Berichten

De arts en de AVG: soms roomser dan de paus

pausVoor de bescherming van bijzondere(medische) persoonsgegevens is sinds 25 mei 2018 de uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming(AVG) van kracht. Hij is afgeleid van Europese regelgeving. Tot mei 2018 was de Wet bescherming persoonsgegevens(Wbp) van kracht. Deze was op 1 september 2001 in werking getreden. Alle informatie-bewerking / -verwerking valt er onder; dus ook die in de zorg. De AVG richt zich op papieren en elektronische gegevensverzamelingen, waarin tot een persoon herleidbare data zich bevinden. De uitvoering van de AVG levert volgens Hans Gimbel, huisarts te Heerhugowaard, grote problemen op. Hij schreef een opiniestuk in de Volkskrant van 4 september 2018 met de titel: ’Brusselse privacyregels frustreren zorgverlening’. De inhoud geeft aan dat een aantal artsen de AVG verkeerd interpreteren.

Lees meer

Kabinet presenteert wetsontwerpen die strijdig zijn met Grondwet

grondwetIn de zomer van 2018 heeft het kabinet een tweetal wetsontwerpen gelanceerd die strijdig zijn met de grondwettelijke rechten. Het gaat om de Wet Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden(WGS)  en  de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg(Wbsrz). Deze wetsontwerpen grijpen evenals de in  2014 door de overheid ingevoerde Systeem Risico Indexatie(Syri) door een wijziging van de wet SUWI(Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) diep in het bestaan van de burger in.  Als grote gemene deler hebben de drie genoemde wetten gemeen dat zij zeer ver doordringen in de persoonlijke levenssfeer van burgers door het opzetten van, het onderling vergelijken en bewerken van databases met behulp van big-data-analyse-technieken. Dat alles met het doel om tot profilering over te gaan. De wetten hebben ook gemeen dat er geen notificatieplicht  in opgenomen is om geïncludeerde burgers in kennis te stellen van het delen van bronbestanden, de verwerking van hun gegevens en opname in enig profileringsbestand. Ook  ontbreekt een afdoend correctierecht van de burger. Het gaat in dezen om digitale burgerrechten die de overheid schendt. Daarmee zet het kabinet de verhouding staat-burger op scherp.  Lees meer

Raad van State verkoopt digitale overheid ongevraagd forse dreun

forse dreun

Op 31 augustus 2018 kwam de Afdeling Advisering van de Raad van State(RvS) ongevraagd met dertig pagina’s groot advies aan het kabinet over de effecten van de digitalisering voor de rechtsstatelijke verhoudingen. Zo vaak geeft de RvS geen ongevraagde adviezen, want het laatste dateert uit 2015. Ze wijst in het advies op bestaande knelpunten bij digitale overheidscommunicatie en bij wetgeving en geeft zij een aantal adviezen om die te verbeteren. Zij doet dat op een beschaafde wijze, die echter niets aan de verbeelding overlaat. De knelpunten die beschreven worden betreffen vaak zeer burger-onvriendelijke situaties die door de overheid in een poging om in het digitale tijdperk bij te blijven nogal mank zijn ingevoerd. In de adviezen die de RvS geeft zij meteen een opsomming van wetsontwerpen op landelijk en Europees die thans onder handen zijn, waar de adviezen al in ten uitvoer zouden moeten worden gebracht. Eén daarvan is het wetsontwerp Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden, dat ik twee keer hier besprak. Voor degenen die geen trek hebben om het hele rapport te lezen is er ook een persbericht van de RvS. De NRC berichtte er op 6 september over.

Lees meer

Bij inzet wet dwangsom besluit trage Autoriteit Persoonsgegevens negatief

AP-slak met agent

Dat de Autoriteit Persoonsgegevens(AP) moeite heeft met het nemen van beslissingen over principiële zaken is voor insiders geen geheim. Door het verloop van enkele mij bekende zaken die bij de AP aanhangig zijn gemaakt, werd het mij recent duidelijk hoe de nieuwste verdedigingslinie van de AP eruit ziet bij lastige zaken. Het gaat daarbij om handhavingsverzoeken die ingediend zijn door burgers vanwege in hun ogen evidente overtredingen ten aanzien van de privacy. Helaas is het zo dat de AP bij dit soort handhavingsverzoeken buitengewoon traag reageert. Beslissingen blijven soms een half jaar, maar ook wel eens langer dan een jaar uit. Als dan na een ingebrekestelling de AP nog niet met een besluit komt, kan de burger met een beroep op de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdige beslissingen(Wdbntb) een beslissing eisen of naar de bestuursrechter gaan. Als de burger die eis op basis van de Wdbntb daadwerkelijk neerlegt bij de AP, maakt deze in het gunstigste geval het de aanvrager duidelijk dat zij negatief zal gaan beslissen op het handhavingsverzoek als dat doorgezet wordt. Of de AP heeft inmiddels al negatief besloten. Het argument voor het negatief beslissen is dan dat de aanvrager de AP niet voldoende tijd gegund heeft om “fatsoenlijk” onderzoek te doen. het is te gênant voor woorden, maar het gebeurt.

Lees meer

Laakbare traagheid handelsmerk Autoriteit Persoonsgegevens bij principiële kwesties

AP handelsmerk

Meerdere zeer principiële zaken, waarin van de Autoriteit Persoonsgegevens(AP) als toezichthouder een beslissend oordeel gevraagd wordt, slepen zich zeer lang voort. Daarbij lijkt het erop dat de AP alle, maar dan ook alle, mogelijkheden benut om geen oordeel te hoeven vellen over principiële zaken, dan wel probeert het oordeel over een bepaalde datum poogt te tillen. Daarbij doel ik specifiek op de ingangsdatum van de Algemene Gegevens Verordening(AVG): 25 mei.  Dat is over tien dagen. Ik doel daarbij op handhavingsverzoeken over de gedragscode zorgverzekeraars, ingediend  bij de rechtsvoorganger van het AP, het College Bescherming Persoonsgegevens(CBP) in maart 2015. Daarnaast die betreffende de verwerking van medische persoonsgegevens in het DIS( DBC Informatie Systeem), ingediend in mei 2015 , maar ook die over de onrechtmatige verzameling van Routine Outcome Monitoring(ROM) gegevens, ingediend in maart 2017.

Lees meer