15 jul 2016

Plotse politisering kan onverhoeds ondergang LSP betekenen

image_pdfimage_print

road-sign-1280243_640

Plotselinge grote aandacht vanuit de politiek voor het Landelijk SchakelPunt(LSP) kan in de ogen van de mensen die betrokken zijn bij het invoeren van het gebruik ervan onverhoeds de doodssteek worden. Media worden met argusogen bekeken en landelijke, maar ook regionale contacten met dagbladen worden gemeden. Dat zijn enkele conclusies uit een recent onderzoek van twee sociologen van de Universiteit van Amsterdam. In het maartnummer van het online-magazine Sociologie publiceren Tim ten Ham en Christian Broër een zeer interessant artikel over het Landelijk SchakelPunt, genaamd “Risico’s vermijden door depolitisering”. Het uitgebreide artikel gaat diepgaand in op de wijze waarop de introductie van de private vorm van het LSP plaats vond na het echec van de poging tot invoering van het Landelijk Elektronisch PatiëntenDossier(L-EPD) door de politiek. Risico’s worden door de depolitisering vermeden, maar het zorgt wel voor bedenkelijke marketingstrategieën bij pogingen zorgaanbieders te doen aansluiten op het LSP en opt-in-toestemmingen van burgers te verkrijgen. Aan het slot van het stuk vragen de auteurs zich ook af of de manier waarop het LSP momenteel wordt ingevoerd vanuit democratisch oogpunt gerechtvaardigd is.

Analyse

In een diepgaande analyse over netwerkbestuur en wilsvorming geven de auteurs aan dat de invoering van het LSP plaats vindt in wat wel een governance-netwerk wordt genoemd. Dit verwijst naar een verplaatsing van de politiek naar de buitenparlementaire praktijk. Het marktgeoriënteerde beleidsarrangement waarbinnen het LSP tot stand komt neemt daardoor de facto politieke besluiten, echter buiten de directe invloed van de overheid. De auteurs gaan in het beschrijven van het beleidsarrangement nog iets verder door het te benoemen als “governmentality” hetgeen opgevat moet worden als een specifieke bestuursmentaliteit, waarin macht zodanig uitgeoefend wordt via dat wat door de betrokkenen als vrije wil ervaren wordt.

Methodiek

Met behulp van semigestructureerde interviews werden medewerkers van de Vereniging van Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie(VZVZ), verantwoordelijk voor het LSP, directeuren van Regionale SamenwerkingsOrganisaties(RSO’s), projectleiders LSP en een medewerker van de Landelijke HuisartsenVereniging(LHV) en Nederlands HuisartsenGenootschap(NHG) ondervraagd. De RSO’s zijn regionale organisaties met huisartsen en apothekers die in nauwe samenwerking met VZVZ de invoering van het LSP voor hun rekening nemen. Ook werden documenten van VZVZ, zoals brochures, onderzocht en informatiebijeenkomsten bezocht.

Depolitiseren

Beleidsmakers bij VZVZ zijn zich er sterk van bewust dat succesvol gebruik van het LSP in de toekomst nog onzeker is, melden de auteurs. Het draagvlak is fragiel en het risico op mislukking ligt nog steeds op de loer. De auteurs tonen in het artikel ook aan dat de huidige implementatie van het LSP er op ingericht is om een dergelijk scenario te voorkomen. Ze hebben in dit artikel in het bijzonder gekeken hoe de invoering van het LSP precies vorm krijgt. Dit gebeurt namelijk door

1. de technologie op velerlei manieren te depolitiseren,

2. in te werken op gevoelens van professionals

3. mensen vooral als patiënten en niet als burgers te benaderen.

Verleiding, bewerken van gevoelens en het individueel ‘ontzorgen’ en monitoren zijn concrete machtstechnieken specifiek gericht op professionals om hen met de technologie te laten werken. Het gebrek aan politieke legitimiteit is dus niet opgelost door bijvoorbeeld een eenduidige visie op het LSP te formuleren, maar door in te zetten op een ogenschijnlijk apolitieke, marktgeoriënteerde strategie die een subtiele vorm van machtuitoefening over zorgverleners en burgers mogelijk maakt.

Verleidingstechnieken

Om huisartsen en apothekers te doen aansluiten op het LSP bleek het inzetten van financiële verleidingstechnieken(subsidie, vergoeding voor mate van deelname patiënten) onvoldoende te werken. Daarom worden implementatiemanagers de regio ingestuurd die laagdrempelig een “objectief” verkoopverhaal vertellen. De bedoeling is het verleiden van zorgverleners en het wegnemen van principiële bezwaren. Bij de uitingen richting huisartsen en apothekers wordt aan emotiemanagement gedaan: hoe gevoelens van zorgverleners bewerkt worden. Om met name de huisartsen binnen boord te krijgen en te houden is gekozen voor het met kleine stapjes implementeren van functies met het LSP. Een te snelle aansluiting van andere zorgaanbieders dan huisartsen en apothekers zou de weerstand om deel te nemen vergroten. De kern van de strategie is dat het LSP niet verplicht wordt door overheid of zorgverzekeraars, maar dat zorgprofessionals elkaar gaan aanspreken op hun verantwoordelijkheid met het LSP aan de slag te gaan. Zorgaanbieders worden “ontzorgd” met voorlichtingspakketten en brochures en individueel begeleid. Regelmatig wordt met hen contact opgenomen met de vraag: “Hoe gaat het er mee? Lukt het?” De auteurs stippen ook, gelardeerd met twee foto’s de taartenactie aan. Praktijken die veel opt-in-toestemmingen verwierven in een periode kregen een “opt-in-taart”. De conclusie is dat medewerking aan het LSP geen gegeven is maar door projectleiders actief bewerkstelligd moet worden.

Opt-in-vraag

Zeer negatief oordelen de auteurs over de machtsstrategie van het bewust door VZVZ niet benaderen van de burger d.m.v. grote landelijke campagnes. VZVZ kiest bewust voor het vragen van de opt-in-toestemming aan de zieke burger, de patiënt, op het moment dat die het zwakst is. Dat is op het moment dat deze hulp zoekt bij een zorgaanbieder. Patiënten worden alleen geïnformeerd over de mogelijke gezondheidsrisico’s als ze geen toestemming willen geven. Veiligheid en privacy worden op dat moment als irrelevant gepresenteerd, waarbij voortdurend benadrukt wordt dat het LSP geen centrale database is waarin data worden opgeslagen. VZVZ wil ook de informatiestroom naar de patiënt controleren en ontmoedigt zorgaanbieders eigen nieuwsbrieven of toestemmingsformulieren te maken. Doordat VZVZ stuurt op de medewerking van professionals stellen de auteurs dat de burgers zo veel mogelijk afzijdig worden gehouden tijdens het implementatieproces van het LSP.

Politieke speelbal

De auteurs geven aan dat het van groot belang is voor VZVZ en het LSP dat men zich buiten het blikveld houdt van het democratische en controlerende oog van de openbaarheid. Zo waant men zich veilig want plotselinge politisering van de technologie kan onverhoeds de ondergang van het LSP betekenen. Een RSO-directeur zegt hierover:

“Als het een politieke speelbal blijft, en er gaat een keer iemand zeggen: nu ismijn politieke doel om het te laten stoppen. Dat is natuurlijk gevaarlijk. Als Geert Wilders het dadelijk voor het zeggen krijgt en het is op dat moment echt een politiek issue, het is nu politiek niet echt mega-interessant, maar het kan met gemak opborrelen […] en het komt op de agenda […] en dat is best makkelijk te doen. Tover drie mensen die hun gegevens bij de verzekeraar hebben liggen en het staat weer boven in de krant. […] Geert Wilders kan het killen. Dan zal het worden gekild en dat kan. De overheid kan zeggen: ik gelast het CBP [College Bescherming Persoonsgegevens] (nu Autoriteit Persoonsgegevens, WJJ)tot een onderzoek, dan doet het CBP ineens een onderzoek en dan zeggen ze: er zitten toch wel wat haken en ogen aan: killen.”

Dit fragment en andere aanwijzingen geven duidelijk aan dat men binnen VZVZ zelf ook dondersgoed weet dat het LSP nog steeds aan een zijden draadje hangt. Het lot kan zich plotseling tegen hen keren. De auteurs besluiten hun artikel met de vraag of de manier waarop het LSP momenteel wordt ingevoerd vanuit democratisch oogpunt gerechtvaardigd is.

Dat laatste zou de politiek zich toch moeten aantrekken en dan………..

W.J. Jongejan

 

 

 

 

5 reacties op “Plotse politisering kan onverhoeds ondergang LSP betekenen

  1. Pingback: 15/7/16 | Platform Bescherming Burgerrechten

  2. Ik heb het artikel van de heren Ten Ham en Broër nog niet gelezen, dus met dat voorbehoud. Terug naar de basis: huisartsen (en apothekers, maar daarover heb ik het nu niet) willen minder ANW-diensten draaien. Hiervoor zijn de Huisartsenposten opgericht, met per HAP tientallen tot honderden huisartsen-deelnemers, pas nadat de financiering door verzekeraars geregeld was, aan het begin van deze eeuw. Randvoorwaarde was wel dat het dossier van de waar te nemen patient opvraagbaar is uit het EPD van de eigen huisarts van de patient. Via hun (veruit) grootste beroepsvereniging LHV bepleitten de huisartsen hiervoor de instelling van een nationale dienst, die na veel gedoe het LSP, bestuurd door de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie geworden is. De huisartsen hebben dus gekregen wat ze wilden. Niet iedereen hoeft het eens te zijn met het ontwerp en de techniek van het LSP, maar het zou de beroepsgroep sieren als er verantwoordelijkheid werd genomen voor het eigen beleid, zeker in het licht van het feit dat de voordelen van de grootschalige waarneming bij diezelfde huisartsen terecht komen.
    In het artikel wordt van de initiator van deze blog, en naar het zich laat aanzien ook van de auteurs zoals eerder genoemd, wordt deze historische context volledig genegeerd. De totstandkoming van het LSP wordt gepresenteerd als een top-down project, waarin abstracte begrippen als macht, politiek, tactieken e.d. centraal staan in een megalomaan project om ons allemaal aan een landelijk EPD te helpen. Het staat onderzoekers natuurlijk vrij om hun eigen perspectief te kiezen, maar zij moeten hun onderzoek wel zodanig inrichten dat zijn geen selectieve resultaten bereiken. Het citaat van de RSO-directeur komt op mij, als RSO-leidinggevende, ook selectief over. Wat je ook van het LSP vindt, voor de noodzakelijke uitwisseling van dossiers in grootschalige huisartsenwaarneming is het momenteel de enig werkende oplossing. Als het anders moet kan dat voorlopig alleen via de verdere ontwikkkeling van het LSP. Huisartsen moeten daarbij als beroepsgroep niet voor hun verantwoordelijkheid weglopen. Al het andere is wishful thinking.

      • Beste Erik? Huisman,

        Het verdient altijd aanbeveling om bij het geven van een reactie op een blog dat een samenvatting met commentaar vormt van het artikel van Ten Ham en Broër allereerst het oorspronkelijk artikel van hen te lezen. De context van het citaat van de RSO-directeur wordt dan een stuk helderder. In het artikel van de auteurs staat ook de wijze waarop de LHV betrokken is geraakt bij de doorstart van wat eerder het L-EPD heette. De redenatie uwerzijds is dat “de huisartsen” bij monde van de LHV om een landelijk systeem à la het LSP gevraagd hebben klopt van geen kant en verdraait de wekelijke gang van zaken. Huisartsen zijn altijd voorstander geweest van regionale communicatiestructuren en hadden daarvoor OZIS-kringen. Om de huisartsen ter wille te zijn en enige mate van medewerking te krijgen van hen heeft VZVZ nota bene contre coeur een regionalisatie ingevoerd. Ik kan me de woorden daarover van Edwin Velzel destijds nog woordelijk herinneren. OZIS was aan de oude kant en behoefde verbetering maar er is nooit serieus een poging gedaan dat aan de eisen van de tijd aan te passen. Ook is er nimmer gekeken of de proportionaliteit(kan het een onsje minder dan met de LSP-systematiek) en subsidiariteit(kan het met iets anders dan het LSP) wel voldoende zijn bekeken. OZIS werd/wordt beheerd door voornamelijk HIS-leveranciers, die al in een vroeg stadium in de leveranciersraad van VZVZ vertegenwoordigd werden. Daardoor was de onafhankelijkheid van de OZIS-leiding niet gegarandeerd. Na het echec van het L-EPD heeft minister Schippers door een kunstgreep, namelijk door een motie van het Tweede Kamerlid Anne Mulder, het LSP richting koepelorganisaties geduwd. Ik vermag niet in te zien waarom de huisartsen of de LHV hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor een systeem dat zowel qua ontwerp als qua functioneren veiligheids- en privacyrisico’s kent. Uw redenatie komt er op neer om het LSP te accepteren als een fact of life, een fait-accompli, omdat het de enige werkende oplossing is voor zorgcommunicatie. Er zijn wel degelijk andere oplossingen mogelijk zoals bijv. het Whitebox-systeem, doch dat heeft geen ruim 350 miljoen kostend systeem gratis toegeschoven gekregen van het ministerie van VWS. U noemt het citaat van de RSO-directeur selectief en stelt daarnaast dat het onderzoek ook selectief was. Wat opvalt is dat elke keer dat er kritische gekeken wordt naar het LSP die kritiek weggezet wordt als selectief en vooringenomen. Het bevordert niet een volwassen discussie.

  3. Goed verhaal en ik denk dat de strekking helemaal juist is: politisering zal de ondergang van het LSP betekenen, net zoals eerder de voorganger, L-EPD, ook door de politiek (weliswaar op het nippertje) is tegengehouden.
    Het verhaal van Jongejan toont duidelijke overeenkomsten met het proces rond de EU. Een bepaalde elite wil iets, vindt iets goed voor de burger, maar een groot deel van die burgers wil dat helemaal niet. Ook daar zien we zich steeds toenemende tegenkrachten ontwikkelen, tegenkrachten die door de EU worden weggezet als fout, als populistisch. Maar het zijn wél tegenkrachten die het volk vertegenwoordigen. Zo ook met het LSP. De rode alinea beschrijft de terechte vrees van de LSP-elite: het is inderdaad niet ondenkbaar dat Wilders aan de macht komt en reken er maar gerust op dat het LSP dan niet door zal gaan.
    VZVZ en LHV, twee gremia die denken te weten wat goed is voor de eenvoudige burger/patiënt en andersdenkenden niet serieus nemen. En, net als de EU-elite, andersdenkenden die ook nog eens opponeren, eigenlijk beschouwen als simpele zielen, die (nog) niet weten wat goed voor hen is.
    Zoals uit Jongejans artikel blijkt, het zal niet verbazen, als de wal het schip zal keren en er op velerlei terrein binnen niet afzienbare tijd een geheel andere koers zal worden gevaren.

    Cees Dekker, huisarts in Nieuw-Zeeland, behorende tot dat deel der burgerij, dat door de Pechtoiden in de Nederlandse politiek als laaggeschoold, onwetend en -ach-ze-weten-niet-beter- politiek fout wordt gezien.

  4. Een mooi regionaal voorbeeld van het inspelen op de gevoelens van professionals om de opt-in scores te maximaliseren, is het laten winnen van slagroomtaarten indien jouw praktijk de snelst groeiende is mbt het scoren van opt-in formulieren. Deze ‘zoete vertrutting’ wekt enerzijds de lachlust op maar geeft anderzijds aan op welke gedepolitiseerde wijze academisch opgeleide professionals zich laten manipuleren.
    Maar, best wel lekker natuurlijk zo’n taart……toch ook maar eens aansluiten?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.