Herzien wetsvoorstel zorgfraude maakt toch rondpompen medische informatie mogelijk

herzien Op de laatste dag voor het zomerreces kreeg de Tweede Kamer van de minister van VWS het wetsvoorstel ter bestrijding van zorgfraude. Het gaat om het  herziene wetsvoorstel Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg.et|Het Het wetsnummer is 35515. Het is herzien omdat eerder in 2018 een internetconsultatie-ronde plaatsvond, die niet bijster goed afliep voor Hugo de Jonge, minister voor VWS. Het leverde hem een storm van kritiek op vanwege het grootschalig willen doorbreken van het medisch beroepsgeheim. Hij kreeg er zelfs de de Big Brother Award 2018 van Bits of Freedom voor. Destijds introduceerde dit wetsvoorstel een wettelijke verplichting voor gemeenten, Wlz(Wet langdurige zorg)-uitvoerders en zorgverzekeraars om elkaar tot personen herleidbare patiëntgegevens te verstrekken ter bestrijding van fraude in de zorg. In de herziene versie staat dat geen gegevens verzameld worden die onder het medisch beroepsgeheim vallen. Toch kan men met de wet in de hand medische gegevens uitwisselen. 

Heisa

Los van dat men bij fraudebestrijding het medisch beroepsgeheim wilde doorbreken had het concept-wetsontwerp in de consultatieronde nog meer vreemde eigenschappen. Zo bevatte het wetsontwerp dat over zorgfraude ging geen definitie van het begrip zorgfraude zelf . Het aantal instanties waartussen de onder het medisch beroepsgeheim vallende informatie kon worden uitgewisseld was bijzonder groot. Het betrof het CIZ(Centrum Indicatiestelling Zorg), de gemeenten, de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst(FIOD), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Inspectie SZW, particuliere ziektekostenverzekeraars, de rijksbelastingdienst, de Sociale Verzekeringsbank, Wlz-uitvoerders, de zorgautoriteit en zorgverzekeraars.

Sneaky

In het nu herziene wetsvoorstel 35515 staat in artikel 1.2:

Op grond van deze wet worden geen gegevens over gezondheid verstrekt indien op deze gegevens een geheimhoudingsplicht rust als bedoeld in artikel 457 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 88 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.”

Dat lijkt het doorbreken van het medisch beroepsgeheim uit te sluiten. Wie nu denkt dat er dus geen medische gegevens uitgewisseld komt bedrogen uit. In de Memorie van Toelichting bij 35515 staat op pagina 31 onder hoofdstuk 5.3 echter het volgende:

“Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat indien een zorgbehoevende daarvoor toestemming geeft, mogelijk wel gegevens waarop het medisch beroepsgeheim rust zouden kunnen worden uitgewisseld”.

An offer you can’t refuse

Een zeer bekende scene uit de film de Godfather l waar Don Vito Corleone bevat de beroemde woorden: “I’m gonna do him an offer he can’t refuse”. Dat speelt uiteraard bij de vraag aan een patiënt als men bij fraudebestrijding vraagt/aandringt of die bereid is zijn/haar toestemming te geven om medische data te delen. Dat delen gaat dan om het uitwisselen van die medische data tussen de samenwerkingspartners die in het huidige wetsvoorstel 35515 beschreven staan. Dat gaat dan om het CIZ, de colleges van B&W van gemeenten, de IGJ, inspectie SZW, de rijksbelastingdienst, waaronder de FIOD, de zorgautoriteit en de zorgverzekeraars. Er zijn vele manieren mogelijk om een patiënt te doen bewegen toestemming te geven de medische data te doen uitwisselen met en tussen vele instituties. Al was het maar met een opmerking dat als men dat niet doet de patiënt zelve onderwerp zou kunnen worden van fraudeonderzoek.

Verkeerde notie van opheffen medisch beroepsgeheim    

Het medisch beroepsgeheim betreft informatie die is gewisseld tussen arts en patiënt. De houder van het beroepsgeheim is de arts op wie deze plicht rust krachtens artikel 457 van het Burgerlijk Wetboek(boek 7) of artikel 88 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. Artikel 1.2 in het wetsvoorstel over bestrijding van zorgfraude mag dan wel zeggen dat geen gebruik gemaakt wordt van gegevens over gezondheid als op die data een geheimhoudingsplicht rust. Toch zegt de minister zorgdata uit te willen wisselen als de patiënt toestemming geeft. Daarbij kan men zich gelijk afvragen wie de medische gegevens dan aanlevert aan de onderzoekende instanties: arts, of patiënt. De arts kan met toestemming van de patiënt om zorgdata met niet-behandelaars te delen  nimmer gedwongen worden om het beroepsgeheim te doorbreken door zorgdata aan te leveren. De patiënt heeft bij aanlevering van zorgdata geen zicht over het verspreidingsgebied.

Plicht arts

Wat betreft de toestemming van de patiënt om zorgdata te delen met niet-behandelaars dient men te beseffen dat die toestemming het medisch beroepsgeheim niet noodzakelijkerwijs opheft. Een arts heeft de plicht zich af te vragen of het beschikbaar stellen van zorgdata aan derden wel in het belang is van de patiënt zelf. De geheimhouder kan dan ook eigenstandig beslissen het beroepsgeheim over bepaalde zorgdata niet op te heffen.  Door toch gebruik te willen maken van medische informatie door die uitgebreid te gaan uitwisselen met instanties komt het artikel 1.2 zeer hypocriet over.

Minister Hugo de Jonge heeft weer een onvoldragen wetsontwerp aangeleverd.

W.J. Jongejan, 8 juli 2020

Afbeelding van chitsu san via Pixabay

Het wetsvoorstel Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg

De memorie van toelichting

Advies van de Raad van State

Nader rapport van VWS op advies Raad van State