01 dec 2015

Snelheid groei opt-in-toestemmingen gehalveerd

image_pdfimage_print

chart-840330_640

Op de website van de Vereniging van Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie(VZVZ) bestaat sinds enkele maanden een webpagina met wat men 10 Feiten over het LSP (Landelijk SchakelPunt noemt. Daar staan cijfers en stellingen over het LSP, die sterk gekleurd zijn door de communicatie-afdeling van VZVZ. Soms geven die cijfers een aardig inkijkje in de organisatie. Ik schreef hier al eerder op 27 september over op deze website. Soms is het aardig de gepresenteerde gegevens op deze webpagina te vergelijken met eerdere. Deze keer aandacht voor het aantal-opt-in-toestemmingen per vier weken en de grafiek met de zogenaamde hit-ratio’s.

Sterke daling

In de alinea met Feit 3 geeft VZVZ heden, 1 december 2015, aan dat er elke dertien seconden een opt-in-toestemming binnenkomt. Dat was op 14 september duidelijk anders. Toen werd elke zeven seconden een nieuwe toestemming vastgelegd. De toename van het aantal inschrijvingen is dus vrijwel gehalveerd. Wat hierbij een rol speelt is dat het recente getal(1/13) opgetekend wordt buiten het oproepseizoen van de griepvaccinaties en het cijfer van september(1/7) daar wel binnen viel. Op dit moment praten we dus over krap vijf aanmeldingen per minuut, hetgeen toch wel erg laag te noemen is vergeleken met september 2015.

Hit-ratio’s

In Feit 5 heeft VZVZ het erover dat het LSP steeds meer gebruikt wordt en laat daar een grafiek zien met twee stijgende lijnen, de één veel meer stijgend dan de ander. Het suggereert meer dan het echt voorstelt. Normaliter nemen de legenda bij een grafiek een ruime plaats in. Hier is met enige moeite in de linker onder hoek bij een blauw lijntje te zien dat het gaat om de PS-ratio en bij de gele om de Mg-ratio. De Mg-ratio staat heden op 80 procent en de PS-ratio op 38 procent. Wat die ratio voorstelt vermeldt deze bijzondere statistische uiting niet. Het suggereert iets zonder dat exact duidelijk is waarom het precies gaat. Mg-ratio gaat overigens om de ratio ten aanzien van de medicatiegegevens, de PS-ratio om die van de professionele samenvatting.

Zoals eerder door mij gemeld gaat het om de zogenaamde hit-ratio, een door VZVZ zelf bedachte term. Wat er precies mee bedoeld wordt vond ik in een presentatie van VZVZ voor Limburgse huisartsen in juni 2015. Daar blijkt wel de definitie van de hit-ratio in te staan. Het is het totaal aantal gevonden patiëntengegevens als percentage van het totaal aantal vragen om die medicatiegegevens en professionele samenvatting-gegevens. Het geeft dus de kans om aan bij opvraag van bijvoorbeeld medicatiegegevens data op het scherm te krijgen als er aan de aanbodkant data van die soort aanwezig moeten zijn. De ratio wordt berekend ongeacht de omvang van de populatie( in de LSP-index). Op pagina 43 van voornoemde presentatie is in week 2 van de bevragingen in Limburg een piek van 100% te zien. Dat lijkt enorm, maar het kan zijn dat toen één patiënt bevraagd werd en dat van die patiënt de medicatiegegevens bij opvraag getoond konden worden. Zo haal je dan een hit-ratio van 100%.

PS-hit-ratio laag

Op de landelijke grafiek valt op dat ondanks de stijging de hit-ratio van de professionele samenvatting ongeveer de helft is van die van de medicatiegegevens. Blijkbaar lukt het toch niet bepaald goed om een professionele samenvatting bij de opvrager op het beeldscherm te krijgen. Het lukt maar in rond de 38% van de bevragingen. Eigenlijk geeft dit alleen al aan hoe moeizaam de communicatie via het LSP loopt ondanks alle mooipraat en juichtaal.

Statistiek

Getallen zeggen alleen wat als ze op een zindelijke en begrijpelijke wijze getoond worden. VZVZ bezondigt zich nog steeds aan het manipuleren van gegevens om het LSP in een zonniger daglicht te stellen.. Er gaat hier weer een oud gezegde op: “There is lying, there is damn lying and there is statistics”

W.J. Jongejan

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.