image_pdfimage_print
06 jan 2021

Wederrechtelijke zaken in wetsontwerp over zorgfraude

wederrechtelijkeHeel langzaam schuift de behandeling van het Wetsontwerp bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg(Wbsrz) in de Tweede kamer richting plenaire behandeling.  Agendering vindt thans plaats. Op 15 december 2020 reageerde de minister voor de zorg Tamara van Ark op de vele vragen in een Nota naar aanleiding van Verslag. Daarin antwoordt zij op de zeer vele, bijzonder kritische vragen die haar gesteld waren in het zogeheten Verslag. Uit de beantwoording van die kritische vragen door van Ark is af te leiden dat het wetsontwerp meerdere illegale aspecten heeft, hoe vreemd dat ook klinkt. Vanaf september 2020 publiceerde ik meermaals over dit wetsontwerp en kwamen enkele facetten al aan de orde. Dat was op 9 september, 19 oktober, 12 november en 14 november. In het wetsontwerp speelt de oprichting van twee organen: het Waarschuwingsregister en de stichting InformatieKnooppunt Zorgfraude(KIZ). Lees verder

18 dec 2020

Hoe een stoffig lijkend dossier opeens actueel wordt

HoeIn de Kamerbrief dd. 14 december van minister Tamara van Ark(VWS), staat op pagina 8 een passage over gedragscodes en de positie van de Autoriteit Persoonsgegevens(AP) daarbij. Het is volgens haar aan branches of sectoren in de zorg of deze een gedragscode aan de AP voorleggen voor het verwerken van (bijzondere) persoonsgegevens en wanneer. Daarnaast heeft de AP sinds het begin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming(AVG) de bevoegdheid een gedragscode goed te keuren. Dit betekent dat er werkwijzen en processen in een gedragscode beschreven kunnen staan, maar dat het  wel afhangt van hoe de pet hangt bij de indieners ervan en/of van de AP of het tot een beoordeling c.q. goedkeuring komt. Daardoor is het mogelijk dat zorgverzekeraars jarenlang werkten met een door de rechter afgekeurde gedragscode zorgverzekeraars en dat een nieuwe niet voorgelegd is aan de AP. En dat de AP geen oordeel velde/velt over een nieuwe. Lees verder

17 dec 2020

Minister van Ark verhult stroperigheid digitale zorgcommunicatie met veel managementtaal

stroperigheidOp 14 december 2020 stuurde minister van Ark van VWS een brief naar de Tweede Kamer over de elektronische gegevensuitwisseling in de zorg. Deze brief is het vervolg op drie “regie”-brieven van haar voorganger Bruno Bruins (december 2018, april 2019 en juli 2019). De brief bruist van de ambitie en stuwend taalgebruik, bedoeld om daadkracht uit te stralen. Bij goede lezing van de brief blijkt echter dat de materie veel weerbarstiger is dan eerder Bruno Bruins en nu Tamara van Ark voorstelt. Uit de brief blijkt dat het volledig digitaal uitvoeren van het receptenverkeer pas wettelijk verplicht kan worden gesteld in 2026 te liggen. Ja u leest het goed: over zes jaar. Alle “krachtige” woorden ten spijt blijkt de minister zich toch ook te realiseren dat er met het maken van een wetsontwerp elektronische gegevens uitwisseling in de zorg(Wegiz) men ook afhankelijk is van het zorgveld en de leveranciers.    Lees verder