image_pdfimage_print
19 jun 2017

Onderzoek wearables niet bepaald vlekkeloos. Sloppy science

wearable

Tegenwoordig zie je steeds meer mensen sporten of anderszins actief bezig zijn terwijl ze een zogenaamde “wearable fitnesstracker” of kort gezegd een “wearable” dragen. Het zijn elektronische apparaten, die de polsfrequentie, het aantal afgelegde stappen, de verbruikte calorieën etc. bijhouden. Met enige regelmaat verschijnen er artikelen over deze apparaten waarin deze met elkaar vergeleken worden. De Stanford University in de Verenigde Staten rapporteert daar ook met enige regelmaat over. Niet altijd blijkt de academische opzet garant te staan voor een deugdelijke proefopzet. Zeer recent verscheen een artikel van de Stanford Universiteit waarin de Apple Watch, Basis Peak, Fitbit Surge, Microsoft Band, Mio Alpha 2, PulseOn, en Samsung Gear S2 vergeleken werden ten aanzien van hartfrequentie en energieverbruik bij verschillende activiteiten. De conclusie van dat artikel was dat de hartfrequentie bij inspanning wel betrouwbaar gemeten kan worden met de fitness-sensoren, maar niet het calorieverbruik. Een kritische Amerikaan, Ray Maker, werkzaam in de IT-industrie, fanatiek sporter en eigenhandig tester van vrijwel alle “wearables” die op de markt gekomen zijn, laat op zijn eigen website zeer helder zien wat er allemaal schort aan de testen die in het Stanford-onderzoek gebruikt zijn. Op de website DCRainmaker plaatste hij op 8 juni 2017 een artikel getiteld “Thoughts on the wearables studies (including The Stanford Wearables study)” .  Hij laat zien dat de basis waarop de conclusies gebaseerd zijn, boterzacht is en dat conclusies op basis van de metingen met wearables zeer wankel zijn.

Lees verder