ZN te delen. Hij zegt een aantal opmerkingen en of suggesties mee te willen nemen. Een zestal stukken stuurt hij dan mee( A, B, C, D, E, F). Eén daarvan is de oplegnotitie met ontvangen bijdragen(stuk C ). Deze notitie is krap 2 A4-tjes groot en gaat niet in op datgene wat kritische reageerders inbrachten.

Enige opmerking  

Het enige wat men daar over critici schrijft:

“Ten aanzien van de afwijzende opmerkingen van Privacy First, Vrijbit en soortgelijke organisaties/ individuele reacties: Zoals afgesproken in de juni vergadering van het IB gaan we samen met het Whitebox-initiatief in twee pilotregio’s bekijken of, en hoe, de verschillende vormen van toestemmingen (push en pull-autorisatie) kunnen worden samengebracht. Hierbij willen we wel de kanttekening maken dat de hieraan te besteden tijd, capaciteit en gemeenschapsgeld wel in verhouding dient te staan tot de groep die hier expliciet om vraagt. “ 

Ik zie dan ook mijn eigen bijdrage aan de openconsultatie niet terug.

Gotspe

De opmerking over tijd, capaciteit en gemeenschapsgeld is een gotspe. Ten aanzien van datgene waar VZVZ voor staat is al ruim een half miljard euro aan gemeenschapsgeld besteed. Voor het grootste deel was dat afkomstig van VWS bij het tot stand brengen van het LSP in de publiek fase tot 2011. Ruim 200 miljoen euro is afkomstig van ZN dat sinds 2012 het LSP en VZVZ volledig financiert. Daarbij moet niet vergeten worden dat VWS het LSP eind 2011 om niet aan VZVZ overdroeg. Het nu roepen dat ze geen tijd, capaciteit en gemeenschapsgeld willen vergooien aan het uitwerken van standpunten van critici komt erg zot over.

Powerplay

Het is er ZN alles aan gelegen om critici de mond te snoeren en geen tegengas te krijgen. Op 4 november 2020 schreef ik ook over het blokkeren door ZN op twitter van critici, zoals ook ik . Daarbij gaat het niet om mensen die schelden, beledigen of iets dergelijks, maar om mensen die consistente kritiek leveren op standpunten en beleid van ZN. Het niet verwoorden van de inhoud van kritiek op een zeer vergaand voorstel van ZN om een centrale toestemmingen-database op te zetten acht ik bijzonder onfatsoenlijk.

W.J. Jongejan, 27 november 2020

Afbeelding van Alexas_Fotos via Pixabay

 




Niet behandelende zorgaanbieder vraagt zorgdata op via LSP in AmsterdamUMC

NietVia het Landelijk SchakelPunt(LSP) mag een zorgaanbieder alleen zorgdata opvragen als deze een behandelrelatie heeft met de patiënt. In het Amsterdam Universitair Medisch Centrum(AUMC) blijkt een niet bij de behandeling betrokken onderdeel medicatiedata opgevraagd te hebben zonder dat de patiënt daar bekend is of onder behandeling is. Dit speelt in de Universitaire HuisartsenPraktijk(UHP), locatie VUmc. Het is te zien op het overzicht van opvragingen van zorgdata betreffende de patiënt op de website VolgJeZorg van de vereniging van Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie(VZVZ) als beheerder van het  LSP.  De patiënt in kwestie is op geen enkele manier bekend bij de UHP, locatie VUmc. Wel op een polikliniek van het VUmc ziekenhuis als onderdeel van het AUMC. Deze persoon verbaasde zich in hoge mate over het feit dat zoiets kan en liet zijn verontrusting ook blijken o.a. bij de UHP. Daar vernam hij dat het bij meer mensen speelt.   

Piep-systeem

Het überhaupt als patiënt een melding krijgen van een opvraging via het LSP van medicatiedata of de samenvatting van zorgdata bij de huisarts is alleen mogelijk als je je via de website van VolgJeZorg abonneert op de toezending van die data. Het is een zogeheten piep-systeem. Zeker niet iedereen zal dat ooit in gang hebben gezet. Daardoor bestaat weinig zicht op onterechte uitwisselingen.

Documentatie

De patiënt in kwestie is in behandeling op één van de poliklinieken van het VUmc. Hij gaf toestemming aan meerdere apotheken om zijn medicatiedata deelbaar te maken. Indien iemand een behandelrelatie met hem heeft, bestaat er zijnerzijds geen bezwaar tegen opvraging van die data. Wel acht hij het onwenselijk en laakbaar als een zorgaanbieder die niet bij zijn behandeling betrokken is zorgdata opvraagt. Hij kreeg recent bericht van de opvraging van medicatiedata door de Universitaire HuisartsenPraktijk zonder dat hij op enigerlei wijze ooit daar geweest is of contact heeft gehad met die praktijk.

Meer gevallen

Op de melding van dit incident bij de UHP kreeg de betrokkene te horen.

“ Nadat u contact zocht met ons, hebben we hierover vaker meldingen gekregen. Het lijkt niet om phishing te gaan, maar er staat een instelling o.i.d. verkeerd in het systeem. Onze leidinggevende is ermee aan de slag, om te onderzoeken wat er precies gebeurt en hoe het opgelost kan worden. Zij zal contact met u opnemen.”

Het blijkt dus niet één enkele casus te zijn, maar vaker verkeerd te gaan.

Normaliter

Bij een bezoek aan een polikliniek is sinds 2017 een speciale constructie in gebruik. Daarbij is  de ziekenhuisapotheker tot deelnemer aan het behandelteam gebombardeerd is en doet via het LSP een poging tot opvraag van gegevens bij apotheken waar de patiënt toestemming voor opvraag gaf. Gaf de patiënt geen toestemming dan kan de bevraging wel plaatsvinden maar zal die niet succesvol zijn. Meestal een dag of twee voor polibezoek of opname van een patiënt doet de ziekenhuisapotheek die poging.

URA  

Waar UHP in haar uitleg vermoedelijk op doelt is dat in het AUMC, locatie VUmc, waarschijnlijk bij de bevraging de URA-code van de ziekenhuisapotheker verkeerd staat ingesteld. Een URA-code is een uniek nummer dat een zorgaanbieder heeft voor elektronische communicatie van zorgdata. URA is een afkorting van UZI Registratie Abonneenummer. UZI staat voor Unieke Zorgaanbieder Identificatienummer. Maar ja, als de URA-code verkeerd staat ingesteld, dan is de ontvanger van het opgevraagde medicatieoverzicht toch echt de Universitaire HuisartsenPraktijk. En die hoort dat niet te kunnen inzien. Het is zelfs mogelijk dat er binnen het VUmc onderdeel van het AUMC al enige tijd een probleem bestaat met het opvragen door de ziekenhuisapotheker en dat men daarom een soort workaround heeft bedacht om de medicatiegegevens via een omweg toch door te krijgen.

Ontoelaatbaar  

Het moge duidelijk zijn dat het ontoelaatbaar is dat er een systeem  bestaat dat het mogelijk maakt dat niet bij een behandeling betrokken zorgaanbieders zorgdata kunnen opvragen. Los van het maken van een menselijke fout bij het invullen van instellingen bij een zorgaanbieder moet het systeem zo zijn ingericht dat zoiets op voorhand onmogelijk is. Het LSP is geen knip voor de neus waard als dit soort fouten mogelijk zijn. Deze uitglijder had de patiënt zelf door vanwege het abonneren op meldingen van opvragingen. Veel mensen zetten die controlemogelijkheid niet aan.

Ik denk dan ook dat er sprake is van een top van een ijsberg.

W.J. Jongejan, 23 november 2020

Afbeelding van Carlos Lincoln via Pixabay

De contactgegevens van de betreffende persoon zijn mij bekend.




Digitale ontwikkeling in zorg helpt geneeskunde, niet zozeer de geneeskunst

digitaleVaak gebruiken mensen de woorden geneeskunde en geneeskunst door elkaar als uitwisselbare termen. Het is zelfs zo dat de term geneeskunde de term geneeskunst lijkt te verdrijven in het spraakgebruik. Daar is geen grond voor aangezien er een zeer duidelijk verschil bestaat tussen die termen. Geneeskunde is de theoretische grondslag voor de geneeskunst,  d.w.z.  de praktische bekwaamheid om zieke mensen te genezen, bij te staan en te troosten. Dit indachtig het Franse aforisme “La médecine c’est guérir parfois, soulager souvent, consoler toujours”. Digitale ontwikkelingen in de zorg vergroten de mogelijkheden om zorgdata op te slaan, te analyseren, te communiceren, strategieën te bedenken, beeldvorming op ontelbare wijzen mogelijk te maken. Daarmee kreeg de geneeskunde door de enorme opkomst van ICT-ontwikkelingen een enorme boost, die zich nauwelijks vertaalt richting geneeskunst.

Oorsprong begrip

Het wonderlijke is echter wel dat de Latijnse basis van beide begrippen wel slechts éen term kent: de ars medicina. In het ruime begrip ”ars” zitten zowel de geneeskunde als de geneeskunst besloten, zowel de kennis om te genezen als de wijze waarop aan die kennis vorm gegeven wordt in relatie met de patiënt. De praktische bekwaamheid dus.

Geneeskunst

In een aardig artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde(NTvG) uit 1975 van prof. Dr. P.J. Thung staat een aardige omschrijving van het begrip “geneeskunst”. Het was een voordracht voor een ledenvergadering van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst(KNMG).  Hij schrijft daar op bladzijde 1605 in het hoofdstuk 3 ‘Geneeskunst, complement der geneeskunde’:

“Men duidt met het onderscheid kunde en kunst dan aan dat het genezen niet slechts verstandelijke kennis vereist, maar ook zaken als intuïtief aanvoelen, tact ervaring en levenswijsheid.”

Omgaan met onzekerheden  

Op een internetpagina van de afdeling Onderwijs van het Universitair Medisch Centrum Utrecht gedateerd 20 februari 2019 pleit kinderarts en Selective Utrecht Medical Master(SUMMA)-docent  Annet van Royen-Kerkhof pleit voor een terugkeer naar de geneeskunst, zodat nieuwe artsen leren omgaan met onzekerheid en hun creativiteit aanscherpen. Dat, volgens haar, vooral met het oog op de toekomst , met veel digitale inbreng. Met de vraag: “Hoe maken we de toekomstige dokters fit for the future”. Ze schrijft:

“Het medisch kennisdomein blijft bestaan. Maar hoe je dit toepast, dat is erg aan het veranderen. Niet meer tussen de vier muren van het ziekenhuis bijvoorbeeld, maar meer op afstand. En patiënten worden meer eigenaar van hun eigen gegevens: ze meten zelf en stellen de gegevens van die metingen ter beschikking aan de arts. Onze toekomstige artsen krijgen te maken met een andere rol. Daarvoor moeten ze goed naar patiënten kunnen luisteren en met hen communiceren. En dat moeten ze bijvoorbeeld ook met een andere discipline zoals technische ingenieurs kunnen om alle technologische ontwikkelingen te volgen.” 

Koerswijziging

In het magazine Huisarts en Wetenschap uit 2005 staat een artikel “Tussen geneeskunde en geneeskunst”  van VKY Ho en WJ van der Steen staat een citaat van de toenmalige hoofdredacteur van The Lancet, R. Horton. Die waarschuwt tegen de overheersing van de praktijk door onderzoek. Volgens Horton is de geneeskunst in de verdrukking geraakt en moeten we de koers drastisch wijzigen. Dokters dreigen in de positie te raken waarin ze niet meer zijn dan ‘bronnen van technische kennis en van technische oplossingen voor ziekte’. Ze gaan in de huidige situatie meer af op uitkomsten van onderzoek dan op verhalen van patiënten.

Herwaardering geneeskunst

De enorme aandacht de laatste paar jaar voor digitale ontwikkelingen in de zorg, eHealth, vooral aangezwengeld door het ministerie van VWS en Zorgverzekeraars, zeker nu in corona-tijd maakt dat de geneeskunde wel een boost kreeg en krijgt. Daartegenover is het omgaan met die data, de onzekerheid die meer data vaak ook geeft, iets wat daar geen gelijke tred mee heeft gehouden. Er zal altijd aandacht moeten zijn voor het ontwikkelen van een goede klinische blik, het associatief denken en niet slechts rechtlijnig denken bij het komen tot diagnosen en therapieën. Het kunnen aanvoelen waar medisch handelen begint, maar ook vooral waar het eindigt. Herwaardering voor dat onderdeel van het vak van arts is van groot belang. Geneeskunde kan gebaat zijn met protocollen en algoritmen, maar het daarvan gemotiveerd afwijken is pas echt geneeskunst.

W.J. Jongejan, 20 november 2020

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay




Toestemmingsvraag via aanmeld-zuil om medische data te delen is verbazingwekkend

ToestemmingsvraagHet Tergooi-ziekenhuis met vestigingen in Hilversum, Blaricum en Weesp maakt vanaf 9 november 2020 gebruik van elektronische aanmeldzuilen in de centrale hal en bij de poliklinieken. De patiënt moet zich daar men een geldig identiteitsbewijs melden dat het apparaat dan “scant”. Tevens vraagt men via die zuilen om toestemming medische informatie te delen met zorgverleners van andere zorginstellingen, inclusief de huisarts. Dat is op die plaats een verbazingwekkende en vreemde vraag. Verbazingwekkend omdat men een dergelijke vraag niet op die plaats dient te stellen. Vreemd omdat er de facto voor meer toestemming gevraagd wordt dan de setting van de directe behandelrelatie die de patiënt heeft bij het bezoeken van het ziekenhuis. Ik zal dit hieronder nader toelichten. Het is overigens niet zo dat de aanmeld-zuilen de identiteitsbewijzen, alleen scant. Deze zuilen lezen de RFID-chip uit die in de moderne identiteitsbewijzen zit.

Waarom vreemde vraag

De Burgerrechtenvereniging Vrijbit maakte mij attent op deze situatie. Voor het goed kunnen beoordelen van wat hier speelt is het belangrijk het toestemmingsvereiste enigszins te ontleden. Als een patiënt het ziekenhuis bezoekt dan is er sprake van een verwijzing door de huisarts of doorverwijzing van een specialist. In het kader van verwijzing is er altijd sprake van een veronderstelde toestemming. De patiënt gaat bij verwijzing akkoord met overdracht van medische data aan een andere zorgverlener. Ook de terug-rapportage van de specialist aan de huisarts valt onder de veronderstelde toestemming. Dus daar kan de toestemmingsvraag in de aanmeld-zuil niet voor bedoeld zijn.

Verbazingwekkend

De toestemmingsvraag op de aanmeld-zuilen is verbazingwekkend omdat door de wijze waarop de vraag gesteld is er sprake is van een generieke toestemmingsvraag voor een niet duidelijk omschreven doel. Bij het toestemming geven voor het uitwisselen c.q. opvraagbaar maken van zorgdata moet sprake zijn van een informed consent. De patiënt moet kunnen beslissen op basis van op begrijpelijke wijze gegeven info en het mag uitsluitend voor een exact, welomschreven doel.

Dat volgt o.a. uit artikel 15a lid 1 van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg. De manier waarop het Tergooi-ziekenhuis de vraag stelt is eigenlijk een poging om een generieke toestemmingsvraag te stellen voor een niet(duidelijk) omschreven doel. Dat doel zou bijvoorbeeld het opvraagbaar maken van zorgdata kunnen zijn buiten de verwijzingssituatie.

Verdenking

Aangezien het ziekenhuis de verdenking op zich laadt wel op een erg makkelijke wijze toestemming te vragen om zorgdata opvraagbaar te maken, bijvoorbeeld via het Landelijk SchakelPunt(LSP), nam de voorzitter van Vrijbit, mevrouw M. Wijnberg, contact op met het Tergooi-ziekenhuis. Daar ontkende de woordvoerster dat het een verkapt verzoek betrof  om het opvraagbaar maken van zorgdata via het LSP. Het zou bedoeld zijn voor bijv. een second opinion. Dat is raar. Daar speelt echter ook weer dat er sprake is van een verwijzing die de patiënt effectueert, waardoor automatisch sprake is van een veronderstelde toestemming. Dat het om een second opinion zou gaan is trouwens niet op te maken uit de tekst op de aanmeld-zuilen. In het uitzonderlijke geval dat een individuele patiënt niet wil dat zijn/haar huisarts ingelicht wordt kan de patiënt altijd aangeven dat niet te willen. Daarvoor is het niet nodig een toestemmingssysteem op te tuigen.

Dringende vraag

Vrijbit vraagt derhalve het Tergooi-ziekenhuis om òf de toestemmingsvraag uit de aanmeld-zuilen te verwijderen òf de vraag zo aan te passen dat die aan de wettelijke vereisten voldoet. Dat betekent: nadere uitleg en het specifiek omschrijven van het doel waarvoor de toepassing nodig is. In ieder geval voldoet de huidige vraag niet aan de wettelijke vereisten. Persoonlijk ben ik van mening dat een toestemmingsvraag op een dergelijk plaats totaal niet thuis hoort. Die hoort in de spreekkamer thuis.

Naïef/onwetend/sluw

Het is de vraag welke van deze kwalificaties hier speelt. Vooralsnog lijkt het erop dat het ziekenhuis zich niet goed realiseert dat deze toestemmingsvraag op deze plaats erg vreemd is. De toestemmingsvraag om medische data te delen dient gesteld te worden in de spreekkamer van de arts en niet ergens op een elektronisch apparaat. Een apparaat dat tegenwoordig de eerste kennismaking met het ziekenhuis is als de patiënt dit bezoekt.

W.J. Jongejan, 17 november 2020

Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay

 




SP vreest voor op toeslagenaffaire lijkende problemen bij wetsontwerp zorgfraude

toeslagenaffaireHet wetsontwerp om gepleegde zorgfraude aan te pakken, ontwerp Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg(Wbsrz), heeft bij Tweede Kamerleden heel wat losgemaakt. Op 12 november j.l. schreef ik over de CDA-leden die twijfelden over nut, noodzaak en inhoud van het wetsontwerp.  Ook de SP-fractieleden ventileerden fundamentele kritiek. Deze richtte zich met name op het op te richten Waarschuwingsregister en een InformatieKnooppunt Zorgfraude. Binnen het Waarschuwingsregister wil de minister van VWS personen en zorgaanbieders vastleggen waarvan sprake zou zijn van een “gerechtvaardigd vermoeden” van zorgfraude. Zeer problematisch is dat onterechte opname in di het Waarschuwingsregister grote consequenties heeft voor zorgaanbieders ten aanzien van contractering. Dat terwijl de rechtsbescherming van de in dit register opgenomen burger of zorgaanbieder zeer mager wordt. Dat komt mede door het standpunt van de regering dat van de opname in dit register niet  in alle gevallen melding wordt gemaakt aan de betrokkene(n).

Toeslagenaffaire-achtige toestanden

In de Memorie van Toelichting bij dit wetsontwerp staat namelijk:

“Van het informeren kan worden afgezien indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 14, vijfde lid, AVG. Het gaat dan onder andere om de situatie dat bedoelde verplichting de verwezenlijking van de doeleinden van die verwerking, te weten bestrijding van fraude in de zorg, onmogelijk dreigt te maken of ernstig in het gedrang dreigt te brengen. Hier ligt redelijkerwijs een afweging en dus verantwoordelijkheid bij de verwerkingsverantwoordelijke.”

De SP-fractieleden vragen in het Inbreng Verslag, waarin de vragen van Kamerleden aan de minister over dit wetsontwerp gebundeld zijn, wat de rechtsbescherming is van personen of zorgaanbieders die een vermelding krijgen in het Waarschuwingsregister. Ze verwijzen daarbij naar de (belasting) toeslagenaffaire waarbij mensen op een zwarte lijst gezet werden zonder dat zij zich konden verweren.(pag. 12 Inbreng Verslag).

Rechtsbescherming niet in wet

Zeer problematisch is dat de rechtsbescherming van degenen die in het Waarschuwingsregister opgenomen staan niet expliciet in de wet geregeld is. In artikel 2.1 lid 2 staat dat die rechtsbescherming inhoud moet krijgen door het protocol dat de bij het waarschuwingsregister betrokken partijen, de gemeentebesturen en zorgverzekeraars, met elkaar moeten opstellen. Ook in het concept Algemene Maatregel van Bestuur(AMvB) van 04-09-2020 duikt de invulling van de deze bescherming niet op. Weer wordt daar alleen het op te stellen protocol genoemd waarbinnen de rechtsbescherming ingevuld moet worden. Het is echter de taak van de wetgever om de rechtsbescherming vorm te geven. Die dient niet gedelegeerd te worden aan een combi van een publieke partij(gemeenten) en private partijen(zorgverzekeraars). Consequenties bij onterechte opname in het register kunnen voor individuen weigering van verzekering en voor zorgaanbieders weigering van contracten zijn.

Kans op risicoselectie

De SP-fractieleden maken zich ook zorgen over het gevaar dat zorgverzekeraars en gemeenten de signalen die vervat zijn in de opname in het Waarschuwingsregister en in de data die het InformatieKnooppunt Zorgfraude vastgelegd en verrijkt worden, voor andere doeleinden gebruiken. Specifiek denken de fractieleden aan indirecte risicoselectie bij zorgverzekeraars. De fractieleden dringen erop aan dat de regering hier op ingaat.

Slechte opzet wet

Het zeer uitvoerige commentaar van Kamerleden van vooral CDA en SP wijst op een wetsontwerp dat aan alle kanten rammelt. De manier waarop het begrip rechtsbescherming ingevuld wordt voor eventueel onterecht in het waarschuwingsregister opgenomen personen/ zorgaanbieders is beneden alle peil. Het doet de SP aan de toeslagenaffaire denken.  Het zal mij benieuwen of het kabinet het wetsontwerp in de huidige vorm door het parlement zal kunnen loodsen. Zeker als de eigen partij van de minister van VWS, het CDA ook al fundamentele kritiek heeft.

W.J. Jongejan, 14 november 2020

Afbeelding van Anemone123 via Pixabay




CDA twijfelt openlijk aan opzet wet op zorgfraude van eigen minister Hugo de Jonge

CDAOp het ontwerp Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg(Wbsrz) van minister Hugo de Jonge van VWS rust geen zegen. Het eerste ontwerp dat in een internetconsultatie het licht zag in 2018 leverde veel kritiek op, vooral door flagrante inbreuken op het medisch beroepsgeheim. Hugo de Jonge kreeg er de Big Brother Award 2018 voor van Bits of Freedom.  Het herziene wetsvoorstel is op 3 juli 2020 naar de Tweede Kamer gezonden. Inmiddels zijn indringende vragen van de fracties van de TK gebundeld in een zogeheten Inbreng Verslag. Wat opvalt daarin is dat met name het CDA en de SP forse kritiek uitoefenen op de plannen van minister de Jonge. Opmerkelijk is de rode lijn met twijfel aan nut, noodzaak en inhoud van het wetsontwerp. Ook is het CDA duidelijk kritisch over hoe er omgegaan moet worden met gegevens die onder het medisch beroepsgeheim vallen.

Fundamentele kritiek(aanloop)

CDA-leden stippen aan(blz 5 hoofdstuk2.2.) dat voor het zomerreces in de Eerste Kamer de Wet toetreding zorgaanbieders(Wtza) is aangenomen. Daarmee komen alle zorgaanbieders beter in beeld bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd(IGJ) en kan men het risico-gestuurde toezicht, mede op basis van big data, aanscherpen. Het gaat om de voorkant van het aanpakken van zorgfraude. De CDA-fractie vraagt dan ook hoe het wetsontwerp Wbsrz zich daarmee verhoudt. Ook vraagt men zich af wat de meerwaarde is van de Wbsrz.

Fundamentele kritiek(de kern)

CDA-leden geven aan dat de regering stelt dat de totale omvang van fraude niet goed in beeld te krijgen is. Ze zeggen dat de regering praat over schattingen en dat niet bekend is wat het daadwerkelijke totale bedrag is aan fraude. Op pagina 5 in hoofdstuk 2.2 “Noodzaak wetgeving” zegt de CDA-fractie daarna:

“Kan de regering uiteenzetten waarom zij naar een wettelijk instrument grijpt als de reikwijdte van het probleem niet bekend is, gezien de reacties van verschillende zorgorganisaties waarin wordt gesteld dat de omvang van fraude in de zorg te beperkt is om dit wetsvoorstel te rechtvaardigen? De leden van de CDA-fractie vragen voorts het volgende. Dit wetsvoorstel regelt het tegengaan van fraude in het zorgdomein, maar pas aan de achterkant van het proces.“

Ze maken even verderop nog de opmerking dat het proces van aanpak van fraude begint bij de inkoop van zorg.

Medisch beroepsgeheim

De CDA-leden bevreemdt het dat de regering enerzijds zegt het medisch beroepsgeheim te respecteren. Anderzijds zegt de regering zorgdata, die daar onder vallen wel te willen laten uitwisselen tussen de in het wetsontwerp genoemde niet-medische instanties als een patiënt wel toestemming geeft om die data uit te doen wisselen. Het aardige is dat de PVV-fractie te berde brengt dat het wetsontwerp met geen woord rept over het inschakelen van een Onafhankelijk Deskundig Arts(ODA). Iets wat een oplossing zou kunnen zijn voor het omgaan met zaken die onder het medisch beroepsgeheim vallen. Saillant detail is dat het systeem van ODA’s door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst(KNMG) in 2016 opgezet is in overleg met alle instituties die naast VWS nu bij de Wbsrz betrokken zijn. Van ODA’s maakte men geen gebruik en nu noemt VWS ze ook niet in het wetsontwerp. .

Serieuze vraagtekens

De leden van de CDA-fractie zetten op pagina 11 in hoofdstuk 4.5 ”Rechtsbescherming en informatieplicht” grote vraagtekens bij de gedachte van de regering over fraudezaken-afhandeling.  De regering lijkt om opportunistische redenen vermoedens van fraude die in het op te richten Waarschuwingsregister geregistreerd worden buiten de rechterlijke macht om, door gemeenten en zorgverzekeraars te willen laten afhandelen.

“Begrijpen de leden van de CDA-fractie dit citaat nu goed dat de regering van mening is dat, omdat het OM en de rechtelijke macht het druk hebben met allerhande strafzaken, andere instanties (in dit wetsvoorstel gemeenten en zorgverzekeraars) fraude zelf moeten aanpakken en afdoen? De rechtelijke macht is er toch juist om een onafhankelijk oordeel te vellen over de vraag of bewezen kan worden of een rechtspersoon of natuurlijk persoon heeft gefraudeerd? Het is toch aan de rechtelijke macht om dat oordeel te vellen, en toch niet aan gemeenten en zorgverzekeraars?”

Klap op de vuurpijl     

Aan het einde vragen de lenden van de CDA-fractie indringend aan de regering waarom ze gekozen hebben voor een stichtingsstructuur voor het InformatieKnooppunt Zorgfraude(IKZ). Men dringt aan om aan te geven wat daar de voordelen van zijn. Met het InformatieKnooppuntZorgfraude beoogt men een instelling die informatie over zorgfraude moet verzamelen en verrijken. Die informatie is afkomstig van CIZ, de colleges van B&W van gemeenten, de IGJ, inspectie SZW, de rijksbelastingdienst, waaronder de FIOD, de zorgautoriteit en zorgverzekeraars. De verrijkte informatie levert het IKZ dan weer terug aan de aanleverende partijen. De regering zal nooit hardop tegen de Tweede Kamerleden zeggen wat voor haar het voordeel is van een stichtingsvorm. Die vorm maakt het namelijk mogelijk dat wat er bij het IKZ gebeurt nimmer door middel van een beroep op de Wet Openbaarmaking Bestuur geopenbaard kan worden voor burgers/ niet gouvernementele instituties die daarom vragen.

Slopen

Bij lezing van het Inbreng Verslag kan ik niet anders concluderen dat de eigen partij van de minister van VWS, Hugo de Jonge, het wetsontwerp vakkundig sloopt. Ze zet grote vraagtekens bij de opzet, nu en noodzaak van het wetsontwerp. Ik ben benieuwd hoe dit verder gaat lopen.

W.J. Jongejan, 12 november 2020

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

 




Lange EDIFACT-datacommunicatieregels geven soms verminkte uitslagen

EDIFACTEind oktober 2020 kregen de 117 huisartsen van de HuisartsenOrganisatie Noord-Kennemerland(HONK) een email. Het betrof een waarschuwing voor mogelijke verminking van berichtgeving vanuit regionale ziekenhuizen. Het betreft lange zinnen in brieven en uitslagen die met behulp van de EDIFACT-standaard naar huisartsinformatiesystemen(HIS-sen) worden gestuurd. Het probleem houdt in dat berichten die langer zijn dan zeventig tekens het eenenzeventigste teken wegvalt. Dat kwam omdat de systemen het bericht bij zeventig tekens afkappen en op de volgende regel verder doen gaan, waarbij het eerste teken op de tweede regel uitvalt. Het vervelende is dat, als op die positie net een belangrijke uitslag staat, een cijfer of scheidingsteken(komma/punt) van die uitslag uitvalt. De ingelezen uitslag ziet er dan anders uit dan verstuurd en is niet te vertrouwen. Elektronische verzending van zorgdata vindt al lange tijd, ruim 20 jaar, plaats met gebruik van de EDIFACT-standaard. Vervanging door gebruik van XML vindt plaats. 

EDIFACT

Deze berichtenstandaard is al zo oude als de weg naar Kralingen. In 1987 kwam die op initiatief van de Verenigde Naties tot stand. Het is een acroniem van (United Nations) Elec­tronic Data Interchange for Administration, Commerce and Transport. XML wordt steeds meer gebruikt als alternatief voor EDIFACT. Hoewel de XML-bestanden groter zijn, zijn ze door hun structuur duidelijker om te lezen. EDIFACT is wijd verspreid en wordt dus veel ingezet, waardoor de vervanging van EDIFACT door XML niet of pas op de lange duur plaatsvindt. Ook in de zorg gaat die vervanging tamelijk langzaam. Vooralsnog maakt de berichtgeving van ziekenhuizen en laboratoria in veel gevallen gebruik van de EDIFACT-standaard. Ook de verhuisberichten, waarmee een huisarts hele huisartsdossiers bij verhuizing van patiënten naar de nieuwe huisarts elektronisch verzendt, maken er gebruik van.

Problemen  

Rond de eeuwwisseling was ik betrokken bij het opzetten van berichtenverkeer tussen het lokale ziekenhuislaboratorium en de huisartsen  met gebruikmaking van EDIFACT.  Van dichtbij zag ik toen wat de haken en ogen zijn bij het opzetten en onderhouden ven het berichtenverkeer. Intensief testen was destijds nodig om er zeker van de zijn dat laboratoriumuitslagen correct overkwamen. Uitslagen met daarin “groter dan” of “kleiner dan” tekens vormden lastige hordes. Het zeker kunnen zijn van het goed overkomen van het decimaalteken in een uitslag kostte nogal wat testwerk. Problemen leken soms raadselachtige oorzaken te hebben. Tot duidelijk werd dat men in het bericht de ASCII-code van een onzichtbaar(niet afdrukbaar) teken gebruikte. Bij de verhuisberichten van huisartsen, ook op EDIFACT-basis, bleek op een bepaald moment dat verschillende HIS-leveranciers, verschillende Unicode-tabellen gebruikten. Daardoor konden verhuisde zorgdata bij inlezen verminkt in het nieuwe HIS komen. Op 6 februari 2016 schreef ik er hier reeds over.

Chipsoft-HIX

Het probleem lijkt te spelen in de communicatie tussen het ziekenhuisinformatie-systeem(ZIS), Chipsoft/HIX, omdat de email van HONK expliciet het over HIX heeft. De kop van het bericht vermeldtStoring EDIFACT koppeling sinds HF 38.1 op 16 oktober 2020” hetgeen doet vermoeden dat aan de Chipsoft-kant er iets mis ging na een update. HONK meldt  dat het bericht wel correct in Chipsoft/HIX en in het zorgverlenersportaal staat, maar dat vereist controle van de huisarts van ingelezen EDIFACT-berichten in hun HIS met data in Chipsoft/HIX. Immers: het zorgverlenersportaal is de inkijkmogelijkheid van huisartsen in de Chipsoft-omgeving. Je moet bovendien het vermoeden hebben dat er iets niet klopt, want elk bericht dat binnenkwam in het HIS verifiëren in de Chipsoft-omgeving is uiteraard niet te doen. Uiteraard was dit probleem te voorkomen geweest als een update uitgebreid getest was op de consistentie van het doorgegeven bericht.

Omvang

Aangezien berichten met alleen lab-meetwaarden meestal kort zijn, minder dan zeventig tekens, doet het probleem daar zich niet voor. Dat is een geluk bij een ongeluk. Het is te hopen dat men aan de Chipsoft-kant vlot de oplossing voor dit probleem gevonden heeft. Een update kan dan zorgen voor het verdwijnen van een potentieel zeer vervelend probleem van verminking van de inhoud van een EDIFACT-bericht. Ik heb nog geen bericht gezien dat dit probleem nu opgelost is. Ook is het maar helemaal de vraag of dit alleen maar een probleem is dat alleen in Noord-Kennemerland speelt. Chipsoft-systemen zijn namelijk in heel Nederland in een groot aantal ziekenhuizen in gebruik.

W.J. Jongejan, 10 november 2020

Afbeelding van Jim Varga via Pixabay

 




Publieke greep naar de macht bij private VZVZ

greepDe elektronische zorgcommunicatie heeft op 5 november de Tweede Kamer voor VWS beziggehouden in een Verslag Algemeen Overleg(VAO). Dit na een AO(commissieverga-dering) op 8 oktober 2020 .Tijdens dat debat kwam er nog net geen motie om het Landelijk SchakelPunt(LSP) weer tot een overheidsproject te maken en ook net geen motie om weer een opt-out te onderzoeken voor spoed. Wel  was er  een motie, van mevrouw van den Berg(CDA), mede ondertekend door de heer Kerstens van de PVDA, om meer overheidsinvloed bij VZVZ te krijgen. Dit is de Vereniging van Zorgverleners Voor zorgcommunicatie, die verantwoordelijke is voor het LSP. Het is een private organisatie die georkestreerd door VWS in het najaar van 2011 ontstond na meerdere jaren publiek gemodder door het ministerie van VWS. In de motie vragen de opstellers om twee zetels voor de Patiëntenfederatie Nederland in het bestuur van VZVZ. Ook wil men een “onafhankelijk” voorzitter, te benoemen door de minister van VWS. Een greep naar de macht.

Machtsgreep  

Wat men indieners in de motie voorstellen is niet meer of minder dan een machtsgreep bij VZVZ als private organisatie door publieke macht. De Patiëntenfederatie Nederland vertegenwoordigt in de eerste plaats niet de Nederlandse burger en is niet een door patiënten gekozen organisatie. Men bestaat slechts bij de gratie van geld van VWS. Van de 15 miljoen euro inkomsten in 2018 kwam slechts 64.600 euro aan eigen contributie binnen. In hun opstelling is duidelijk te merken welke hand hen voedt. Het creëren van twee zetels in het bestuur van VZVZ voor de Patiëntenfederatie Nederland betekent invloed van VWS binnen het bestuur. Een “onafhankelijk” voorzitter, benoemd door de minister van VWS is natuurlijk ook een gotspe. Een soort toezichthouder van VWS bij een private vereniging.

Governance

VZVZ kent een algemene vergadering, een Raad van Toezicht en een Raad van Bestuur. De algemene vergadering heeft met 19 leden, waarvan er zeventien stemrecht hebben al vier stemhebbende leden van de Patiëntenfederatie. De Raad van Toezicht kent acht. De Raad van bestuur volgens het overzicht op de website van VZVZ slechts één, Adriaan Blankenstein. Het in de motie noemen van twee leden in het bestuur namens de Patiëntenfederatie is dan ook disproportioneel. Het is ook een poging tot publiek ingrijpen in een private vereniging.

Ingedaald

De motie kent een paar aardige regels. In de eerste plaats:

“overwegende dat het Landelijk Schakel Punt met bijbehorende voorzieningen nu draagvlak mist”  

Twaalf jaar na de oprichting van het LSP en ruim een half miljard euro aan zorggeld verder is dit eindelijk iets wat officieel toegegeven wordt. Critici weten dat al veel langer.

In de tweede plaats de volgende constatering:

“te doen wat kan om te zorgen dat er op korte termijn een end-to-end versleuteling komt”

Jaren terug constateerde ik al dat er geen sprake is van end-to-end-versleuteling bij berichtenverkeer over het LSP. Binnen de centrale LSP-computers is een verstuurd bericht met patiëntdata kortdurend onversleuteld aanwezig. Gezien de inrichting van het LSP en het feit dat men binnen die computers een spoedbericht wilde maken van de huisartssamenvatting kon dat ook niet anders. Blijkbaar is nu ook bij Kamerleden het besef ingedaald dat end-to-end-versleuteling noodzakelijk is.

Realisering end-to-end-versleuteling

Zoals vermeld is de opzet van het LSP-systeem zo dat het geen end-to-end-versleuteling kent. Bij zorgcommunicatie wordt het versleuteld zijn van de zorgdata bij het doorlopen van de hele communicatie door kenners al ruim tien jaar als noodzaak gezien, maar is het niet uitgevoerd bij het LSP. Guido van het Noordende schreef daar in 2010 een stuk over dat nog zeer actueel is. Ook Peter Rietveld schreef er op de website Security.nl destijds een lezenwaardige column over. De hele zaak over een andere boeg gooien betekent niets anders dan een systeemverandering. Dat zal zeker niet van een leien dakje gaan. Het  betekent een volledig andere systeemopzet. Het is te hopen dat de indieners van de motie volledig beseffen wat ze vragen. Overigens is end-to-end-versleuteling van elektronische communicatie van zorgdata wel de state-of-the-art manier van elektronisch communiceren nu.

Wat zien we hier gebeuren?

Bij het einde van het publieke bestaan van het LSP in 2011, toen de Eerste Kamer het wetsontwerp op het Landelijk-EPD afwees, stemde de EK in met de motie Tan die elke beleidsinhoudelijke, financiële en organisatorische bemoeienis van de regering met het LSP verbood. Al enige tijd zien we dat de regering en met name het ministerie van VWS zich in allerlei bochten wringt om toch weer greep op de zaken rond het LSP te krijgen. Zeer evident is dat als we kijken naar het reilen en zeilen van het Informatieberaad. Dat stuurt opgericht door VWS en gestuurd door VWS een koers die alleen als bedoeling heeft het LSP meer functionaliteit  en een breder gebruik te geven. Het blijft een zeer vreemde zaak dat iets wat eerst publiek georganiseerd en gefinancierd werd, privaat kon worden, waarna de overheid als publieke actor toch weer aan alle kanten, ook financieel, meestuurt aan die private club.

Over de motie moet nog gestemd worden. Dit verhaal zal uiteraard weer een vervolg krijgen.

W.J. Jongejan, 6 november 2020

Afbeelding van Tumisu via Pixabay

6 november 2020: tekstuele aanpassingen tgv misverstand mijnerzijds over wat AO en wat VAO was. Alinea “Motie” is verwijderd.  Toegevoegd zijn tweetal links over end-to-end-versleuteling uit 2010 met vermelding van de auteurs ervan.




Zorgverzekeraars Nederland blokkeert op Twitter inhoudelijke critici

ZorgverzekeraarsOnlangs ontdekte ik dat men Zorgverzekeraars Nederland(ZN) hun Twitter-account voor mij geblokkeerd hebben. Na een aantal jaren inhoudelijk kritiek op hun uitingen per tweet gegeven te hebben kiest ZN blijkbaar ervoor een kritische volger ongewis te laten over hun uitingen. Men kiest er niet voor om hoor en wederhoor op Twitter toe te passen. Men beseft bij ZN niet dat op Twitter tweerichtingsverkeer bestaat en dat wrijving ook glans geeft. Als ik gescholden had of onwelvoeglijke taal op Twitter geuit had, zou ik me er nog iets bij kunnen voorstellen. Dan zou Twitter misschien zelf al een eind aan de discussie gemaakt hebben. PR-matig is het handelen van ZN nogal dom. Blokkeren gebeurt met meer critici die op tweets van Zorgverzekeraars Nederland commentaar leveren. Her en der vang ik dergelijke berichten op van zittende en gepensioneerde huisartsen. ZN laat zich op die manier ontzettend kennen.

PR

Uit PR-oogpunt is het handiger om onwelgevallige kritiek te negeren en dood te zwijgen dan om nogal opvallend te gaan blokkeren. Hiermee laat ZN toch wel weten er lange en gevoelige tenen te hebben. Critici van ZN kennen elkaar van uitingen op Twitter. Dit gedrag van ZN valt dan al gauw op bij het uitwisselen van informatie. ZN als geen ander moeten beseffen dat hoge bomen nu eenmaal veel wind vangen.

Zo kan het ook

De laatste vijf jaren heb ik over een aantal organisaties en personen met betrekking tot de zorg(ICT) geschreven en gereageerd op hun Tweets. Dat ging om individuele zorgverzekeraars, soms topmensen ervan als Ab Klink, naast Nictiz, VZVZ, de Inspectie volksgezondheid en Jeugd etc. Geen ervan is ooit overgegaan op het blokkeren van mij. Blijkbaar leeft bij hen wel het besef dat bij in het openbaar ventileren van opvattingen het ook vrij normaal is dat die opmerkingen commentaar genereren. Dan kan positief of negatief commentaar zijn.

Geen éénrichtingskanaal

Het kenmerkende van Twitter als sociaal medium is dat het geen éénrichtingskanaal is. Op Twitter posten deelnemers hun tweet waarop andere tweeps reageren. Haar bestaansrecht ontleent Twitter juist aan de uitwisseling van gedachten. Zodra een organisatie als ZN gaat denken dat ze Twitter vooral als uithangbord kunnen gebruiken en alleen hen welgevallige tweeps hun uitingen laat lezen,  miskent men volledig de opzet van dit sociale medium.

 Niet effectief

Erg effectief is het blokkeren ook niet omdat ik anderszins schermafdrukken van interessante uitspraken van ZN via collegae en behulpzame Twitteraars toch wel ontvang. Het is al met al een bijzonder sneue wijze van opereren van ZN.

W.J. Jongejan,  4 november 2020

Afbeelding van succo via Pixabay met aanpassing WJJ