Patiëntenfederatie Nederland ook in 2018 onverminderd aan sponsorinfuus VWS

sponsorinfuusOok in 2018 blijft de Patiëntenfederatie Nederland(PN) onverminderd aan het sponsorinfuus van het ministerie van VWS hangen. Met een begroting van rond de 15 miljoen euro blijkt uit het financiële jaarverslag van de PN over 2018 andermaal hoe afhankelijk deze organisatie is van dit ministerie.  Ik publiceerde in 2018 ook over dit onderwerp bij het verschijnen van het financieel jaarverslag van de PN over 2017. Binnen afzienbare tijd zal die afhankelijkheid nog verder toenemen.  Een geldstroom die nu nog van de zorgverzekeraars komt, zal dan ook via een omweg van VWS vandaan zal komen. Door die afhankelijkheid ventileert de PN niet vaak standpunten die tegen het beleid van VWS ingaan, kijkt  nogal weg van evidente beperkingen van patiënten-rechten  en helpt weleens proefballonnetjes van VWS te lanceren. Zeer recent nog toen zorgverzekeraar VGZ halverwege het jaar opeens “een zorgomleiding” van patiënten voorstelde bij het Ikazia ziekenhuis vanwege budgetoverschrijding, was er geen enkel kritisch geluid te horen. Op zich niet vreemd als je bedenkt dat PN twee miljoen euro per jaar ontvangt afkomstig uit premiegeld van de zorgverzekeraars.

Stil

Het valt nog wel eens op dat de Patiëntenfederatie haar mond houdt of slechts zeer beperkt secundair reageert. Vorig jaar speelde de internetconsultatie van een wetsontwerp ter bestrijding van zorgfraude. Wat het ministerie wilde was het rondpompen van medische gegevens tussen diverse organisaties, ook buiten de medische wereld. Daardoor zou het medisch beroepsgeheim zeer grof geschonden gaan worden. De PN liet ruim 11 dagen niets van zich horen terwijl Twitter op dat moment  figuurlijk bijna ontplofte. Pas 11 dagen nadien kwam men met een zeer gematigde reactie op de website.

Sponsorinfuus

Hoewel de balans een totaal van 6,6 miljoen euro laat zien blijkt uit de staat van baten en lasten over 2018 toch weer 15 miljoen euro binnen gekomen is. Vrijwel net zo veel als in 2017. In 2013 was het nog krap 7 miljoen euro. Van de 15 miljoen euro in 2018  kwam slechts 64.600 euro aan eigen contributie binnen. Verreweg het grootste deel, ongeveer 12 miljoen euro komt op de één of andere manier van het ministerie van VWS af. 2 miljoen euro komt binnen onder de noemer SKPC gelden. Bijna 1 miljoen euro zijn inkomsten vanwege Zorgkaart Nederland. SKPVC staat voor Stichting Kwaliteitsgelden Patiënten Consumenten. Het genoemde bedrag is afkomstig uit de zorgpremies  en verdaagt via de zorgverzekeraars bij de PN.

SKPC geld in 2020 via ZonMw

De SKPC-gelden worden gefinancierd vanuit de premiegelden, mogelijk gemaakt vanuit het bestuurlijk hoofdlijnenakkoord Medisch Specialistische Zorg. Volgens het  financieel jaarverslag van de PN worden deze middelen vanaf 2020 waarschijnlijk ondergebracht bij ZonMW. De hoogte van het bedrag voor Patiëntenfederatie Nederland blijft hetzelfde. ZonMw is een subsidievehikel van het ministerie van VWS. De 2 miljoen euro van de SKPC-gelden komen dus vanaf 2020 dus van VWS via ZonMw bij  de PN terecht.

Doorsluiskantoor

Evenals het vorige boekjaar is in 2018 ook weer een aanzienlijk bedrag, 3 miljoen euro aan projectgelden aan de PN over gemaakt door VWS om daarna bij diverse projectpartners terecht te komen. De projectpartners zijn vaak ook categorale patiëntenverenigingen die lid zijn van PN. Deze dient daarbij als kantoor om een aanzienlijke hoeveelheid subsidiegeld door te sluizen.

Ruim 10 mille per maand

Bij het geschuif met het gemeenschapsgeld dat het geld van VWS gewoon is komt het apart over dat de directeur van de PN een inkomen heeft van 137.248 euro . En bruto salaris van 11.437 euro per maand. Voorwaar een riant salaris voor een organisatie die vrijwel alleen met publiek geld omgaat.

Geen vertegenwoordiging patiënten

Bij de geldstromen kan men zich terecht de vraag stellen hoe onafhankelijk de Patiëntenfederatie Nederland is van VWS, maar ook hoe onafhankelijke haar projectpartners, vaak als vereniging lid van de PN, zijn. Op Twitter zag ik eens de opmerking passeren dat de Patiëntenfederatie Nederland geen patiënten vertegenwoordigt maar patiëntenverenigingen. Gezien de financiële stromen richting en door de PN heen kan ik het daar volmondig mee eens zijn.

Wiens brood met eet, diens woord men spreekt.

W.J. Jongejan, 6 augustus 2019




Aanleggen centrale databases met gepseudonimiseerde zorgdata is organisatorische en politieke keuze

marionetOp deze website heb ik vele artikelen geschreven over de problemen die gepaard gaan met het gecentraliseerd verzamelen van gepseudonimiseerde zorgdata. Voorbeelden van dat soort dataverzamelingen zijn het DBC Informatie Systeem(DIS), de ROM-dataverzameling door SBG(GZ) en de poging tot voortzetting door Akwa GGZ, en de databases van de verslavings- en traumazorg. Die laatste trokken vorige week aandacht omdat het ministerie van VWS met een reparatiewetje wil komen om die data toch centraal te verzamelen zonder toestemming van de patiënt. Het opslaan van (zorg)data op persoonsniveau in gecentraliseerde databases is zowel een organisatorische als een politieke keuze. Het concept van centrale databases, eventueel gekoppeld via knooppunten is een ICT-concept van rond 2000. Politiek interessant met de gedachte aan centraal overzicht en centrale sturing. Technisch is er anno 2019 geen noodzaak meer om systemen op een dergelijke wijze in te richten. De kwetsbaarheid is groot en er zijn grote privacy-issues. Bovendien heb je voor beleid(sondersteunende) informatie geen tot persoon herleidbare data nodig. Decentrale opslag, met een goed afsprakenstelsel hoe men met de data omgaat is een reëel alternatief dat echter niet openlijk ondersteund wordt.

Alternatief

De gecentraliseerde opslag van gepseudonimiseerde zorgdata heeft zijn tijd gehad. Met de huidige stand van techniek en programmatuur zijn decentrale oplossingen mogelijk en uiterst wenselijk. Het gaat om een totaal andere manier tegen zorgdata aankijken en verwerken.  In Nederland zijn er initiatieven om anders om te willen gaan met persoonsgegevens. In een initiatief, Common Ground, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en twee koepelverenigingen voor gemeente-automatisering kwam men in 2018 tot een voorstel om de omgang met persoonsgegevens totaal anders aan te pakken. Heel duidelijk is  de visualisatie van dit initiatief  op YouTube.

Andere aanpak

Geen datasilo’s maar een benadering van data in lagen in het Common Ground model. Laag 1( de onderste) representeert de data, die volgens afspraken in benaderbare basis brokjes moet kunnen worden opgesplitst, waarin elk brokje informatie de basis is voor een deelbevraging die nuttig is in een werkproces en die kan worden bevraagd als losstaand brokje. Laag 2 representeert de ruwe programmatuur of services, waarmee data kunnen worden opgevraagd door een bestaande applicatie. Laag 3(de bovenste) regelt de autorisatie (wie heeft toestemming), de doelbinding (in welke rol wordt laag 2 bevraagd en voor welk doel) en de logging van de bevraging. Het gaat om een andere manier van organiseren en een andere architectuur.

Bron

De bijzonder interessante analyse waarop bovenstaande gedachten zijn gebaseerd zijn van informaticus Hugo de Vos die  in 2018 een zeer interessant overzicht schreef. Die heette: “De ontwikkeling van de ICT gegevens-infrastructuur van de overheid in relatie tot de 3 gemeentelijke decentralisaties in het sociaal domein”. De in de vorige alinea verwoorde lagenstructuur is te vinden op blz. 53 van die analyse. Hoewel het hierbij gaat om gegevens van burgers in gemeentelijke administraties(lees databases) is de redenatie naadloos toe te passen op dataverwerking in de gezondheidszorg. De eerste vijf hoofdstukken van de analyse zijn een wat droge materie, maar hoofdstuk 6 geeft helder weer wat het alternatief kan zijn.

Aggregatie

In het hierboven verwoorde verwerkingsmodel is niet meer sprake van het doordringen van persoonsgegevens van individuele persoonsgegevens naar een hoger niveau. Aggregatie van data vindt op een lager niveau plaats dan nu het geval is. Toch is binnen het Common Ground model het mogelijk te voorkomen dat er dubbeling/dubbeltelling van persoonsgegevens optreedt. Net zo goed als in de zorg hebben gemeentelijke administraties de noodzaak te voorkomen dat mensen dubbel geteld worden of dat  hun gegevens niet éénduidig genoteerd staan.

Toenemend gevaar

Er bestaat de laatste jaren door toename van rekenkracht en verbetering van software is toenemende mate van de mogelijkheid om ge-de-personifieerde data in centrale databases toch te herleiden tot individuen. In een artikel in de JAMA van januari 2019 maken onderzoekers melding van de mogelijkheden om met behulp van artificial intelligence ge-de-personifieerde zorgdata uit centrale databases in een hoog percentage te herleiden tot individuele personen. Hun advies is dan ook:

 “there is a need for deidentification that aggregates the physical activity data of multiple individuals to ensure privacy for single individuals.”

Dat is een oproep om op een lager niveau, bij de bron, al te komen tot een vorm van aggregatie van data waardoor geen individuen meer te herleiden zijn aan het eind van de keten. Dat sluit aan bij het Common Grounds model.

Wezenlijk anders willen

Centraal ingerichte databases met tot op persoonsniveau vastgelegde data hebben een grote aantrekkingskracht uitgeoefend op overheden. Met de toename van de ICT-mogelijkheden zal het hebben van deze databases steeds grotere problemen geven ten aanzien van beveiliging en verantwoording aan de burgers.

Het is niet de vraag of het anders kan maar of men het verzamelen van zorgdata wel op een andere manier wil inrichten.

W.J. Jongejan, 2 augustus 2019

Afbeelding van Alex Yomare via Pixabay




Verwerking gepseudonimiseerde zorgdata niet meer mogelijk? Overheid komt met wetje

verwerking data Op 22 juli 2019 schreef ik al een artikel over de internetconsultatie die op 19 juli  startte over een wetsontwerp. Het gaat over het wetsontwerp  voor het creëren van een wettelijke grondslag voor het verwerken van gepseudonimiseerde persoonsgegevens in twee kwaliteitsregistraties. Te lang is gedacht dat het probleem van het centraal verwerken van gepseudomiseerde persoonsgegevens ten behoeve van kwaliteitsregistraties wel zou overwaaien dan wel zich zelf zou oplossen. In plaats van te bezien of de gecentraliseerde verwerking nu wel de weg is die verder bewandeld moet worden, kiest de overheid voor het verdedigen van bestaande belangen. Ze kiest voor reparatiewetgeving die rammelt en dubieuze kanten heeft. In mijn artikel van 22 juli had ik het er al over dat men voor het op centraal niveau verzamelen van zorgdata in de verslavings-en de traumazorg er voor het gemak van uit ging dat de geregistreerden op voorhand handelingsonbekwaam zijn.

Doelbinding

Bij het wetsontwerp stuurde de minister van VWS een uitgebreide Memorie van Toelichting waarin het doel van de twee gegevensverzamelingen apart wordt verwoord. Hij stelt dat de gepseudonimiseerde data noodzakelijk zijn voor statistische doeleinden, beleidsvorming, kwaliteitsbewaking en – bevordering. Daarbij moet men zich zeer goed bedenken dat zulks een ander doel is dan waarvoor de data initieel vastgelegd zijn, namelijk het verlenen van zorg aan de patiënt. Het nieuwe doel is wel gelieerd aan het oude, maar is er een verre afgeleide van. Over de verwerking van data voor een ander doel dan waarvoor ze verzameld zijn staat het één en ander in de handleiding voor het gebruik AVG en de Uitvoeringswet AVG van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Gebruik voor andere doelen

In de genoemde handleiding staat onder hoofdstuk 4.2 vermeld onder welke voorwaarden data gebruikt mogen worden voor een ander doel dan waarvoor ze verzameld zijn. Zo staat er dat wanneer het bijvoorbeeld gevoelige persoonsgegevens betreft, dan geldt dat deze een hoger beschermingsniveau verdienen en dat deze minder snel voor andere doelen mogen worden gebruikt.

Verwerkingsuitzondering  

De gekozen bewoordingen van de doelstelling in het wetsontwerp hebben een zeer nauwe relatie met een uitzonderingsbepaling in de Algemene Verordening Gegevensbescherming(AVG). Het gaat om het bepaalde in artikel 9 lid 2 onder i. Daarin staat dat zonder toestemming bijzondere persoonsgegevens verwerkt mogen worden “om redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid, zoals bescherming tegen ernstige grensoverschrijdende gevaren voor de gezondheid of het waarborgen van hoge normen inzake kwaliteit en veiligheid van de gezondheidszorg en van geneesmiddelen of medische hulpmiddelen.” In overweging 52 komt een soortgelijke passage voor.

Rechtvaardiging?

Het eventueel hebben van een verwerkingsuitzondering rechtvaardigt nog niet het daadwerkelijk kunnen gaan verwerken van verzamelde data.  De verwerking is gerechtvaardigd wanneer de verwerker het doel van de verwerking kant baseren op één van de zes rechtsgrondslagen die in de AVG worden gegeven. Het staat ook vermeld in de handleiding AVG en UAVG onder hoofdstuk 4.1. De enige van die zes rechtsgrondslag die van toepassing zou kunnen zijn is het vermeldde onder e) in  hoofdstuk 4.3.  Daarin staat dat verwerking mag als die noodzakelijk is  voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen. Dat is echter wel een zeer vage omschrijving om een gegevensverwerking in de onderhavige twee gevallen te rechtvaardigen.

Medisch beroepsgeheim

In de Memorie van Toelichting beschrijft de minister zelf dat het centraal verwerken van de gepseudonimiseerde data een inbreuk kan betekenen op het medisch beroepsgeheim, aangezien de informatie verkregen is van een arts. Om vervolgens dan te spreken over een afweging die gemaakt is tussen het belang van het verbeteren van ketenzorg en anderzijds de belangen van de individuele patiënt.

Proportionaliteit

In de Memorie van Toelichting heeft de minister het enkele malen over het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel. Dat is de vraag of de inbreuk van het wetsmiddel wel in een redelijke verhouding staat tot het te dienen belang met daarnaast de vraag of met een minder ingrijpend middel niet hetzelfde bereikt kan worden. Tot heden heeft de overheid zich nimmer afgevraagd of ze met het maken van reparatiewetjes om het verwerken van gepseudonimiseerde zorgdata doorgang te den vinden wel op de goede weg zit.

Telkens kiest de overheid voor het gecentraliseerd vastleggen van die data. Zonder te kijken of te willen kijken naar andere mogelijkheden om kwaliteitsbevordering te bewerkstelligen die veel minder ingrijpend zijn.

W.J. Jongejan, 31 juli 2019

 Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay




Mag VWS patiënten handelingsonbekwaam noemen om gepseudonimiseerde zorgdata te verzamelen?

handelingsonbekwaamOp 19 juli 2019 startte de internetconsultatie van een wetsvoorstel voor het creëren van een wettelijke grondslag voor het verwerken van gepseudonimiseerde persoonsgegevens in twee kwaliteitsregistraties. En het doorleveren aan derden, wat expliciet in het wetsontwerp benoemd staat. Het betreft het Landelijk Alcohol Drugs Informatie Systeem (LADIS) en de Landelijke Trauma Registratie (LTR). Doel van die registraties is het bevorderen van de kwaliteit en veiligheid van de gezondheidszorg op die gebieden. Naast deze zijn er andere, nog grotere, “kwaliteitsregistraties”. Daarbij speelt ook het probleem dat de daarin verzamelde data gepseudonimiseerde zorggegevens betreft. Daarvoor behoeft men in principe toestemming van de betrokkene. In het wetsvoorstel( plus memorie van toelichting) tot wijziging van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, kortweg Wkkgz, probeert de minister van VWS de twee genoemde registraties weer op gang te krijgen. Omdat sinds begin 2016 gepseudonimiseerde data gewoon als persoonsgegevens beschouwd dienen te worden hebben de data-verzamelende instanties een groot probleem. Toestemming van de patiënt is daardoor nodig. Daardoor  stokte de aanlevering van veel data. Veelal was geen toestemming van de patiënt gevraagd. Een aantal registraties kwam vrijwel droog te staan. Dit probleem speelt niet alleen bij LADIS en LTR, maar ook bijv. bij de verzameling van ROM-data. Ik schreef hier meerdere keren over.

Principieel verkeerde keuze

Bij het op grote schaal verzamelen van zorgdata voor kwaliteitsdoeleinden en beleid is consequent een faliekant verkeerde keuze gemaakt. Men koos er voor om op centraal niveau in principe tot een persoon herleidbare informatie te willen verzamelen. Men beargumenteert dat door te stellen dat men ketenzorg wil blijven kunnen volgen binnen de database met gegevens. Het is echter geen keten die tot hoog in de  landelijk zorg-pyramide reikt. Voor het ontwikkelen van beleid en kwaliteitsbeoordeling is het met moderne ICT-technieken in principe niet nodig om tot op dat landelijk niveau persoonsgegevens te verzamelen. Op decentraal niveau, op en rond verslavingszorginstellingen en op en rond traumacentra is het al mogelijk over die zorg conclusies te trekken op het gebied van kwaliteit. Op dat niveau kunnen data al geanonimiseerd zijn. Voor het ontwikkelen van beleid en kwaliteitsbeoordeling is het met moderne ICT-technieken in principe niet nodig om tot op landelijk niveau persoonsgegevens te verzamelen. Het landelijk willen verzamelen van gepseudonimiseerde zorgdata is een keuze en geen fait accompli.

Handelingsonbekwaam?

VWS verdedigt haar initiatief om zonder toestemming bij verslaafden en trauma-patiënten door te stellen dat toestemming veelal niet mogelijk zou zijn. Verslaafden zouden volgens VWS niet altijd graag geconfronteerd willen worden met heden en verleden omdat het vaak in de taboesfeer zou liggen. Ze zouden in de ogen van het ministerie nauwelijks gemotiveerd zijn om mee te werken dan wel niet altijd handelingsbekwaam zijn. Bij trauma-patiënten komt VWS met de opmerking dat de patiënt veelal niet aanspreekbaar zou zijn. Men gaat voorbij aan het feit dat het niet aanspreekbaar zijn ergens in de behandeling niet meer zal spelen. Deze opstelling van VWS is bijzonder paternalistisch.  De minister beschouwt beide categorieën meteen handelingsonbekwaam. Onbekwaam om een toestemming te geven. Een handelingsonbekwaamheid waar geen rechter aan te pas kwam.  

Redenatie

Aan het einde van hoofdstuk 1.2 komt de minister met zijn redenatie waarom het vragen van toestemming ondoenlijk zou zijn.  Ik druk dat deel integraal hier af. De minister redeneert opzichtig richting geen toestemming willen vragen.

“Daarbij komt ook dat het hanteren van toestemming van de patiënt (en ook de arts) als grondslag voor verwerking geen geschikte basis voor de verwerkingen, is omdat toestemming alleen geldig is als deze ‘vrij’ kan worden gegeven. Dit houdt in dat een gegeven toestemming ook weer op elk moment moet kunnen worden ingetrokken. Vrijheid van toestemming brengt in praktijk mee dat deze in een substantieel aantal gevallen zal worden geweigerd, zowel door de patiënt als de arts die de gegevens moet aanleveren. Dit is onverenigbaar met het doel van het voeren van volledige registraties voor goede statistieken ten behoeve van kwaliteitsborging en inzicht in de prevalentie, incidentie en beloop van de zorgketen in het publieke belang. Daarnaast is gekeken of kan worden gewerkt met geanonimiseerde gegevens, maar aangezien het een ketenregistratie en een registratie over langere termijn betreft, is dit niet haalbaar.”

Verdomd lastig

Zoals u in het geciteerde kunt zien,  komt het gewoon niet uit om toestemming te vragen. Er zouden mogelijk te weinig bruikbare data overblijven om iets zinvols met die data te doen. Daarom tuigt men nu een wetsvoorstel op waarmee men de toestemming wil omzeilen. Dit wetsvoorstel is te beschouwen als een proefproject van VWS om in een later stadium voor andere centraal aangelegde databases een rechtsgrond te creëren ten einde gepseudonimiseerde zorgdata te verzamelen en eventueel door te leveren aan derden. Ik doel daarbij op de DIS- en ROM-dataverzamelingen. Ook deze keer lanceert VWS de consultatie midden in de zomervakantie. Net als op 2 augustus 2018 met de internetconsultatie over een wetsontwerp ter bestrijding van zorgfraude.

W.J. Jongejan, 22 juli 2019




Stroperige beleidsvoornemens VWS in brief over elektronische gegevensuitwisseling zorg

stroperigGrote woorden gebruikt minister Bruno  Bruins voor medische zorg in zijn brieven aan de Tweede Kamer over elektronische gegevensuitwisseling in de zorg. Versnellen, verplichten, de regie nemen, een “roadmap”, prioritaire processen: het kan niet op.  De eerste brief dateert van 20 december 2018, de tweede van 9 april 2019 en de  derde verscheen 12 juli 2019. Het ademt allemaal daadkracht. Maar dat valt ondanks het stuwende woordgebruik op de keper beschouwd vies tegen. Favoriet in zijn woordgebruik is de eenheid van taal en de zorgbouwstenen. Die hebben hun echter hun eigen dynamiek waarbij de ontwikkeling van de bouwstenen vlotter lijkt te gaan dan de eenheid van taal. Als je goed leest wat hij in zijn meest recente brief schrijft, gaat het om stroperige initiatieven met een lange doorlooptijd. Hij komt met praktisch onhaalbare initiatieven en overdreven verwachtingen. Daarnaast blijkt hij zijn voornemen uit de vorige brief om de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg(Wabvpz) uit te kleden bij nader inzien toch niet door te zetten.

Wetgeving

Om zijn woorden kracht bij te zetten kondigt Bruins wetgeving aan over de gegevensuitwisseling. Twee sporen kondigt hij daarbij aan. Het eerste spoor is het aanwijzen van gegevensuitwisselingen in de zorg die vanaf een bepaald moment verplicht elektronisch moeten gaan verlopen. Het tweede spoor betreft het aanwijzen van de bouwstenen die verplicht gebruikt moeten worden op het gebied van taal en techniek. Een  raamwet lijkt het te gaan worden met invulling van de inhoud d.m.v. Algemene Maatregelen Van Bestuur(AMVB)(pag.4/10). De wetgeving zal in de loop van 2020 de Tweede Kamer gaan bereiken. Voor de behandeling in deze en in de Eerste Kamer is voltooid zullen we al in 2021 of later leven. Hij houdt bovendien een slag om de arm door te stellen dat hij een gegevensuitwisseling pas als verplicht zal aanwijzen als het technisch kan.

Wabvpz

In de vorige brief zei de minister af te willen van artikel 15a lid 1 van de Wabvpz. Daarin staat dat uitwisseling van gegevens via een elektronisch uitwisselingssysteem slechts mogelijk is nadat de zorgaanbieder heeft  vastgesteld dat de cliënt uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven. Met evenveel woorden komt hij nu tot de conclusie dat er geen noodzaak is de wetgeving op dit punt aan te passen. Blijkbaar toch niet goed nagedacht of voldoende deskundigen geraadpleegd.

Onhaalbare certificatie

Bruins kondigt een vergaande certificatie aan van ICT-producten. Hij zegt dit te doen om leveranciers van ICT-systemen direct te binden aan digitalisering in de zorg. Hij wil dat doen gedetailleerde technische eisen te stellen aan ICT-systemen en -producten en zo certificering af te dwingen. Bruins denkt op deze wijze de sterke binding aan de leverancier, de vendor-lockin, te bestrijden. Het grote probleem is echter dat bij de overheid in hoge mate technische kennis over zorg-ICT ontbreekt. Sowieso over ICT gezien de vele geflopte ICT-projecten Door vergaande gedetailleerde technische eisen te stellen pint men zich vast aan bestaande technologie die na verloop van tijd weer verouderd is. Men kiest er niet voor om wat men wil functioneel te omschrijven waardoor men niet afhankelijk is over gedachten over techniek op dit moment. We hebben bij het Landelijk SchakelPunt gezien waar dat toe leidt.

NEN

De minister noemt de certificering in het kader van Het MedMij programma van nieuw ontwikkelde Persoonlijke GezondheidsOmgevingen(PGO’s). Hij vergeet voor het gemak dat het daarbij om niet al langer bestaande producten gaat, die ontwikkeld worden en moeten voldoen aan de MedMij protocollen. In de zorg is echter  sprake van vele korter en langer  bestaande ICT-systemen. De minister wil in gesprek met het zorgveld, de leveranciers en het Nederlands Normalisatie Instituut(NEN) komen tot een gedetailleerde technische norm voor elke gegevensuitwisseling. Dit lijkt me typisch een geval van overheids-overmoed. De omvang van alle verschillende ICT-systemen en toepassingen is de zorg is gewoonweg te groot en te divers om dat zo aan te pakken. Bovendien is de doorlooptijd bij de ontwikkeling van NEN-normen ook niet bepaald kort.

Onrealistische verwachtingen

De minister denkt door het ontwikkelen en vastleggen van technische eisen in NEN-normen dat de kans groot is dat elders in Europa voor dezelfde standaarden gekozen wordt. Hij vergeet daarbij voor het gemak dat Nederland zelf niet voor de reeds ontwikkelde Europese structuur- en communicatiestandaard voor zorginformatie gekozen heeft. Het betreft de EU/ISO-norm 13606.

Patiëntgeheim

Aan het eind van zijn brief brengt Bruins nog even het “patiëntgeheim” ter sprake. Dat zou de patiënt volgens de jurist Theo Hooghiemstra en de Patiëntenfederatie Nederland moeten beschermen tegen al te opdringerige blikken in die data. Blikken van overheid, zorgverzekeraars en andere commerciële partijen. Ik betoogde op deze website enkele malen dat een deugdelijk wettelijk geborgd patiëntgeheim er nooit zal komen.(A,B). Hij schrijft dat hij het position paper van de Patiëntenfederatie Nederland tot  zich genomen heeft en dit najaar met een reactie zal komen. Nog geen spoor van wetgeving dus op dat vlak.

Stroperigheid

De in veel grote woorden verpakte boodschap moet daadkracht uitstralen. Helaas moet ik constateren dat veel voornemens alleen maar tot een grote stroperigheid zullen leiden. Regelgeving in plaats van stimulering op basis van onrealistische gedachten. Voor mij blijft minister Bruins de minister van grote woorden en kleine daden.

W.J. Jongejan, 15 juli 2019




Ikazia ziekenhuis, zorgomleiding en VGZ. Overwegingen bij man-made-disaster

budgetDe afgelopen week houdt het initiatief  van zorgverzekeraar VGZ om haar verzekerden naar andere ziekenhuizen dan het Ikazia-ziekenhuis in Rotterdam te verwijzen de gemoederen flink bezig. Het gaat halverwege het jaar al om een dreigende budgetoverschrijding ten gevolge van krappe zorginkoop. Over dit onderwerp was ik de afgelopen dagen in gesprek met huisarts en publicist op Twitter, Glenn Mitrasing, uit Heerhugowaard. We spraken hoe het allemaal zo, schijnbaar rechtmatig, kan gebeuren. Datgene wat VGZ nu doet, kan niet los gezien worden van de wijze waarop het Nederlandse zorgstelsel na 2006 is ingericht na het ingaan van de Zorgverzekeringswet(Zvw). Politiek en ambtenarij fietsen sindsdien dwars door een verzekering heen die in principe een particuliere verzekering is.

Private verzekering

Glenn verbaast zich erover dat alle voorstanders van het huidige zorgstelsel niet willen begrijpen dat de zorgverzekering een particulier verzekering is die rechten geeft aan verzekerden die een ziekenfondsverzekerde niet heeft. De zorgverzekeraars zijn private verzekeraars die gewoon schade verzekeren en daarmee risico lopen. Een particulier verzekeraar kan geen budgetplafond opleggen aan zijn verzekerden. Dan is het immers geen verzekering meer maar een voorziening. Bij een voorziening geldt wel op=op. De enige plicht die de “verplicht” verzekerde in dit land heeft,  bestaat uit het betalen van zijn premie, de bijdrage aan het Geneesmiddelen VergoedingsSysteem en zijn eigen risico.

Overheid

Zoals gezegd, fietst daar de overheid, lees: het ministerie van VWS, tussendoor. De minister helpt de zorgverzekeraars met twee handen als kolenschoppen:  het MacroBeheersInsrument zorg (MBI) en de MacroBeheersHeffing(MBH). Een overschrijding van het macrobudget kan VWS  corrigeren met het MBI, een korting voor alle zorgaanbieders in dat segment. Om extra druk te zetten op zorgaanbieders is er ook nog de MBH, waarbij de korting alleen wordt geheven bij niet gecontracteerde zorgaanbieders. Bij overschrijdingen van het door het ministerie vastgestelde macro-budget wordt het teveel teruggehaald bij de zorgverleners. Dan kunnen zorgverzekeraars inderdaad stellen dat zij doen alsof zij met alle ziekenhuizen een contract hebben afgesloten. Via de Minister komt het ‘teveel’ betaalde altijd terug!

Meerwerk

Glenn schreef in 2010 al profetische woorden:

“Als in Nederland meerwerk (in de hand gewerkt door factoren als vergrijzing, nieuwe innovatieve medische ontwikkelingen etc), wordt geduid als ineffectief met korting als gevolg voor….de zorgverleners(!!!) dan kunnen we met een stijgende zorgvraag nog onze lol wel op”.  

Geniepig

De zorgverzekeringswet bevat een geniepige clausule. De te verzekeren zorg, de schadelast van de zorgverzekeraars, is in die wet functioneel beschreven. Een verzekerde heeft ondanks dat zijn/haar polis met vrije artsenkeuze toch geen recht op zorg in het Ikazia ziekenhuis of het Erasmus UMC. In de wet staat dat de verzekerde recht heeft op zorg zoals gegeven door een medisch specialist, huisarts of apotheek. Niet de locatie, tijd en exacte omschrijving van wat en door wie dat geleverd moet worden staat in de wet.  Een voorbeeld: de verzekerde heeft geen recht op een exact omschreven nieuwe heup, maar op een nieuwe heup van acceptabele kwaliteit in een ziekenhuis binnen x minuten reistijd en y weken wachttijd. Dat is in een notendop de zorgplicht van de zorgverzekeraar.

Budgetprobleem

Het Ikazia ziekenhuis had ook in 2018 een budgetprobleem met VGZ. Toen was er een overschrijding van drie miljoen euro(op een VGZ-budget voor 2018 van 30 miljoen euro) die het ziekenhuis uit eigen zak betaald heeft. Dus wel zorg geleverd aan VGZ-verzekerden, maar niet door VGZ betaald. Het ziekenhuis wilde dat niet een twee jaar doen en tekende dus ook niet een zorgplicht-papier dat VGZ hen ook dit jaar voorhield. Het vreemde is dat  VGZ in het Ikazia-ziekenhuis eigenlijk maar een kleine krabbelaar is. Met andere verzekeraars zoals Achmea en CZ, die veel meer omzet (medische behandelingen) bij Ikazia vergoeden (zo’n 140 miljoen euro per jaar), heeft directeur Kievit van dat ziekenhuis géén probleem, zegt hij in een artikel in de NRC op 9 juli 2019. De vraag is dan ook wat VGZ bezielt om zich zo op te stellen.

Het gaat niet om kwaliteit

Het budgetprobleem laat zien dat het helemaal niet gaat om kwaliteit. Alles draait om het door de minister toegestane budget met daarbij ook nog de beperkingen van het recent afgesloten Bestuurlijke Hoofdlijnen Akkoord voor de zorg 2019-2022. Geld. Dat was al zo in de ziekenfondstijd en veranderde sinds 2006 niet. Wim van der Meeren, tot voor kort bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar CZ, zei ooit: ”Er is met het ingaan van de nieuwe zorgverzekeringswet in dat opzicht niets veranderd”.  Eén verschil bestaat wel. Sinds 2006 moet je naar de burgerlijke rechter om je recht te halen. Dat is lastig want de Zvw zegt dat de zorgverzekeraars alles mogen eisen, mits ze maar aan hun zorgplicht voldoen.

Het model van de nieuwe zorgverzekeringswet verkocht men ooit als dat iedereen gelijk zou worden behandeld. Men heeft echter niet door dat als iedereen even slecht behandeld wordt dat ook goed is.

Iedereen is immers dan toch ook gelijk?

W.J. Jongejan, 11 juli 2019




De subsidie voor de PGO’s die geen subsidie mocht heten

Open House inkoopOp 25 juni 2019 stond  een interessant artikel op de website www.gemeente.nu over het inkopen van zorg met de zogenaamde “open house”-methode.  Gemeente.nu is een platform voor de lokale overheid en functioneert onder auspiciën van de Staatsdrukkerij en Uitgeverij bedrijf(SDu)  Het artikel had als kop “Minister koopt zelf in via verguisde openhouse-methode”. Hierbij dient men zich te realiseren dat het gaat om een door minister van VWS, Hugo de Jonge, verguisde methode van zorginkoop. De kern van het artikel is dat deze minister zelf op 7 juni 2019 in een brief aan de Tweede kamer in een beschouwing de open-house-methode in de jeugdzorg “principieel kwestieus” noemt, maar zelf recent twee projecten ermee opgetuigd heeft. De journalist Richard Sandee, verbonden aan voornoemde website,  stelt met verwondering vast dat de minister zelf iets doet wat hij lagere overheden, zoals  de gemeenten, verwijt.  Hij vraagt zich dan ook af waarom de genoemde methode in de twee projecten van VWS  niet op bezwaren zou stuiten. Eén van die projecten is de financiering van de Persoonlijke Gezondheids-Omgevingen(PGO’s). Daarin kunnen patiënten vanaf 1 juli 2020 hun zorgdata opslaan die ze van hun zorgverleners elektronisch verkregen hebben. Na introductie in 2010 is er geen duidelijk verdienmodel voor. Dus greep het ministerie van VWS in met een financiële regeling die geen subsidie mocht heten.

Open House

Bij Open House als inkoop-methode stelt de inkopende organisatie vooraf voorwaarden op waaraan marktpartijen moeten voldoen, waarna de eindafnemers zelf mogen bepalen welke aanbieder zij kiezen. De essentie van Open House  is dat de keuze voor de specifieke aanbieder steeds gemaakt wordt door de cliënt zelf. Het  is een contractvorm die inhoudelijk veel lijkt op een raamovereenkomst, maar waarin tussentijdse toetreding van nieuwe zorgaanbieders en wijziging van contractvoorwaarden mogelijk zijn.

PGO’s

Op 12 maart 2019 presenteerde minister Bruno Bruins voor Medische Zorg een regeling waarbij na introductie van de PGO’s vanaf  oktober 2019 per gebruiker, patiënt dus, een bedrag van € 7,50 aan de PGO-leverancier wordt betaald door het ministerie. Nadrukkelijk staat in dit stuk dat het geen subsidie betreft maar een Open House-constructie. Hij omschrijft het als een vorm van aanbesteding, waarbij er geen limiet zit op het aantal leveranciers dat zich inschrijft of het aantal gebruikers dat zich aanmeldt. Op 12 maart 2019 ging het om 72 PGO-aanbieders. Nu blijken het er 84 te zijn.

Voorwaarden

Op de regeling kunnen bedrijven zich inschrijven via een procedure die gebruik maakt van TenderNed. Aanmelden moet voor 19 juli aanstaande. Voorwaarde is wel dat de PGO’s voldoen aan het MedMij-label en aan de informatiestandaarden voor ziekenhuiszorg, huisartsgegevens, medicatiegegevens, zelfmeetgegevens en GGZ-gegevens. Aardig is het om te weten dat van de 84 thans getelde PGO’s er 2(zegge: twee) aan die eisen voldoen.

Omvang regeling

Uit de gepubliceerde regeling op TenderNed is in punt II.2.14 op te maken dat men denkt dat tot eind 2020 400.000 tot 800.000 mensen gebruik zullen gaan maken van de regeling. Met 7,50 euro per persoon zal het met de regeling dan gaan om een bedrag van drie tot zes miljoen euro.

Belang

Aan alle kanten heeft het ministerie van VWS subsidies uitgedeeld om elektronische uitwisseling van zorgdata van de grond te krijgen. Nog eens een keer het woord subsidie gebruiken om goedgekeurde PGO’s daadwerkelijk te gaan gebruiken en dus vullen met zorgdata is voor VWS een brug te ver. Daarom heeft men de uitvlucht van een Open-House-financiering bedacht.

Gewoon subsidie

Als we  met ons gezonde verstand even nadenken  en de redenatie: If it looks like a duck, swims like a duck, and quacks like a duck, then it probably is a duck. toepassen dan gaat het gewoon om geld dat de overheid gedurende een beperkte periode betaalt aan PGO-leveranciers. Een ordinaire subsidie dus. Dat alles omdat men de PGO’s niet van de grond denkt te krijgen als de gebruiker zelf moet betalen.

Het lijkt erop dat minister de Jonge uit opportuniteitsredenen gewoon zelf iets doet wat hij lagere overheden afraadt om te doen.

W.J. Jongejan, 28 juni 2019.




Hoe VWS steeds meer ICT-bedrijven en niet-zorgverleners uit de zorgruif laat eten

eten zorgruifOp 19 juni 2019 liet het ministerie van VWS weer een Voorgangsrapportage Innovatie en Zorgvernieuwing het licht zien. Dat is vanaf 2015 een jaarlijkse traditie geworden. In 2014 formuleerde de toenmalige minister Schippers in een brief over eHealth en zorgvernieuwing een aantal ambities over de zorgICT. Die moesten in vijf jaar gehaald worden. De huidige voortgangsrapportage over 2018 is er weer één met veel woorden en uitvergroting van kleine daden. Eén ding dat enorm opvalt is dat het ministerie van VWS inmiddels een vermogen gestopt heeft  in het aanjagen van eHealth, innovatie en zorgvernieuwing middels subsidies. Daarmee heeft VWS ervoor gezorgd dat een leger aan ICT-ers, zorgICT-bedrijven, managers en consultants zijn gaan mee-eten uit de ruif met zorggelden. Bedoeld om in de toekomst de zorg bemenst te houden heeft het ministerie zich met veel subsidiegeld afhankelijk gemaakt van een grote groep mensen die zelf geen zorg verlenen. Ze eten allemaal wel mee uit de zorgruif.  Terwijl VWS uit volle borst klaagt over de afhankelijkheid van zorgverleners van hun zorg-ICT-leveranciers, werkt zij zelf met volle kracht mee aan het afhankelijk maken van die bedrijven. Die weten maar al te goed hoe hoog het subsidiebedrag is dat verstrekt wordt en willen best wat maken als de klant hen het subsidiegeld doorsluist. Het ministerie is dan ook zelf de belangrijkste actor in het probleem van de vendor-lockin van zorgverleners  ten aanzien van hun leveranciers.

1078,5 miljoen euro    

Dat is het bedrag dat VWS deze jaren stak en steekt in de zorginnovatie/-vernieuwing. Het bedrag staat niet expliciet vermeld in de brief van bewindslieden aan de Tweede Kamer. Maar bij het bezichtigen van de regelingenwaaier, vermeld in de voortgangsrapportage is er de mogelijkheid om de inhoud en omvang van alle in de waaier genoemde  subsidies te bekijken. Bij elk staat onder het kopje “bedrag” de subsidieomvang. De optelsom van alle zestien subsidiemogelijkheden  eindigt boven de één miljard euro. 1078,5 miljoen euro. Het varieert van VIPP-programma’s  tot subsidie in het Kader van de Juiste Zorg op de Juiste Plek.  Voor dit vermogen moet het ook mogelijk zijn de financiële  en de arbeidsvoorwaarden voor zorgpersoneel zo te verhogen dat er wel meer personeel aan te trekken is.

Consultants-taal 

Je krijgt waar je voor betaalt. Dat is ook duidelijk te zien aan het taalgebruik in de voortgangsrapportage. Ik zal u de volgende passage dan ook niet onthouden.

“Daarnaast besteden wij in de bijlage ook aandacht aan de activiteiten die we hebben gedaan op het terrein van het verbinden en versterken van stakeholders: health deals, vliegwielcoalitie, juiste zorg op de juiste plek, gezonde mening (panel), e-healthweek, health impact bonds, het bevorderen van samenwerking tussen zorg en het bedrijfsleven, de e-healthmeetlat en dwarsdenkbijeenkomsten. Ook besteden we aandacht aan de activiteiten op het gebied van het ontwikkelen van innovaties: actieonderzoek innovatieve zorg, Seed capital regeling en Dutch Hacking Health.

De-implementatie

Een beproefde manier om bij niet vlottende implementatie van bedachte zorg-ICT-innovaties is het wijzen naar de zorgverleners als hindermacht. Dat doet VWS in de alinea “Het oude blijft bestaan naast het nieuwe” (Pagina 5/13). Daarin stelt men dat een bijkomend probleem is dat nieuwere manieren van werken naast oude werkwijzen blijven bestaan. Men stelt dat door een combinatie van gebrek aan bewijs en gebrek aan procesinnovatie onvoldoende ruimte wordt gemaakt om effectieve innovaties op te schalen en verouderde methoden niet meer te gebruiken. Het minister beklaagt zich over de geringe “de-implementatie” en stelt dat er stapeling optreedt van methoden.

Wijzen

Als er onvoldoende bewijs of onvoldoende zichtbare verbeteringen in het werk zijn door nieuwe methoden dan is het vanzelfsprekend dat een zorgprofessional niet de oude schoenen weggooit als de nieuwe niet bewezen beter zijn. Het wijzen naar de zorgsector als medeoorzaak voor het beperkt doorbreken van de zegeningen van zorg-ICT was ook al te zien in de eHealth-monitor 2018.

Veel projecten

Met het vermogen aan subsidiegeld zijn vele projecten en projectjes opgetuigd. Wat opvalt dat het voor een groot deel gaat om zaken met een beperkte omvang. Het beeldbellen komt naast de incontinentiel-luier met vochtsensor ook weer in beeld. Maar bij lezing gaat het telkens om beperkte aantallen. De praktijk heeft bijv. laten zien dat beeldbellen als manier om zorgconsumptie te verminderen alleen werkt bij zeer circumscripte ziektebeelden(hartfalen, COPD etc) en beperkte aantallen patiënten.

Voortgangsrapportages door de jaren heen

De jaarlijkse ministeriële rapportages kennen we sinds 2015, nadat in 2014 de toenmalige minister Schippers haar ambitie voor de zorg-ICT voor de daarop volgende vijf jaren gepresenteerd had. Wat telkens opvalt in al die nota’s is het gezwollen en stimulerende taalgebruik. Alsof alles wat beschreven staat al gemeengoed is in den lande.  Als we de rapportages zien van 2015, 2016, 2017 en 2018 is misschien wel iets bereikt. Echter niet iets dat in verhouding staat tot de ruim één miljard euro die er nu ingepompt is.

Zorgruif

Het trieste is dat het ministerie in een poging een toekomstig personeelstekort op te vangen door zorginnovatie en -vernieuwing met ruim één miljard euro haar afhankelijkheid van zorg-ICT-bedrijven, managers en consultants alleen maar opgeschroefd heeft. Mensen die allemaal mee-eten uit de zorgruif zonder zelf zorg te verlenen.  En dat terwijl VWS de zorg-ICT-bedrijven juist verwijt de zorgaanbieders in een wurggreep te houden met vooral een vendor-lockin.

W.J. Jongejan, 25 juni 2019

 




Kansloos betoog SG VWS over oplossing gebrekkige interoperabiliteit zorgICT

interoperabiliteitOp de HIMMS-Europe conferentie die van 11 t/m 13 juni 2019 in Helsinki gehouden werd viel de secretaris-generaal(SG) van het ministerie van VWS, Erik Gerritsen, op met een op het oog krachtig betoog. Hij stelde dat de zorgsector worstelt met een wereldwijde interoperabiliteitscrisis in de zorgICT.  Alleen krachtdadig, internationaal gecoördineerd overheidsingrijpen kan volgens hem een einde maken aan de falende elektronische gegevensuitwisseling. Het online magazine SKIPR berichtte er op 14 juni 2019 over. Volgens Gerritsen is het de hoogste tijd het roer om te gooien. Omdat marktpartijen er volgens hem niet uitkomen zullen overheden moeten ingrijpen en dwingend internationaal verplichte standaarden voor interoperabiliteit moeten opleggen. De facto geeft Gerritsen hier het failliet aan van het marktmodel ten aanzien van zorg-ICT. Hij schrok er niet voor terug te stellen dat veel marktpartijen misbruik hadden gemaakt van de situatie door een eigen winst gedreven agenda te volgen. Maar kan je dat bedrijven kwalijk nemen als eerst jarenlang internationaal, maar ook zeker nationaal marktwerking geprofeteerd is. Wil je marktwerking dan introduceer je automatisch winst gedreven handelen. Het ministerie van VWS is daarbij jarenlang een groot onderdeel van het probleem geweest. Daarbij vermeldt hij niet dat zijn eigen ministerie altijd de marktwerking op het gebied van zorgICT gepredikt heeft en doof was voor geluiden over vendor-lock-in. Dat is de wurgende afhankelijkheid van gebruikers van hun ICT-leverancier ten aanzien van aanvullende dienstverlening.

Marktwerking

Wat betreft die marktwerking heeft het ministerie van VWS toch nog heel veel uit te leggen. Het heeft zelf jarenlang die marktwerking gepropageerd met steun van het hele kabinet. Het heeft vaak ook meegewerkt aan financiële regelingen waarbij het op voorhand duidelijk was dat aan zorgaanbieders verstrekte subsidie (vrijwel) volledig door vloeiden naar de ICT-leveranciers. Daarbij denk ik alleen al aan de subsidiëring van huisartsen om op het Landelijk SchakelPunt(LSP) aan te sluiten en recent nog de VIPP-subsidies teneinde zorginstellingen klaar te stomen om aan te sluiten op het LSP.

Grote woorden

Gerritsen zei dat ondanks alle technologische mogelijkheden er nog steeds mensen sterven, omdat we er niet in slagen de juiste elektronische informatie tijdig op de juiste plaats te krijgen. Het is onduidelijk op welke onderzoeken van internationale of nationale oorsprong hij duidt. Het is naar mijn mening een veronderstelling  met een groot natte vinger-gehalte. Bovendien gaat hij voorbij aan de rol die zorg-ICT zelf speelt bij het veroorzaken van ontbrekende communicatie of miscommunicatie.

Welke sterfgevallen

Het is de vraag over welke sterfgevallen Gerritsen spreekt.

  1. Heeft hij het hierbij over de sterfgevallen, veroorzaakt door het ontbreken van elektronische uitwisseling? Dat is altijd door VWS met het dubieuze Harm-onderzoek naar vermijdbare ziekenhuis-opnamen en -sterfte beweerd ten aanzien van het LSP. Uit een studie van de WRR, blijkt dat er geen concreet wetenschappelijk onderzoek bestaat met als conclusie dat landelijke beschikbaarheid van gegevens de zorg veiliger en van betere kwaliteit kan maken. Uit een Britse meta-analyse was de conclusie dat grootschalige datasystemen geen positieve verschillen voor de zorg opleveren. (bron VPHuisartsen.)

Welke sterfgevallen(vervolg)

  1. Heeft hij het over de mogelijke doden die het gevolg zijn van alleen de onvoldoende interoperabiliteit? Daarbij heeft het ministerie van VWS tonnen boter op het hoofd door niet te kiezen voor de Europese//ISO norm 13606 voor elektronische zorgcommunicatie. Daarme zou namelijk de IT-leverancier tot het verleden behoren.
  2. Of heeft hij het, maar ik denk welhaast niet, over de mogelijke doden door het gebruik van zorgICT-systemen zelf? Daarbij gaat het om de gevolgen van gebruikersonvriendelijkheid, dataverliezen bij conversies etc. Complicerend is het ontbreken van voldoende transparantie door “non-disclosure”-, “gag”- en “hold-harmless”-clausules in contracten tussen zorg-ICT-leveranciers en zorgaanbieders.

Internationaal en nationaal

De secretaris-generaal houdt een opvallend pleidooi om internationaal in te grijpen en dwingend verplichte standaarden op te leggen. Het aardige daarbij is dat de  grootschalige inzet op standaardisatie in Nederland pas sinds kort zeer krachtig door het ministerie van VWS beleden wordt. Minister Bruins voor de Zorg sprak daar recent grote woorden over. Op papier is NICTIZ het standaardisatie instituut voor de zorgICT. Het vermocht in al haar jaren van bestaan geen dusdanige standaardisatie van de grond  te krijgen dat de “krachtige” woorden van Bruins en Gerritsen niet nodig waren.

Oproep

Gerritsen komt uiteraard namens VWS met de oproep dat de overheid niet moet schromen om klassieke machtsmiddelen in te zetten om het huidige marktfalen te doorbreken. Daarbij doelt hij niet alleen op onze nationale overheid, maar ook op andere overheden in internationaal perspectief. Daarbij vergeet hij voor het gemak dat landen waar wij op het gebied van zorg-ICT veel mee te maken hebben, zoals het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten niets moeten hebben van dwingend ingrijpen in markten. Met zijn oproep geeft hij aan dat VWS ook ziet dat de eigen pogingen om het marktfalen futiel zullen blijken te zijn als de veelal buitenlandse zorg-ICT-leveranciers niet elders kort gehouden worden. Eigenlijk zijn de woorden van Erik Gerritsen in Helsinki meer een soort verzuchting hoe het in de ogen van VWS zou moeten gaan, dan dat het op werkelijkheidszin gebaseerd is.

W.J. Jongejan, 17 juni 2019

 




Kwaliteit in de GGZ prijzig gemaakt. AKWA GGZ huurt erg duur

duur

Achter een drie traveeën brede, symmetrische voorgevel, met als risaliet uitgevoerde, hoger opgetrokken middelste travee met tympaan en aangekapt zadeldak met breed overstek, huist sinds kort AKWA GGZ. De rechtsopvolger van de Stichting Benchmark GGZ, AKWA GGZ, en het bijbehorende Dataportaal GGZ is sinds 1 januari 2019 in Utrecht gevestigd. Niet zoals SBG op een gewone kantoorlocatie, maar op een heel bijzondere plek in Utrecht. Het mag blijkbaar wat kosten, want het gaat om een bijzonder pand namelijk een monumentale kantoorvilla aan de Museumlaan 7 in Utrecht. De eerste regel van deze bijdrage komt dan ook uit de monuments-beschrijving. De jaarlijkse huurkosten voor het monumentale pand met 550 m2 oppervlakte komen inclusief BTW op minimaal 169.400 euro per jaar. Eenzelfde kantooroppervlakte is in een kantorenwijk voor bijna de helft van dat bedrag te huren. Blijkbaar is de behoefte om behoedzaam om te gaan met publieke middelen niet zo groot bij de bestuurders die verantwoordelijk zijn voor AKWA GGZ. AKWA GGZ staat als opvolger van SBG nogal in de aandacht. Met name vanwege de wens om toch Routine Outcome Monitoring(ROM)-data uit de GGZ te willen blijven gebruiken voor “kwaliteits”-doeleinden. Ook al staat dat enorm ter discussie. Afgelopen week nog kreeg AKWA GGZ nog de kous op de kop van de Autoriteit Persoonsgegevens(AP), toen men oude SBG-data alsnog raadpleegbaar wilde maken voor onderzoek. De AP stak daar een stokje voor.

Huurprijs  

U zult denken: ”Hoe komt schrijver dezes aan het enorme huurbedrag?” Tamelijk simpel: via Funda.nl.(Indien de link niet meer werkt, hier). De vraagprijs voor de huur van 550 m2 kantooroppervlakte was 110.000 euro per jaar ex BTW. Daarbij komen twee eenheden met parkeerplekken a 15.000 euro per stuk. Bij elkaar dus 140.000 euro ext BTW. Met 21 procent BTW komt dat op minstens 169.400 euro per jaar. Uitgaande van een m2-prijs van 110 tot 120 euro bij niet onaardige kantoorpanden in mijn woonplaats Woerden kost 550 m2 tussen de 60.500 en 66.000 euro per jaar. Dat scheelt bijna de helft ten opzichte van het kapitale pand te Utrecht. Erg slim is de huisvesting in dit pand niet want indien de activiteiten uitbreiden is aanvullende werkruimte binnen het pand niet te realiseren.

Monument

Dit artikel begon ik met de eerste regels van de beschrijving van het monumentale pand in Utrecht. De kantoorvilla is in 1894 gebouwd in opdracht van de familie Itterson naar ontwerp van P.J. Houtzagers met neo-klassieke elementen. Houtzagers ontwierp een aanzienlijk aantal panden in en buiten Utrecht. Eén van zijn bekendste leerlingen was Gerrit Rietveld.

Vorige bewoners

De vorige huurders van het pand kwamen uit andere takken van sport. Het pand werd in twee delen verhuurd. In het ene deel huisde het ICT-consultancy-bedrijf ENSIOR. In het andere deel was in gebruik bij de Fries Groningse Hypotheekbank(FSH) ENSIOR verhuisde in 2018 naar Driebergen. De FGH hield na overname door de RABO-bank in juni 2018 op te bestaan.

GGZ Dataportaal

In het pand op de Museumlaan is op papier ook het GGZ Dataportaal gevestigd. GGZ Dataportaal is blijkens de website van AKWA GGZ dé dataverwerker voor de geestelijke gezondheidszorg. Zij ontvangen data van zorgaanbieders over behandelingen. Deze data zeggen ze te verwerken tot bruikbare rapportages die inzicht zouden moeten bieden in de kwaliteit van zorg. Deze rapportages zijn toegankelijk via een online applicatie die Akwa GGZ beheert. Het is alleen niet erg waarschijnlijk dat dat allemaal gebeurt op de Museumlaan 7. Volgens de link in de eerste zin van deze alinea is er slechts één persoon werkzaam bij GGZ Dataportaal B.V. in het pand. Die heeft als bezigheden: gegevensverwerking, webhosting en aanverwante activiteiten

Reclamezuil

Blijkbaar wil AKWA GGZ ook nog aan de buitenzijde een boodschap uitdragen vanuit haar dure museumpand. De organisatie heeft namelijk een omgevingsvergunning aangevraagd voor het oprichten van een reclamezuil in de tuin van het pand. Het trieste van een dergelijke aanvraag is dat men blijkbaar niet beseft dat een reclamezuil in de tuin van een pand dat als monument beschouwd wordt afbreuk doet aan het monumentale karakter van het pand. Het is te hopen dat de omgevingsvergunning niet verleend wordt. Bovendien, wat zou men erop willen zetten. Iets van: “Doe niet dom. Doe uw voordeel met ROM” of iets dergelijks.” Het idee alleen al!!!

Het is moeilijk bescheiden te blijven

Bij het huren van kantoorruimte dienen bestuurders van een organisatie als AKWA GGZ zich te bedenken dat ze werken met gemeenschapsgeld. AKWA GGZ met als be-/verwerker De Nieuwe Entiteit zal door Zorgverzekeraars Nederland gedurende het eerste jaar betaald worden. Daarna betaalt het ministerie van VWS via de kwaliteitsgelden. In het eerste jaar zijn dat dus gelden opgebracht door de burgers via de zorgpremies. Daarna belastinggeld van burgers via het ministerie van VWS.

Blijkbaar is het voor zorgbestuurders moeilijk bescheiden te blijven.

In dat kader is het door Aad Klaris geschreven en door Peter Blanker uitgevoerde lied met diezelfde naam uit 1981 weer eens aardig om te horen.

W.J. Jongejan, 11 juni 2019