Minister Bruin gebruikt brief ZN als vijgenblad in Eerste Kamer bij behandeling zorgfraudewetsontwerp

vijgenbladLaatste nieuws 12 mei 2019. Info uit Eerste Kamer: minister Bruins trekt wetsontwerp 33980 terug!

Zeer verbazingwekkend is de manier waarop minister Bruins van VWS de leden van de Eerste Kamer(EK) antwoord op kritische vragen. Die vragen betroffen de laatste fase van voorbespreking van het beruchte wetsontwerp 33980, nu wetsontwerp VTOWMG(VerbeterenToezicht Opsporing Wet marktordening Gezondheidszorg) genoemd . De minister kreeg in de laatste fase van behandeling door de EK te horen dat de fracties erg ongelukkig waren met de inhoud en de uitleg van de minister. De minister kreeg als huiswerk vijf nieuwe vragen en de opdracht twee toezeggingen na te komen. Het gaat om de toezeggingen T02675 (Beraad wetsvoorstel) en T02676 (Dossiercontrole).  Bruins heeft er niet voor gekozen die vragen zelf te beantwoorden maar komt met een brief van Zorgverzekeraars Nederland(ZN).  Daarvan zet hij  de inhoud in zijn antwoord aan de EK. Heel fijntjes laat de vaste commissie voor VWS van de EK nu weten wel die brief ontvangen te hebben, maar niet de invulling van de toezeggingen die de minister deed. De inhoud van de brief van ZN is op zijn zachtst gezegd geen reëel antwoord op wat de EK wil horen en bevat toezeggingen waarvan maar afgewacht moet worden of die nagekomen worden.

33980

Het wetsontwerp kent een zeer bewogen voorgeschiedenis en dateert al van juni 2014. De behandeling in de EK sleept zich voort vanaf de tweede helft van 2016. In het kader van fraudebestrijding faciliteert 33980 de zogenaamde materiële controle door de medisch adviseur van de zorgverzekeraar. De problemen die de EK signaleerde gingen over de proportionaliteit van het wetsontwerp, de doorbreking van het medisch beroepsgeheim, het informeren voor/ achteraf van de patiënt.

Medisch beroepsgeheim

Zeer veel aandacht besteedden alle fracties aan de doorbreking van het medisch beroepsgeheim. Dat gebeurt als bij de materiele controle in het kader van fraudebestrijding de medisch adviseur van de zorgverzekeraar zonder het vragen van toestemming vooraf aan de patiënt medische dossiers inziet. De VVD-fractie vroeg zich hardop af waarom de minister in het licht van de proportionaliteitseis het advies van de Raad van State niet volgde. Dat advies houdt in dat de verwerking van gezondheidsgegevens in die zin beperkt wordt dat uitsluitend de conclusie van de medisch adviseur aan de zorgverzekering wordt verstrekt.

Behandeling stokt

De toenmalige minister, Edith Schippers, zag er voor de verkiezingen in maart 2017 geen brood in om de EK te beantwoorden. 33980 kwam op de plank te liggen tot de huidige bewindsman Hugo de Jonge in 2018 de zaak weer afstofte en minister Bruins er weer mee naar de EK stuurde. De hervatte behandeling leverde zoals in de aanhef gezegd weer veel vragen op, met name over de schending van het beroepsgeheim door inzage van dossiers door de medisch adviseur van de zorgverzekeraar, in het geval van een verdenking op zorgfraude. De EK vroeg met name om een wettelijk borging van de onafhankelijke positie van de medisch adviseur en vroeg om het voor- dan wel achteraf inlichten van de patiënt.

Beraad minister

In eerste termijn(behandeling EK)  heeft Bruins aangegeven zichj te willen beraden op enkele onderdelen, te weten de wettelijke borging van: –de onafhankelijke positie van de medisch adviseur; –de inzage in het medisch dossier door de medisch adviseur zelf; –het zo vroeg mogelijk informeren van de verzekerde over inzage in het dossier; en –het vastleggen van waaruit de informatie aan de verzekerde ten minste uit moet bestaan.

Copy/Paste

De minister komt nu in een finale beantwoording van de EK-vragen niet met een eigen exercitie maar zeer armoedig met het standpunt van Zorgverzekeraars Nederland(ZN). Hij vroeg die om advies na de EK-vragen. In feite is zijn beantwoording aan de EK gewoon een copy-paste-actie. Wat hem zeer kwalijk te nemen is dat hij niet komt met een wettelijke borging van de positie van de medische adviseur, wat hem expliciet gevraagd is.. Uiteindelijk komt hij met het ZN-verhaal  dat de medische adviseur dezelfde ontslagbescherming moet krijgen als een functionaris gegevensbescherming. Ook voor de andere punten komt hij niet met een wettelijke borging.

Boterzachte garanties

De minister stelt dat als de wet van kracht zou worden, hij de Nederlandse Zorgautoriteit(NZa) zal vragen  of de maatregelen nageleefd worden. Wanneer die maatregelen onvoldoende nageleefd zouden worden, wil hij in deze kabinetsperiode nog overgaan tot het wettelijk verplichtend worden van de maatregelen. Dit is het paard achter de wagen spannen. De EK-leden vragen een goede wettelijke regeling. Niet een soort zelfregulering, die via een stroperig mechanisme via NZa en  Staten Generaal moet gaan plaatsvinden.

Gedragscode: een gotspe

In de brief van ZN refereert die organisatie aan de gedragscode(Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Zorgverzekeraars) waar men zich aan zegt te houden en die momenteel herzien wordt. Men kennis van zaken rond die gedragscode kan ik alleen maar zeggen dat zulks een gotspe is. Die gedragscode dateert al van voor 2011. In dat jaar stuurde ZN de vernieuwde gedragscode naar het College Bescherming Persoonsgegevens(CBP), de rechtsvoorganger van de Autoriteit Persoonsgegevens. Die keurde die goed. De goedkeuring werd in 2012 aangevochten bij de rechtbank Amsterdam door de Stichting KDVP. Die stelde dat de vernieuwde gedragscode o.a. strijdig was met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens(EVRM) en dat het CBP in redelijkheid niet tot goedkeuring had mogen komen. Eind 2013, na het nodige gedraal,  trok het CBP de goedkeuring in.  ZN heeft daarna nimmer opnieuw een herziening van de gedragscode neergelegd.

Nog een rechtszaak

Over de gedragscode die dus niet herzien is, sleept zich nog een andere rechtszaak voort,. Dat is de zaak UTR 16/3326 WBP V97 van de burgerrechtenvereniging Vrijbit. Die gaat om het afgewezen verzoek van Vrijbit op 3 mei 2015 aan AP ( toen nog CBP) om een eind te maken aan de onrechtmatige verzameling en verwerking van medische gegevens door de Zorgverzekeraars op basis van de oude gedragscode. Die zaak is door de AP eindeloos gerekt en kent mogelijk in de loop van deze of volgende maand een uitspraak.

Vijgenblad

Het moge uit het voorgaande duidelijk zijn dat waar minister Bruins nu mee komt geen eigenstandige afweging of beleidswijziging betekent. Hij besteedde het uit aan Zorgverzekeraars Nederland en vult de brief aan de Eerste kamer met de copy-past-methodiek. Een dergelijke manier van beantwoording van de Eerste Kamer is een absoluut zwaktebod. Ik kan het niets anders zien als een vijgenblad waarmee de minister het vege lijf poogt te redden in deze kwestie.

W.J. Jongejan, 13 mei 2019

 




David(Vrijbit) versus Goliath(Autoriteit Persoonsgegevens) in de rechtbank

David en Goliath

Na een nodeloze vertraging van ruim zes maanden dienden op vrijdag 10 maart 2017 eindelijk de twee zaken, die de burgerrechtenvereniging Vrijbit aangespannen had tegen de Autoriteit Persoonsgegevens(AP). Zaak UTR 16/3326 WBP V97 ging om een eind te maken aan de onrechtmatige verzameling en verwerking van medische gegevens door de zorgverzekeraars. Zaak UTR 16/4199 WBP V93 betrof het plichtsverzuim van de AP om op te treden tegen de wijze waarop de Nederlandse Zorgautoriteit ( NZa) medische diagnose- en behandelgegevens (DBC) van de gehele Nederlandse bevolking verzamelt, gebruikt en verstrekt aan derden. Dit gebeurt in het DBC Informatie Systeem (DIS). Met een publieke belangstelling van ongeveer vijftien personen leken het geen belangwekkende zaken, maar niets was minder waar. In de eerste zaak bleek Zorgverzekeraars Nederland(ZN) zich als partij gevoegd te hebben bij de AP. In de zaal was dan ook een, bij tijd en wijle driftig typende, jurist van ZN aanwezig als waarnemer zonder dat deze het advocatenteam van de AP versterkte. In de tweede zaak had de Nederlandse Zorgautoriteit(NZa), als beheerder van het DIS, zich al eerder gevoegd. Ze liet zich vertegenwoordigen met vier juristen. Het bevestigde het David tegen Goliath-gevoel, omdat toen zes juristen van de gedaagden tegenover één van Vrijbit de respectievelijke belangen verdedigden. Miek Wijnberg, voorzitster van Vrijbit, beantwoordde op gedreven wijze meerdere vragen van de rechters.

Meervoudige kamer

In deze bestuursrechtelijke zaken voerden  namens Vrijbit de voorzitster en de jurist Ab van Eldijk het woord. De rechters mr. Bouter-Rijksen en mr. Krans onder voorzitterschap van mr. Verburg gaven er blijk van zich bijzonder goed ingelezen te hebben in de dossiers. De voorzitter stelde zeer geconcentreerd en bij tijd en wijle ook met enige humor aan de betrokken partijen vragen. Hij wist met die inzet door te dringen tot de wezenlijke scharnierpunten in beide zaken.

Zaak UTR 16/3326 WBP V97

In deze zaak verwijt Vrijbit de AP niet handhavend op te treden richting ZN, omdat deze geen nieuwe aangepaste gedragscode ter goedkeuring had aangeboden aan de AP. Het hoofdbestanddeel van de gedragscode heeft betrekking op verwerkingsprocedures voor de medische persoonsgegevens die zorgverzekeraars verkrijgen via declaraties. Het protocol materiële controle is een bijlage bij de gedragscode. Aanpassing van de gedragscode zorgverzekeraars was noodzakelijk nadat de Rechtbank Amsterdam  in 2013 de bestaande gedragscode had afgekeurd.  Mr. Verburg stelde dat de zorgverzekeringswet zorgverzekeraars niet verplicht te beschikken over een door de AP goedgekeurde gedragscode waar tegenover de heer van Eldijk stelde dat dat deze verplichting wel blijkt uit de wetsgeschiedenis van de Zorgverzekeringwet(Zvw) en overeenkomstig de wens van de Kamer ook uitwerking heeft gekregen in de Regeling Zorgverzekering.

Geen nieuwe gedragscode

ZN heeft na de rechtszaak in 2013 geen nieuw verzoek tot goedkeuring van een aangepaste  gedragscode ingediend bij AP. ZN vindt dat niet nodig meer. Bizar genoeg, ook voor de rechters, vermeldt ZN nog steeds  de afgekeurde versie van de gedragscode op haar website. Het signaal wat daar van uit gaat is, dat toch ook door ZN enige gedragscode noodzakelijk wordt geacht.  De AP stelt dat ze geen oordeel hoeft te vellen als er geen gedragscode opnieuw is aangeleverd. Vrijbit stelde terecht dat de Rechtbank Amsterdam er bij haar uitspraak met het negatieve oordeel over de bestaande gedragscode van uitging dat een herziene gedragscode weer ter goedkeuring zou worden voorgelegd aan de AP. Mr. Verburg gaf aan dat het scharnierpunt in deze zaak is, dat er geen nieuwe gedragscode is ingediend met tegelijkertijd de vraag of ZN wel verplicht was om dat te doen. Ook stelde hij vast dat het gebruik van een gedragscode niet afdoende geregeld is in de Zorgverzekeringswet. Daarnaast gaf hij aan dat de vraag of de AP moet ingrijpen ook afhangt van fouten die de zorgverzekeraars maken bij de manier waarop zij medische persoonsgegevens verwerken. Hij vroeg dan ook of dit soort meldingen bij de AP waren gemeld. Deze ontkende dat. De AP zei daarover ook contact te hebben met de NZa.

Zaak UTR 16/4199 WBP V93

Ook in deze zaak drong mr. Verburg als voorzitter snel door tot de essentiële punten. Allereerst ging het om wat er met pseudonimisering van persoonsgegevens nu precies bedoeld wordt. De AP had aanvankelijk(tot 2014) de gegevens na pseudonimisering niet als bijzondere persoonsgegevens beschouwd met de gedachte dat deze niet meer op een individu herleidbaar waren. Tegenstanders waren het toen al niet met de AP eens. De AP stelde in 2014 tot een ander inzicht gekomen te zijn door de besluiten van de  article 29 data protection working party van de Europese unie. Hierdoor is de AP gepseudonimiseerde data, vanwege de kans op herleidbaarheid  tot één individu bij slimme koppelingen met andere databases, toch als bijzondere persoonsgegevens gaan beschouwen. Daarom is de Wet bescherming persoonsgegevens(Wbp) hier op van toepassing.

Vragen

De AP gaf aan dat behalve de Wbp geen andere eisen gesteld hoefden te worden aan de gepseudonimiseerde gegevens.  In 2015 deed de AP onderzoek naar het handelen van de NZa met de gegevensbestanden. Ze stelde vast dat er geen andere overtredingen waren dan het ten onrechte verstrekken van data aan het ministerie van VWS en het Centraal Plan Bureau(CPB). Mr. Verburg stelde daarop enkele zeer kritische vragen. In de eerste plaats vroeg hij zich af of de vervolgactie van de AP wel afdoende was geweest. Daarnaast vroeg hij zich af of men wel voldoende gerust moet zijn over de huidige beveiliging(proces van pseudonimisering). Hierop kwam de twee-traps-pseudonimisering die men nu gebruikt aan de orde. Daar maakte hij ook enkele kanttekeningen bij.

Noodzaak

Mr. Verburg stelde ook de vraag wie nu precies bepaalt welke gegevens aangeleverd moeten worden. De minister heeft in de wet alleen vastgelegd dat de aanlevering van gegevens noodzakelijk moet zijn, maar laatde invulling daarvan over aan de AP. De AP blijkt daar zelf geen oordeel over te (willen) hebben en laat de NZa bepalen wat noodzakelijk is. Een heel wonderlijke constructie waarbij uiteindelijk de verwerker bepaalt wat noodzakelijk is en niet de wetgever!

Zeer kritisch

Tegen het einde van de zitting kwam de mr. Verburg met enkele bijzonder kritische vragen over het handelen van de AP betreffende de ten onrechte door de NZa aan VWS en CPB geleverde datasets. Hij vroeg men name wat de AP daar aan gedaan heeft. Het antwoord van de AP-jurist was dat men de NZa opgedragen had om VWS en CPB die data te laten vernietigen. Controle daarop heeft de AP niet uitgevoerd. De voorzitter vroeg zich ook af waarom de AP niet handhavend heeft opgetreden jegens de NZa. De AP zei bij monde van mr. de Vries dat ze niet met terugwerkende kracht wilde handhaven. Mr. Verburg was het daar niet mee eens en stelde dat handhaving, ook met terugwerkende kracht, zeer wel mogelijk kon zijn in deze kwestie. Hij vroeg ook hoe de AP weet dat er niet alsnog overtredingen(levering datasets aan derden) plaatsvinden. De AP zei de NZa op haar woord te geloven. Daarop stelde Mr. Verburg dat het heel wel mogelijk was geweest voor de AP om controlesoftware te doen plaatsen op de computersystemen van de NZa. De AP gaf aan dat ze dat een te zwaar middel vond en achtte de toezegging van NZa het niet meer te doen voldoende om niet te handhaven op de wijze die de voorzitter suggereerde. Ook vroeg mr. Verburg nog of de AP loggingsdata bij de NZa had opgevraagd. Dat vond de AP niet nodig.

Slotwoord

Na gloedvolle slotopmerkingen van de voorzitster van Vrijbit gaf mr. Ab van Eldijk aan dat het DIS in opzet een beleidsondersteunende gegevensverzameling is waarvoor het aanleveren van persoonsgegevens in principe niet noodzakelijk is.  Aggregatie van data kan al bij de zorgverlener plaatsvinden zodat er nimmer een centrale database had hoeven ontstaan met daarin (gepseudonimiseerde) persoonsgegevens. Al vele jaren, zei hij, bestaan er technische en organisatorische mogelijkheden om beleidsondersteuning in de zorg op een andere wijze mogelijk te maken zonder grote inbreuken op de privacy. Hij sprak ook zijn teleurstelling uit over het schromelijk te kort schieten van de AP in haar controlerende taak. Zij maakt datgene waarvoor zij zou moeten staan niet waar.

Het was een inspannende maar zeer leerzame middag die van het begin tot het einde boeiend was. De opstelling van het drietal rechters deed het rechtsgevoel goed in een strijd die veel weg had van David tegen Goliath.

Uitspraak zal over zes, maximaal 12 weken volgen, waarvan dan weer akte.

W.J. Jongejan

15-03-21.20u: enkele beperkte aanpassingen in de tekst op basis van opmerkingen van een andere ooggetuige.

 

 

 




Minister VWS zelf oorzaak van niet voorleggen gedragscode EGiZ aan CBP

courtyard-591425_640

In de Telegraaf van 18 juni 2015 staat een ronkend artikel over artsenorganisaties die een gedragscode voor elektronische data-communicatie in de zorg niet willen voorleggen aan het College Bescherming Persoonsgegevens(CBP).  De Tweede Kamerleden Bouwmeester(PVDA) en Bruins  Slot (CDA) spreken er schande van. Een nieuwe rel over elektronische communicatie van medische data lijkt geboren. Niemand lijkt te beseffen hoe één en ander in elkaar steekt. Het aardige van het verhaal is eigenlijk dat de minister van VWS zelf de oorzaak is van het niet voorleggen van de gedragscode aan het CBP. Het ligt allemaal wat subtieler. Ik zal pogen alles voor u op een rij te zetten.

EGiZ

Rond 2012 nemen een  groot aantal organisaties uit de zorg waaronder  de artsenkoepelorganisatie KNMG met medewerking van en met enige sturing van het ministerie van VWS het initiatief tot het opstellen van de gedragscode Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg, kortweg EGiZ. Men ziet de noodzaak om tot enige vorm van een gedragscode te komen, omdat na het mislukken ven het L-EPD(Landelijk Eelktronisch PatiëntDossier)  een doorstart van het LSP-gebruik zonder wettelijke basis als ongewenst wordt gezien. Met veel inspanning komt men in juli 2013 met de gedragscode EGiZ.  Op pagina 3 van het document zijn de deelnemende organisaties te zien. Ook Nictiz zit erbij. In 2013 wordt die gedragscode naar het CBP gestuurd voor preliminair commentaar, maar nog niet officieel ter goedkeuring voorgelegd aldaar.

33509

In het najaar van 2013 blijkt er opeens iets anders te gebeuren. Dwars door het EGiZ-gebeuren heen, dat nota bene mede door VWS gefaciliteerd was, kwam minister Edith Schippers van VWS opeens met het wetsvoorstel 33509 op de proppen, waarmee het ministerie wel even een wettelijke verantwoord kader voor het gebruik van het Landelijk SchakelPunt  zou scheppen. De gedragscode EgiZ werd door VWS opzij geschoven ten faveure van het wetsontwerp met de mooie naam:  Wijziging van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens). Alle bij de gedragscode betrokkenen waren zeer verbaasd. In de Tweede Kamer werd 33509 met de nodige amendementen aangenomen. In de Eerste Kamer zijn er bij alle fracties grote bezwaren omtrent de uitvoerbaarheid met name ten aanzien van de gevolgen het begrip gespecificeerde toestemming.  VWS introduceerde dat begrip in 33509.

De minister kon recent niet op tijd antwoord geven op Eerste Kamer-vragen over de toe te nemen regeldruk voor zorgaanbieders door deze wet. Zij koos ervoor om de behandeling te laten voortzetten na de installatie van de nieuwe lichting Eerste Kamerleden. Het traject via de Kamers is nog niet ten einde.

Geen CBP

Omdat de minister zo duidelijk had laten merken geen boodschap aan de gedragscode te hebben, legden de opstellers van de gedragscode deze dan ook niet aan het CBP ter beoordeling voor. Het was immers zinloos als 33509 aangenomen zou worden. Voor de bühne vroeg Edith Schippers nog wel om de gedragscode voor te doen leggen aan het CBP, maar dat was toch wel erg opgelegd pandoer. Ik kan me de opstelling van de makers van de gedragscode ook ten volle voorstellen. Die staan nu nog steeds, terecht, op het standpunt dat eerst maar moet blijken of 33509 de eindstreep haalt, waarna er altijd weer verder gekeken kan worden.

Vermoorde onschuld

Nu 33509 het niet lijkt te halen in de Eerste Kamer speelt de minister de vermoorde onschuld. De KNMG en andere zorgkoepels stellen dat de minister voor 33509 bewust gekozen heeft en willen dus het  traject via de Eerste Kamer gewoon afwachten. Het traject daar, zoals ik hiervoor vermeldde, is nog niet beëindigd.  Het is niet bepaald opportuun om twee dingen door elkaar te doen die hetzelfde beogen te regelen.

Het is overigens heel wel mogelijk dat het artikel in de Telegraaf tot stand gekomen is na enige actie vanuit het ministerie van VWS. Waarom zou de krant uit zich zelf met zo iets abstracts komen? Gezien de aanzienlijke problemen die de minister in de Eerste Kamer ondervindt met het wetsontwerp 33509, is het denkbaar dat ze nu al een exit-strategie zoekt voor het geval het wetsontwerp definitief strandt. Door de aandacht af te leiden naar de zogenaamd “schandalige”” artsenkoepels, probeert ze er dan zelf goed van af te komen en tegelijk de zwarte piet bij een ander neer te leggen.

Ik denk dat de historische context van al deze zaken de gemiddelde burger, maar ook Tweede Kamer-leden niet helemaal helder voor ogen staat is. De verontwaardiging die in de Telegraaf klinkt  uit de mond van de Tweede Kamerleden is  een uitvloeisel daarvan.

Historisch besef: hoe de vork parlementair in de steel zit blijft belangrijk.

W.J. Jongejan