22 feb

CEO Philips bemoeit zich medische datacommunicatiewet in Eerste Kamer

courtyard-591425_640

In het dagblad de Telegraaf van vandaag staat een opvallend artikel over uitspraken van de CEO Frans van Houten over het wetsontwerp 33509 over de medische datacommunicatie. De behandeling ervan sleept zich in Eerste Kamer, omdat de minister van VWS voor een nogal discutabele inhoud ervan zorgde. Van Houten deed die uitspraken in de aanloop naar een grote conferentie over ICT in de zorg in Las Vegas, van 29 februari tot en met 4 maart in, de HIMMS.

Dit is de jaarlijkse conferentie van de Healthcare Information and Management Systems Society in de Verenigde Staten. Onder de kop: “Philips wil meer openheid patiëntinformatie” zegt van Houten dat zorgverleners makkelijke toegang moeten krijgen tot die informatie. Hij spreekt de hoop uit dat de Eerste Kamer het wetsontwerp 33509 aanneemt. Het is niet van eigen belang van Philips ontbloot.

Bezorgd

Toch is hij bezorgd over de afloop van de behandeling, want hij vermeldt dat bezorgdheid over privacy deze wet zou kunnen tegenhouden. Hij acht het wel oplosbaar en stelt dat deze problematiek goede zorg niet in de weg mag staan. Het echter zo dat in de Eerste Kamer, maar ook daarbuiten grote zorg bestaat over de privacy ten aanzien van medische gegevens van burgers als deze wet aangenomen wordt. Tussen de regels door geeft hij eigenlijk aan dat privacy de “vooruitgang” in de weg staat. De wet gaat in naam om alle vormen van medische datacommunicatie, maar is eigenlijk volledig geschreven om de het gebruik van het Landelijk SchakelPunt(LSP) voor die communicatie een wettelijke basis te geven. Er bestaan fundamentele bezwaren bij een groot aantal partijen in de Eerste Kamer over hoe één en ander door het ministerie van VWS in het wetsontwerp voorgesteld wordt.

Vergelijking

Van Houten komt nog met een vergelijking met het bankwezen en wijst op het internetbankieren. Het probleem is echter dat financiële informatie, hoewel die ook zeer gevoelig is, niet met medische informatie te vergelijken is. Medische data zijn bij een te grote openheid van een andere orde dan geldzaken. Er is nog een verschil: bij het internetbankieren hebben mensen zélf een pas. Het LSP doet het anders: naar analogie van dat model heeft de patiënt zelf geen PIN-pas maar vertrouwt hij/zij iedere bankmedewerker, die een pasje heeft en die zegt dat hij een bankier of bankmedewerker is, om voor u geld te pinnen. Dat wil de burger voor geld ook niet, laat staan voor medische data…

Resource-grabbing

De woorden van de topman van Philips zijn absoluut niet van eigenbelang voor zijn bedrijf ontbloot. Gemakkelijke beschikbaarheid van medische data is gezien de koers de Philips vaart geen vreemd oogmerk. Philips zet namelijk hoog in op het ontsluiten van big-data, het analyseren ervan en op basis daarvan producten in de markt zetten. Philips zet daarbij in op cloud-based data-analyse. De keuze wordt door het online Zorg-ICT-magazine als opvallend bestempeld. Dat is echter in genen dele het geval. Grote internationaal opererende bedrijven hebben dondersgoed door dat het gebruik en analyseren van big-data het nieuwe goud is. “Data-grabbing” is de nieuwste vorm van “resource-grabbing” die we in allerlei tijdperken in de geschiedenis gekend hebben. Telkenmale wordt gesteld dat de onderliggende data of geanonimiseerd of gepseudonimiseerd zijn, maar helaas blijkt maar al te vaak dat met ICT-inspanningen toch te herleiden zijn tot mensen van vlees en bloed.

Philips heeft een samenwerkingsverband met de verzekeraar Allianz uit Duitsland. Op basis van die samenwerking bespaart Allianz geld volgens Philips, omdat verzekerden meedoen met levensstijl- en rugklachtenprogramma’s en zo gezondheidswinst boeken. Philips registreert met sensoren de lichaamsfuncties en analyseert die in de cloud. Waarschijnlijk krijgen de bij AlLianz verzekerden op basis van hun medewerking korting op hun verzekeringen. Het doet een beetje denken aan het autorijden met een registratiekastje voor het rijgedrag waarbij verzekerden dan korting op de premiekrijgen. De vraag is bij dit alles of dit soort ontwikkelingen wel echt wenselijk zijn.

Opvallend

Verbazingwekkend is dat van Houten in de Telegraaf de hoop uitspreekt dat de Eerste Kamer de wet aanneemt, waardoor de patiënt niet meer per zorgverlener maar per categorie van zorgverlener goedkeuring kan geven om informatie te delen. In de voorliggende wet 33509 is nooit sprake geweest van het geven van goedkeuring per zorgverlener, maar werd voorgesteld om het per categorie te doen middels een systeem van het aan- en uit zetten van zorgverleners-categorieën. In de laatste verwikkelingen rond het wetsontwerp wil de minister van VWS dat aan- en uitzetten juist drie jaar uitstellen vanwege uitvoeringsproblematiek. Correcte uitwisseling van medische gegevens met behoud van privacy geschiedt alleen, wanneer bepaald kan worden, welke (beperkte) informatie voor een specifiek gekend doel mag worden verstrekt aan een gekende derde. Dat kan bijv. met de Whitebox, maar niet met het LSP. Van Houten toont zich met zijn uitspraken wel heel erg duidelijk een voorstander van het wijd opstellen van medische dossiers.

De uitspraak van de topman van Philips acht ik in het debat rond het wetsontwerp geen verstandige.

W.J. Jongejan

22-02-2016  18.37u Aanvulling alinea Vergelijking WJJ

 

3 thoughts on “CEO Philips bemoeit zich medische datacommunicatiewet in Eerste Kamer

  1. Pingback: Karin Spaink op het Piratenfestival - Piratenpartij Amsterdam

  2. Pingback: De wondere wereld van Philips - Sargasso

  3. Een gevaarlijke ontwikkeling is dat door het privacybeleid er overal toestemming voor gegeven moet worden. Omdat die toestemming zelden volledig is, bij het LSP moet elke bron toestemming tot delen hebben, kunnen we er niet vanuit gaan dat we over de juiste, complete informatie beschikken. Als er dan beslissingen genomen worden op basis van incomplete informatie kan dat vervelend aflopen. De behandelaar moet dus duidelijk weten dat zijn beslissingen niet altijd stevig gefundeerd en dus te verantwoorden zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *