image_pdfimage_print
13 mrt

Kapitale juridische misvattingen bij voorstanders hervatting aanlevering ROM-data

hamer

Bij het lezen van de berichtgeving over het hervatten van het aanleveren van Routine Outcome Monitoring(ROM)-data aan de Stichting Benchmark GGZ(SBG), valt op dat men telkens spreekt over geanonimiseerde data. Al eerder becommentarieerde ik deze actie, omdat het pseudonimisatie betreft. Er lijkt een hele rare gedachtenkronkel te zitten bij de toepassing van het begrip “veronderstelde toestemming” als er echt sprake zou zijn van anonieme data. Als dat het geval zou zijn,  zou er niet sprake zijn van (bijzondere) persoonsgegevens en het vragen van toestemming niet noodzakelijk zijn. Het creëren van de gekunstelde constructie van de “veronderstelde toestemming” zou dan ook niet nodig zijn. Er is sinds het Kort Geding over het aanleveren van ROM-data aan SBG een zeer verwarrende discussie gaande of de aan SBG te leveren ROM-data nu persoonsgegevens zijn. Dat wordt door de GGZ-instellingen, die de aanlevering hervatten, Parnassia en Lentis in alle toonaarden ontkent. Het toch vasthouden aan de dubieuze constructie van de “veronderstelde toestemming” door GGZ Nederland impliceert dat men toch is gaan beseffen dat het bij ROM-data(inclusief de, zeer uitgebreide, Minimale DataSet) gaat om de verwerking van (medische) persoonsgegevens. Daarnaast kan een heel andere reden spelen. Dat is het ingaan van de Algemene Verordening Gegevensbescherming(AVG) op 25 mei 2018. Daardoor zou men ook helemaal niet af willen van de gedachte dat het om persoonsgegevens gaat. Met bovendien de gedachte dat met de AVG in de hand de ROM-data-levering aan SBG geen probleem meer is.  Dat is echter een kapitale misvatting. Lees verder

07 nov

Wet 33980 middel in queeste VWS om niet-gecontracteerde zorg te knechten

screw-clamp-790474_640

Op 8 oktober begint de Eerste Kamer(EK) met de behandeling van het wetsontwerp 33980, met als doel het verbeteren van toezicht, opsporing, naleving en handhaving in de zorg. Het gaat nog niet om een plenaire behandeling, maar om het doen van het zogenaamde voorbereidende onderzoek door de EK-commissie voor VWS. Over het wetsvoorstel is veel reuring ontstaan. In veel media staan berichten over aantasting van het medisch beroepsgeheim. Het gaat in dit wetsvoorstel om de materiële controle van zorgdossiers mogelijk te maken voor de laatste categorie verzekerden voor wie dit nog niet gold, namelijk degene die een restitutiepolis afsloten. Inzage in zorgdossiers door medisch adviseurs van zorgverzekeraars bestond al voor  naturapolissen. Met 33980 wordt de doorbreking van het medisch beroepsgeheim voor restitutiepolissen volledig gelijkgesteld met die voor naturapolissen. Medisch adviseurs van zorgverzekeraars konden al bij de restitutiepolissen een zogenaamde materiële controle van het zorgdossier bij gecontracteerde zorgaanbieders doen. Door de volledige gelijkschakeling in wetsontwerp 33980 geldt dat ook voor niet-gecontracteerde zorg.

Lees verder

13 aug

VPHuisartsen ontvankelijk in cassatiezaak om LSP bij Hoge Raad

Supreme_Court_of_the_Netherlands,_The_Hague_04

Uit doorgaans goed ingelichte bron vernam ik op 12 augustus dat de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen(VPHuisartsen) ontvankelijk is verklaard in de cassatiezaak om het Landelijks SchakelPunt(LSP) bij de Hoge Raad der Nederlanden. Door VPHuisartsen wordt de rechtmatigheid van het LSP bestreden. De wederpartij is de Vereniging van Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie(VZVZ), de verantwoordelijke voor het LSP. De rechtsgang via rechtbank en gerechtshof leverde geen resultaat op. Omdat naar het oordeel van VPHuisartsen door de rechters onvoldoende gewicht werd toegekend aan een aantal fundamentele zaken zijn de mogelijkheden verkend om in cassatie te gaan. Het gaat daarbij om onder andere de schending van het beroepsgeheim, de privacy, geen duidelijk toetsing aan Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens(EVRM). Voordat daadwerkelijk deze punten in een cassatieproces beoordeeld kunnen worden,  dienden een aantal hordes genomen te worden. De laatste daarvan was de ontvankelijkheidsverklaring door de advocaat-generaal van de Hoge Raad. Hierna kan nu de inhoudelijke behandeling in de vorm van het presenteren van de standpunten van de beide procespartijen bij het hoogste rechtscollege van start gaan.

Lees verder