Regering poogt horror big-data-wet door parlement te jagen in corona-tijd

horrorHet lijk van de wet SyRI(Systeem Risico Indexatie) staat na afserveren door de rechter nog koud  boven de grond als de veel verder gaande opvolger al weer klaar staat. Het gaat om het ontwerp Wet Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden(WGS) dat op 29 april aan de Tweede Kamer gestuurd werd. Het nummer van het wetsontwerp is 35447.  In september 2018 toen het wetsvoorstel ter internetconsultatie voorlag besteedde ik er op deze website in twee artikelen al aandacht aan. Na een werkelijk vernietigend commentaar van de Raad van State(RvS) in  november 2019 paste het ministerie van Justitie en Veiligheid de wet aan. Cosmetisch dan, wel te verstaan. In naam volgden ze een aanbeveling die de RvS had gedaan om tot een alternatief te komen, maar de facto stellen die aanpassingen niets voor. Het aangepaste wetsontwerp maakt een verregaande surveillancestaat mogelijk. De overheid wil zich bevoegdheid toe eigenen die strijdig zijn met de grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Reikwijdte van de wet

Het doel van de wet is om fraude en ((gevolgen van) zware criminaliteit beter op te sporen. Om dat te bereiken wil men data van vele overheidsinstellingen onderling koppelen maar ook van private partijen zoals banken, verzekeraars, etc. Onder de private instellingen vallen ook de Zorg- en Veiligheidshuizen, waarin mensen werken die gehouden zijn aan een medisch beroepsgeheim. De wet is een kaderwet, waarbij belangrijke onderdelen later met een Algemene Maatregel van Bestuur(AMvB) ingevoegd worden.

Afwijzing Raad van State

De RvS heeft een tweetal zeer principiële afwijzingsgronden. Ten eerste acht men de kaderwet niet effectief omdat de voorgestelde regels een te ruime reikwijdte hebben en te weinig specifiek zijn. De verantwoordelijkheid komt te liggen bij alle deelnemers van een samenwerkingsverband gezamenlijk en is daardoor niet duidelijk belegd. In de tweede plaats vond de RvS het wetsontwerp niet voldoen aan de eisen van artikel 10 van de Grondwet. Dat artikel beschermt het recht op eerbiediging van de persoonlijk levenssfeer. De RvS wijst het wetsontwerp af en doet enkele suggesties voor aanpassingen. Aanpassingen maakt het ministerie daarna in het nu voorliggende wetsvoorstel 35447, maar dat zijn slechts cosmetische. Zo suggereerde de RvS om een beperkt aantal samenwerkingsverbanden te nemen of clusters. Dat volgde het ministerie, maar tegelijkertijd maakte het de clusters zeer groot. Daarnaast bouwde men in het wetsvoorstel een artikel in om per AMvB nieuwe samenwerkingsverbanden te kunnen maken. Dat staat in artikel 3 van de wet.

Listigheid

De vier samenwerkingsverbanden zijn 1. Het Financieel Expertise Centrum(FEC), 2. De infobox Crimineel en Onverklaard Vermogen(iCOV), 3. De Regionale Informatie- en Expertise Centra(RIEC) en 4. De Zorg- en Veiligheidshuizen. In die laatste werken justitie, zorg en bestuur samen bij de aanpak van complexe problematiek rond overlast, huiselijk geweld en criminaliteit. In elk van die clusters zitten veel instituties die in de aangepaste wet limitatief beschreven staan. MAAR, bij elk van die cluster staat in de aangepaste wet:

“Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere overheidsorganen of overheidsinstanties of private partijen als deelnemer worden aangewezen, voor zover dat noodzakelijk is voor het doel, bedoeld in artikel 2.17, en het om daarbij beschreven specifieke verwerkingen of onderdelen daarvan gaat.”

Het staat in art.2.3h, in art. 2.11j, in art.2.19.3 en art. 2.27.5 voor elk van de hierboven beschreven clusters. Die limitatieve opsomming is helemaal niet zo eindig als ze lijkt.

Zorg- en Veiligheidshuizen

Om een voorbeeld te geven over de omvang van  een samenwerkingsverband geef ik de schrikwekkende opsomming van de vierde cluster die ik hierboven beschreef: de Zorg- en Veiligheidshuizen.  Daar werken veelal BIG-geregistreerden die vallen onder het medisch beroepsgeheim. Op voorhand is er dan sprake van conflictueuze situaties.

Omvang cluster 4

De beschreven cluster bevat, schrik niet:

Raad van de Kinderbescherming, Dienst Justitiële Inrichtingen, politie, Openbaar Ministerie, de burgemeester, het college van B&W, de GGD. Met als private partijen daar: de reclassering, het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, de uitvoerenden van jeugdreclassering en kinderbeschermingsmaatregelen, de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg die werkzaamheden verricht, bedoeld in de artikelen 1:1 en 2:1 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, artikel 1.1 van de Wet forensische zorg, de artikelen 1 en 5 tot en met 9 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, artikel 1.1 van de Jeugdwet, de artikelen 1.1.1 en 2.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of een behandeling uitvoert uit hoofde van een behandelingsovereenkomst, bedoeld in artikel 446 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Plus nog de instellingen die in opdracht van het college van burgemeester en wethouders werkzaamheden verricht ter uitvoering van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de artikelen 2.3 en 2.4 van de Jeugdwet, artikel 7 van de Participatiewet of artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

Strijdigheid met grondwet

In het stuk waarin de minister van J&V aan de Kamer uitlegt hoe ze na het advies van de RvS de wet aanpaste rept men totaal niet over de strijdigheid met artikel 10 van de Grondwet. De keren dat het woord “Grondwet “voorkomt betreft het alleen citaten uit de tekst van de RvS. Ook de strijdigheid met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens komt nergens aan bod.

Horror-wet

ravenWat het kabinet met dit wetsontwerp wil optuigen is een verregaande vorm van een surveillancestaat waarin men m.b.v big-data-verwerking uitgebreid  doet aan profilering. Het aparte is dat het woord profilering uit de oorspronkelijke wetstekst is weggehaald om de RvS te plezieren, maar dat de opzet van de wet dusdanig is dat de werking ervan volledig op profilering berust. Hetgeen inhoudt dat evenals met de wet SyRI er veel vals positieven zullen zijn. Mensen die ten onrechte verdacht zullen worden van een strafbaar feit. Waarbij de onschuldpresumptie -onschuldig tot het tegendeel bewezen is- verdwenen is en de geprofileerden zelf zullen moeten bewijzen dat ze ten onrechte in een bepaald selectiebestand zitten.

Snel behandelen

Het kabinet diende het wetsontwerp op 29 april 2020 in. Op die dag stuurde Madeleine van Toorenburg van het CDA echter ook  een mail naar de griffier van de vaste Kamercommissie voor J&V met de vraag om het wetsvoorstel zo snel mogelijk te behandelen en alvast een datum te prikken voor Inbreng Verslag. Dat doen midden in de corona-crisis betekent dat de regering met het CDA voorop het wetsvoorstel snel door de Kamer wil jagen. Bij de wet SyRI zat men te slapen. Hopelijk nu niet.

W.J. Jongejan, 4 mei 2020

Afbeelding van Alexas_Fotos via Pixabay

Voor een zeer compact kritisch juridisch commentaar is dit de visie van privacy First uit 2018.

Voor de wetstekst van het oorspronkelijke wetsontwerp. Zie Internetconsultatie.

Voor alle stukken plus kritiek op het gewijzigde wetsontwerp: zie deze Tweede Kamer-link. Klikken op “Alle documenten”  rechts onder laat ook alle inbreng op de internetconsultatie zien.