25 mei 2015

Overheid oorzaak van geringe zorginhoudelijke ICT-ondersteuning van huisartsen

image_pdfimage_print

 

 

 

binary-503589_640Ook geplaatst op www.huisartsvandaag.nl op dinsdag 26 mei 2015.

De huisartsen in Nederland hebben de praktijkautomatisering al in een vroeg stadium voortvarend ter hand genomen. Er is geen huisarts meer te vinden die de medische gegevens van de patiënten op papier vastlegt. De verschillende Huisarts Informatie Systemen(HIS-sen) maken voortdurend veranderingen door. De producenten hebben  daarvoor programmeercapaciteit beschikbaar, die helaas al ruim acht jaar niet  zo ingezet kan worden dat de kwaliteit van het  huisartsgeneeskundig handelen  door ICT-ondersteuning er sterk op vooruit gaat.

Probleem

De programmeercapaciteit van de HIS-leveranciers zou voornamelijk ingezet  moeten kunnen worden voor het zogenaamde zorginhoudelijke programmeren. Hiermee bedoel ik het verbeteren van de ondersteuning van het primaire proces: de zorgverlening aan de patiënt. Sinds medio 2005  wordt deze capaciteit echter voor een groot deel in beslag genomen door maatregelen die door de overheid bepaald worden. Die maatregelen hebben veelal een administratieve achtergrond en hebben met het primaire proces in de huisartspraktijk weinig te maken. Maar al te vaak kennen die overheidsbesluiten een lang discussietraject waardoor besluiten kort voor een deadline genomen worden. Zo kan het jaar op jaar voorkomen dat de Nederlandse Zorgautoriteit(NZa) eind december met een nieuwe tariefbeschikking komt die op 1 januari moet ingaan. Veelal ontvangt de huisarts van de HIS-leverancier de tarief-update enkele dagen voor de jaarwisseling en moet deze voor die datum op de computer installeren. De mate waarin de programmeercapaciteit voor overheidsmaatregelen ingezet moet worden is onvoorspelbaar. Bij de tarief-beschikking weet men nog dat die altijd in december komt en voor de jaarwisseling geïnstalleerd moet zijn, maar ander overheidsingrijpen is qua aard en omvang vaak grillig. Het aanstellen van extra programmeurs door HIS-leveranciers is op die basis dan ook economisch onverantwoord.

Majeure veranderingen

Sinds medio 2005 is er sprake van een groot aantal administratieve veranderingen in de zorg. De nieuwe zorgwet die op 1januari 2006 van start ging kende grote inspanningen van de HIS-leveranciers om de HIS-sen er gereed voor te maken. Ik herinner me een periode eind 2005. In enkele maanden tijd moesten acht updates uitgevoerd moesten worden om mijn HIS zorgwet-proof te maken.

Na het invoeren van de zorgwet kwam het invoeren van het Burgerservicenummer, daarna kwam de invoering van het Landelijk SchakelPunt. Door verandering van het toestemmingsprincipe (opt-in i.p.v. opt-out) moest daar begin 2013 weer extra voor geprogrammeerd worden.

Begin 2014 zat een wijziging van de honoreringsstructuur van huisartsen in de pen die op 1 januari 2015 moest ingaan. Het ging om de implementatie van de honoreringssegmenten 1, 2 en 3. Om het programmeren in goede banen te kunnen leiden moesten de HIS-leveranciers voor 1 juli 2014 weten welke specificaties die nieuwe structuur had om de huisarts in staat te stellen per 1 januari 2015 correct te kunnen laten declareren. In het tweede half jaar van 2014 is daarom door de HIS-leveranciers veel tijd besteed om dit in te bouwen in de huisarts-informatie-systemen.

Aanpassingen van die systematiek zullen ook weer programmeercapaciteit vergen.

LSP

De Eerste Kamer worstelt al enige tijd met het wetsontwerp 33509, genaamd Wijziging van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens). Na een hoorzitting van veldpartijen( KNMG, LHV, VPHuisartsen, de heer van ’t Noordende van de UvA, NPCF, Nictiz, VZVZ en RVZ) zijn alle fracties zich gaan realiseren dat het uitvoeren van het wetsontwerp de facto onuitvoerbaar is. Bij gebruik van het Landelijk Schakel Punt(LSP) moet volgens dit wetsontwerp bij elke patiënt in het medisch dossier naast de generieke(algemene) toestemming om de gegevens opvraagbaar te maken voor een andere zorgaanbieder ook vastgelegd worden welke groepen zorgaanbieders uitgesloten moeten worden. Dat betekent het zetten van vele vinkjes per patiënt in een HIS. De HIS-sen hebben echter  thans alleen de mogelijkheid om de generieke toestemming vast te leggen. Het programmeren van de differentiering van die toestemming per zorgaanbiederscategorie bij onverhoopte invoering weer extra programmeercapaciteit vergen.

Belemmering

Het intelligent inzetten van ICT in de huisartsgeneeskunde wordt door velen als een must gezien. Mede door internationale contacten leven er bij huisartsen veel gedachten hoe dat fraai vormgegeven kan worden. Dit proces dat door de HIS-leveranciers gefaciliteerd moet worden, kent een meer dan forse belemmering door voornoemd overheidsingrijpen.

Wil de huisartsgeneeskunde toekomstbestendig blijven dan zal de ICT-ontwikkeling op dat vlak ook de kans moeten krijgen op een normale wijze door te groeien.

Het is daarom belangrijk dat een overheid die de mond vol heeft over het stimuleren van slimme technologie zich ook realiseert dat door haar eigen handelen in hoge mate de ICT-ontwikkeling in de huisartsgeneeskunde belemmerd wordt.

W.J. Jongejan

Beschikt over het gebruik van het huisartsinformatiesysteem: MicroHIS en ondersteunt daarmee de leden van de MicroHIS-gebruikersvereniging OREGO

Dit artikel verschijnt ook op www.huisartsvandaag.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.