17 mrt

Ronkende taal en onhaalbare vergezichten in businessplan VZVZ 2016-2020

image_pdfimage_print

truth-257160_640

Op 1 maart 2016 publiceerde de Vereniging van Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie(VZVZ) als beheerder van het Landelijk SchakelPunt(LSP) het nieuwe businessplan 2016-2020 tezamen met het convenant over diezelfde periode met alle stakeholders. Ik legde ik een eerder artikel al uit dat het commitment van de LHV minder ver gaat dan VZVZ wil doen voorkomen. In meeslepende en vooral ronkende teksten waarin gesproken wordt over een robuuste organisatie, worden in het businessplan weidse contouren geschetst die bij nadere beschouwing weinig voorstellen en vooral twijfel veroorzaken over hoe het momenteel, begin 2016, met het LSP gaat.

Wat stelt het LSP überhaupt voor anno 2016?

Dat wordt duidelijk ogenblikkelijk duidelijk uit de grafieken die VZVZ in het businessplan op pagina 6 staan. Het LSP blijkt anno 2016 voornamelijk gebruikt te worden om medicatiegegevens uit te wisselen en in uitermate beperkte mate voor het uitwisselen van huisartsendossiers. Wat tegelijk duidelijk wordt is wat alle lang bekend is. Dat is namelijk dat de aansluitgraad van de deelnemers niets zegt over het aantal door die deelnemers uitgewisselde dossiers. Eén grafiek genaamd “Toestemmingen Patiëntendossiers” (midden in de bovenste rij) is bewust verwarring wekkend. Hier wordt op de Y-as een totaal van bijna 13,5 miljoen toestemmingen voor het uitwisselen van patiëntendossiers gemeld. Aangezien elke burger voor zowel zijn huisartsdossier als voor zijn apotheekdossier een opt-in-toestemming moet geven en bovendien bij meerdere apothekers de opt-in-toestemming moet herhalen is er sprake van een optelsom van meerdere opt-in-toestemmingen per burger. Het gaat daarbij niet op die Y-as om 13,5 miljoen van bijna 17 miljoen Nederlanders, maar om 13,5 miljoen van meerdere keren 17 miljoen. De grafiek dient dus een heel ander eindpunt op de Y-as te hebben. Het is dus klinklaar statistisch bedrog om cijfers zo te produceren in een businessplan.

De laatste grafiek rechts onder op pagina 6 ”Vraag-aanbod per week” toont genadeloos aan hoe weinig het LSP gebruikt wordt voor het uitwisselen van huisartswaarneemdossiers. De vraag is nog geen 50.000 per week, het aanbod nog geen 25.000 per week. De grafieken voor het uitwisselen van medicatiesdossiers stijgen, maar die voor het uitwisselen van huisartsendossiers blijven over 2015 vlak.

De tekst boven de grafieken:

“Op alle fronten is er duidelijke voortgang te zien, met name op essentiële onderdelen voor breed gebruik van de landelijke zorginfrastructuur voor medische gegevensuitwisseling”

dekt dus overduidelijk de lading niet.

Tijdschema

Op pagina 71 van het businessplan 2013-2016 is te zien hoe VZVZ de ontwikkeling van de functionaliteiten van het LSP voor zich zag in 2013. Bij goede beschouwing van deze figuur en die in het nieuwe businessplan van 2016-2020 op pagina 26 valt op dat eigenlijk alle plannen in de planning die al af of bijna af moesten zijn een realisatiedatum gekregen hebben die één of twee jaar later ligt dan voorzien was. Het bij publicatie al veel te ambitieuze Programmaplan Ketenzorg voorzag al uit het uitfaseren van het OZIS ketenzorgbericht in eind 2014 begin 2015 terwijl nu het ketenzorgbericht nog steeds in ontwikkeling is en misschien in 2016 nog niet eens gaat draaien. Vrijwel alle plannen zijn gewoon één of twee jaar opgeschoven.

Bij het ketenzorg bericht speelt dat het erg ingewikkeld is om te maken gezien de gelaagdheid die erin moet zitten(niet alle zorgverleners mogen dezelfde informatie inzien) zodat het maar de vraag is of het LSP er wel voor gebruikt kan worden. Mogelijk moet het OZIS-netwerk ervoor in leven worden gehouden.

Het businessplan 2016-20120 is zelfs zo slordig gemaakt dat bij het onderwerp “Infrastructuur” onder op pagina 26 alleen de eerste drie items te lezen zijn, en de punten 4 tot en met 8 volledig afgeschermd zijn door het blokje met de legenda(kleuren) van de illustratie. Het is dus absoluut onduidelijk waar dat over gaat.

Potentieel medische gegevensuitwisseling

Dat er zaken niet goed gaan laat VZVZ duidelijk merken in hoofdstuk 2.3 op pagina 7 waar gesteld wordt dat het actuele gebruik van het LSP zich nu in een eerste fase bevindt waarbij het volledige potentieel nog beperkt benut wordt. Dat is eindelijk een rake constatering. Alleen moet men wel bedenken dat die constatering plaats vindt na eerst een 300 miljoen euro kostende publieke fase en daarna een drie jaar durende private fase die 75 miljoen euro kostte.

Bottleneck

Bij het lezen van het businessplan en het bijbehorende convenant wordt duidelijk dat men het erg moeilijk heeft met het lage aantal opt-in-toestemmingen van burgers voor wat betreft hun gegevens bui huisartsen. Er wordt herhaaldelijk her en der gesproken over het optimaliseren van het verkrijgen van die toestemmingen

Zelfs komt men tot de opmerking:

“De (wettelijke) noodzaak voor de opt-in bij uitwisselingssystemen leidt tot veel gedoe.”

Blijkbaar voelt men zich gemuilkorfd door de wettelijke plicht om opt-in-toestemmingen te vragen aan de burgers. In het convenant wordt met de beroepskoepels toch weer een poging gedaan om te kijken of het aansluiten op het LSP en het vragen om opt-in-toestemmingen niet tot een kwaliteitsnorm verheven kan worden die vervolgens afgedwongen kan worden.

Kwetsbaarheid

In het businessplan komt toch ook tot uiting dat men beseft hoe kwetsbaar de continuïteit van de hele LSP-keten is. Er wordt meerdere keren aandacht gevraagd voor softwareontwikkelingen bij softwareleveranciers aan de huisartsen-, apothekers- en ziekenhuiskant die de bestaande LSP-keten in gevaar kunnen brengen. Het kan immers voorkomen dat door een kleine onoplettendheid aan die kant opeens het berichtenverkeer via het LSP verstoord raakt. Continue ketentesten zijn dan ook weer een noodzaak, waarbij men ook moet testen of alles wat verstuurd wordt bij opvraag ook wel aankomt bij de opvrager.

Veroudering LSP

De hele infrastructuur van het LSP bestaat inmiddels rond de tien jaar, sommige delen zijn ouder. De zorgverzekeraars zullen de komende jaren 18 miljoen euro per jaar in het LSP pompen. Dat is net voldoende om de zaken draaiend te houden en enige functionaliteit mogelijk toe te voegen. (Ver)nieuwbouw zal binnen afzienbare tijd een keer moeten plaats vinden. Nergens is daarover iets te vernemen. Uit de dalende budgetten van de zorgverzekeraars, nu 18 i.p.v. de eerdere 25 miljoen euro per jaar, wordt duidelijk dat die niet te springen staan om heel grote uitgaven te doen aan een beperkt werkend systeem.

Voor kritische lezers is het businessplan 2016-2020 en het bijbehorende convenant interessante materie, niet alleen door wat er wel of verdraaid in staat, maar ook door wat er niet in staat.

W.J. Jongejan

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.