image_pdfimage_print
08 mei 2020

Verantwoordingscircus rond OPEN en gemoedsbezwaarden

verantwoordingscircusU zult zich afvragen wat het delen van zorgdata, vastgelegd door huisartsen, in Persoonlijke GezondheidsOmgevingen(PGO’s) (A, B, C, D, E) en gemoedsbezwaarden met elkaar te maken hebben. Nou, het past allemaal in het bureaucratische verantwoordingscircus,  opgezet om subsidiegeld van het ministerie van VWS richting huisartsen te doen gaan. Deze moeten zich namelijk naast gebruikelijke werkzaamheden extra inspannen om het mogelijk te maken om zorgdata in die PGO’s te kunnen krijgen.  Door VWS is daarvoor 75 miljoen euro subsidie beschikbaar gesteld. Dat geld gaat deels naar de leveranciers van huisartsinformatiesystemen(HIS-sen) om de software aan te passen om te voldoen aan de MedMij-protocollen. Op basis daarvan kunnen zorgdata in de PGO’s geladen worden. De PGO’s zijn app’s of programma’s  op een smartphone, tablet of PC. Terwijl al langere tijd iedereen hamert op de enorme bureaucratische last, is voor de verantwoording van het subsidiegeld op instigatie van VWS een mega verantwoordingscircus opgezet. Lees verder

23 mrt 2020

Best practices in huisartsgeneeskunde bij coronacrisis moeten grootschalig navolging krijgen

best practiceAls één ding de laatste weken duidelijk is geworden, is dat wel het gegeven dat het corona-virus een enorme vraag naar geneeskundige zorg genereert. In een mate die tot voor kort onvoorstelbaar was en die een uitdaging vormt voor de werkers in de zorg. Bij de huisartsen presenteren de personen die besmet zijn zich meestal het eerst. Maatregelen om op verantwoorde wijze de patiëntenstromen van mogelijk corona-besmette mensen en mensen met andersoortige klachten te scheiden, vergen soms ingenieuze oplossingen. In het huidige epicentrum van de uitbraak, Brabant, hebben minimaal twee huisartsengroepen ingenieuze oplossingen bedacht om die patiëntenstromen te scheiden en zo veilig mogelijk te werken. Grote delen van het land hebben nog een voorsprong op het zuiden waardoor het mogelijk deze best practices te kopiëren en breder uit te rollen. Daarbij kan het ministerie van VWS de lead nemen en organisaties als het Nederlands Huisartsengenootschap invulling ervan geven. Lees verder

15 mrt 2019

Eenheid van taal in de zorg: een weerbarstig breiwerk

breiwerk

De minister voor de zorg, Bruno Bruins, laat recent frequent de termen “eenheid van taal” en “zorgbouwstenen” vallen. Hij doet dat dan in het kader van het stimuleren van het elektronisch uitwisselen van zorgdata. Het is de bedoeling van de bewindsman dat in 2026 als standaard coderingssysteem voor klachten en diagnosen SNOMED CT gebruik  gaat worden en LOINC als voor het standaardiseren van laboratorium-aanvragen, laboratorium-uitslagen en klinische begrippen. De weg naar dat doel is ingewikkelder dan menigeen denkt. Ik schreef er al over op 27 juli 2018.  Een niet onaanzienlijk probleem is gelegen in de verschillende versies die er bestaan van coderingssystemen. Eén ervan is de International Classification of Primary Care(ICPC), in gebruik door huisartsen. De beoogde oplossing om met behoud van de codering door huisartsen toch in de toekomst SNMED CT te gebruiken is mogelijk door middel van vertaling van die codes onder de oppervlakte. Het probleem is echter dat die vertaling wel bestaat voor de ICPC-2 versie, maar niet voor de in Nederland in gebruik zijnde ICPC-1 versie. En de huisartsen gebruiken uitsluitend de ICPC-1 in hun elektronische systemen. Lees verder

29 okt 2018

Brave toekomstvisie digitalisering huisartsenzorg met toch enig dynamiet

dynamiet

Op 25 oktober 2018 maakten de Landelijke Huisartsen Vereniging(LHV), het Nederlands Huisartsen Genootschap(NHG), en het eerstelijns samenwerkingsverband InEen het visiedocument “Digitalisering Huisartsenzorg 2019-2022” bekend. Het stuk borduurt voort op bestaande ontwikkelingen in de zorg en in de digitale wereld en is daarom niet bepaald revolutionair te noemen. Het document zegt richting te willen aangeven aan EEN bij de veranderende huisartsenzorg passende toekomstgerichte digitale zorginformatie-infrastructuur, maar kiest nadrukkelijk niet voor ÉÉN allesomvattende oplossing. Zonder de naam te noemen doelt men daarbij expliciet op het gebruik van de infrastructuur rond het Landelijk SchakelPunt(LSP). Dat de met name de LHV zich niet meer vast wil leggen op het LSP als enige zaligmakende oplossing voor zorgcommunicatie meldde ik recent(11-10-2018) op deze website. Hoewel de LHV één van de “founding fathers” is van VZVZ blijkt ze door recente verandering van de governance-(lees: verenigings-)structuur nog wel toegelaten te worden tot de algemene vergadering, maar geen stemrecht meer te hebben. Het aparte is dat bij alle berichtgeving over het visiedocument van LHV, NHG en InEen géén van de recensenten de apert in de kamer aanwezige olifant wensen te zien. (A, B)

Lees verder

16 okt 2018

Ontbrekend verdienmodel PGO’s gaat leiden tot subsidie en opname in ZV-pakket

kassa

Op dit medium schreef ik de laatste 10 maanden al enige malen over de Persoonlijke GezondheidsOmgevingen(PGO’s).(A, B, C, D). Dat zijn de apps of programma’s, die bedoeld zijn om de burger er zijn/haar medische data in op laten slaan te slaan. Data die elektronisch verkregen zijn uit elektronische dossiers van zorgaanbieders, zoals huisartsen, apotheken en ziekenhuizen. Het ministerie van VWS heeft kosten nog moeite gespaard om de PGO’s tot stand te doen komen. Met subsidies, speerpuntfinanciering en ook het opzetten van een heel afsprakenstelsel(MedMij-protocollen) zette het ministerie van VWS, soms  in samenwerking met Zorgverzekeraars Nederland, in op het maken van deze nieuwe elektronische zorgdata-kluisjes voor de burger. Door subsidieregelingen zijn er nu ruim 60 verschillende PGO’s in de maak. Er bestaat ondanks al die inspanningen geen enkel zicht op een effectief verdienmodel voor de makers en beheerders van de PGO’s. Men wil de burger niet rechtstreeks zelf laten betalen. Het ziet er, bevestigd door een kwartiermaker van het project OPEN, naar uit dat de kosten van een PGO’s als die door een burger gekozen en geactiveerd is gedragen gaan worden door het ministerie van VWS, in de vorm van eerst subsidie en later opname in het basispakket van de zorgverzekering. Want subsidies hebben de onhebbelijkheid vroeg of laat op te houden.

Lees verder

09 nov 2017

Roep om gezamenlijke dossiervoering van huisarts en specialist irreëel

schreeuw Munch

Op 3 november 2017 verscheen op het online magazine Zorgvisie een bijdrage van Guus Schrijvers, oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconomie bij het UMC Utrecht, met als titel “Benut substitutiegelden voor gezamenlijke dossiervoering”  . Daarin houdt hij een pleidooi om geld dat bedoeld is voor substitutie van zorg van de tweede lijn naar de eerste lijn ingezet zou moeten worden voor het gezamenlijk voeren van een medisch dossier. Hij stelt dat als dat eenmaal gerealiseerd is verschuiving van werk van de specialist naar de huisarts gemakkelijk kan plaatsvinden. De onderliggende gedachte van hem is dat als de specialisten en de huisartsen beiden hetzelfde elektronisch systeem gebruiken voor de verslaglegging van hun werk dat deze systemen substitutie van zorg sterk faciliteren. Hij concludeert dat samenvoeging van dossiers voor beide beroepsgroepen technisch mogelijk moet zijn bij een elektronische dossiervoering door 96 procent van de huisartsen en 86 procent van de specialisten. Er zijn echter belangrijke kanttekeningen te maken bij wat Guus Schrijvers wenselijk acht en de wijze waarop hij denkt dat het éen en ander gerealiseerd zou moeten worden.

Lees verder

16 okt 2017

Waarom een wettelijk geborgd patiëntgeheim er nooit zal komen

geheim?

Al een aantal jaren, zeker vanaf 2011 ,wordt door sommige gezondheidszorg-juristen, met name door mr. Theo Hooghiemstra gesproken over het patiëntgeheim. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS), adviesorgaan voor de regering en het parlement, komt in juli 2014 met een advies daar over. Ook de bestuursvoorzitter van het Nederlands Huisartsen Genootschap(NHG), Rob Dijkstra, wijdde er in 2015 een column aan. De toenemende mogelijkheden voor burgers om de door zorgaanbieders vastgelegde gegevens in te zien en te bewaren in een zogenaamde Persoonlijke GezondheidsOmgeving(PGO) maken de kans groot dat diezelfde burger onder druk gezet kan worden die data aan derden te verschaffen. Voor het goede begrip is een Persoonlijke Gezondheidsomgeving hetzelfde wat we voor kort het Persoonslijke GezondheidsDossier(PGD) noemden. Theoretisch heeft de burger het recht toestemming voor inzage door derden te weigeren. Landelijke, provinciale en lokale overheden, opsporingsdiensten, politie , verzekeraars en andere financiële instellingen kunnen de burger sterk onder druk zetten zeer persoonlijke medische informatie te verschaffen. Al in 2011 komt Hooghiemstra in een publicatie samen met prof. mr. dr. Pieter Ippel van de Roosevelt Academy, met een omschrijving van het begrip “patiëntgeheim” op pagina 27 en 28.

Lees verder

12 jun 2017

Enorme boete voor EPD-leverancier in V.S. Hoe is het hier?

boeteIn de Verenigde Staten kreeg de landelijk opererende leverancier eClinicalWorks die een gelijknamig elektronisch patiënt dossier(EPD) verkoopt aan dokterspraktijken en ziekenhuizen, zeer recent een megaboete van 155 miljoen dollar vanwege het frauderen bij de certificatie door de overheid. Niet alleen het bedrijf maar ook een productontwikkelaar en twee projectmanagers kregen boetes. De fraude bestond uit het verborgen houden van essentiële gebreken in het EPD. Daarnaast bleek het bedrijf ook aan haar klanten bedragen van rond de 500 dollar te betalen als die het EPD aanbevolen aan anderen zodra die het EPD aanschaften. Bij de oplegging van de boete werd ook bepaald dat aan de klokkenluider die deze fraude aan het licht hielp brengen een bedrag van rond de 30 miljoen dollar zal ontvangen.

Lees verder

22 feb 2017

Parallel ROM-honger GGZ en indicatoren-dwang bij huisartsen

dwang

Er bestaat een duidelijke parallel tussen de verplichting ROM-gegevens aan te leveren aan de Stichting Benchmark Geestelijke Gezondheidszorg(SBG) en de verplichte aanlevering van meetwaarden en diagnostische bepalingen aan zorggroepen. In beide gevallen gaat het verplicht moeten aanleveren van zorgdata ten behoeve van zorgverzekeraars. ROM staat voor Random Outcome Monitoring en gaat om het invullen van vragenlijsten door GGZ-patiënten om het resultaat van een individuele behandeling mee te volgen. Bij de huisartsen gaat het om data betreffende de behandeling van enkele chronische ziekten: diabetes mellitus, astma, emfyseem(COPD) en hart en vaatziekten. Het verplicht moeten aanleveren van ROM-gegevens stuit al enige tijd op weerstand in de Geestelijke Gezondheidszorg(GGZ), omdat het middel wel geschikt is om behandelingen op individuele basis te volgen maar ten enenmale ongeschikt is voor benchmarking en zorginkoop. De Algemene Rekenkamer bevestigde in dat opzicht recent in een rapport over de financiering van de GGZ overduidelijk wat prominente behandelaars al in 2012  zeiden. Op de huisartsen rust een bovengenoemde verplichting door zorgverzekeraars om in het kader van transparantie data aan te leveren via zorggroepen. Niet aanleveren heeft negatieve financiële consequenties Het doel van de zorgverzekeraars is om daarmee een kwaliteitsbeleid te voeren en om eventueel te dienen bij zorginkoop. Betwijfeld wordt of het zinvol of überhaupt mogelijk is om op dat niveau met een abstractie van de praktijkvoering een kwaliteitsbeleid te voeren.

Lees verder

04 nov 2016

Is de Persoonlijke GezondheidsOmgeving wel zo makkelijk te vullen met huisartsgegevens?

Verplaatsen huisarts-data

Die vraag dient men zich te stellen als het gaat om gegevens uit huisartsinformatie-systemen(HIS-sen). Na het aannemen van het wetsvoorstel 33509 op 25 oktober 2016 is onder andere de wettelijke basis gelegd om te komen tot het vastleggen van gegevens van zorgverleners in een door de patiënt beheerd dossier. Voorheen heette dat het Persoonlijk GezondheidsDossier(PGD), maar nu heet het sinds kort opeens de Persoonlijke GezondheidsOmgeving(PGO). Het begrip PGD wordt waarschijnlijk als te beladen ervaren. Zowel het ministerie van VWS als de Patiëntenfederatie Nederland spreken de laatste weken over MedMij als PGO. Die PGO zal wel gevuld moeten worden met data afkomstig van zorgverleners. Daar zitten in de praktijk onverwachtse haken en ogen aan als het gaat om gegevens afkomstig van huisartsen. Het kan zijn dat ook data van andere categorieën zorgaanbieders problemen geven, maar daar heb ik geen zicht op. HIS-sen waren en zijn niet toegerust voor de nu gevraagde functie. Er bestaan maar beperkte mogelijkheden om een kopie van de medische data uit een HIS te halen en in te lezen in andere systemen, laat staan dat zulks met een selectie van die data makkelijk en volledig kan.

Lees verder