Nictiz poetst teruggang beeldbellen weg in eHealthmonitor 2019

Nictiz poetstHet is aandoenlijk, maar tegelijk ontluisterend, om te zien hoe Nictiz als “onafhankelijk” kenniscentrum voor digitale informatieuitwisseling in de zorg, zich soms in bochten wringt. Dat was weer zichtbaar in de recent verschenen eHealth-monitor 2019. Met een klassieke public-relations truc verhult Nictiz de substantiële daling van het gebruik van beeldbellen.  Ook het uitblijven van een doorbraak bij het gebruik van patiëntenportalen van ziekenhuizen en huisartsen  moffelt men ergens in de tekst weg. Beeldbellen is één van de stokpaardjes van het ministerie van VWS om de zorg in de toekomst beheersbaar te houden. Het digitaal kunnen inzien van zorgdata door patiënten op webpagina’s van ziekenhuizen en huisartsen is straks een graadmeter voor het gebruik van de in 2020 beschikbaar komende Persoonlijke Gezondheids Omgevingen(PGO’s). Daarvan is het de bedoeling dat patiënten hun zorgdata die ze van zorginstellingen en zorgverleners elektronisch kunnen ontvangen erin kunnen opbergen. 

Wegmoffelen daling beeldbellen

Beeldbellen is al vele jaren een droom van VWS. Een droom die maar geen werkelijkheid wil worden. Men trekt en duwt eraan met stimuleringsprogramma’s zonder te willen beseffen dat haalbaarheid omgekeerd evenredig is met schaalgrootte. Nictiz houdt vanaf 2014 het percentage verpleegkundigen bij dat in de eigen zorgorganisatie met beeldbellen werkt. In de eHealthmonitor 2019 spreekt men op pagina 22 van het niet doorzetten van de stijging van het aanbod  van het beeldbellen in 2019. Naast de tekst is een grafiek zichtbaar die berust op tabel 4.10(pagina 54  uit de tabelbijlage). In 2015 was er een stijging van het  gebruik  t.o.v. 2014, maar in 2016, 2017 en 2018 schommelde het percentage rond de 22 procent. Om in 2019 te DALEN tot 15 procent.  Men liegt dus twee maal. Eerst door het gelijk blijven niet te benoemen en daarna door de daling te verkopen als het  niet doorzetten van de vermeende stijging.

Woordenbrij

Veel werk maakt men daarbij wel van het vastleggen in percentages van ervaren of verwachte voordelen en ervaren of verwachte nadelen die zorgverleners zien in het beeldbellen. Dat zijn echter geen bepalende factoren bij het beeldbellen, ook wel telezorg genoemd. Op deze website is onder deze zoekterm er het nodige over  te vinden. Het lukt alleen het beeldbellen in de zorg op gang te krijgen bij zeer duidelijk omschreven ziektebeelden rond een kleine kern van enthousiaste vaste behandelaars. De beeldzorg vraagt om een constante beschikbaarheid van die vaste behandelaars, maar ook van een constante benaderbaarheid van de patiënt.

Zeer beperkt gebruik patiëntenportaal

Op pagina 18 van de eHealthmonitor 2019 maakt Nictiz, een beetje weggemoffeld in de tekst van hoofdstuk 2, bekend welk percentage van  zorggebruikers en van mensen met een chronische aandoening  gebruik maakt van de online inzagemogelijkheid  van zorgdata op ziekenhuis- of huisartsportalen. Voor de zorggebruikers als totaal ligt dat op minder dan 10 procent en voor de mensen met een chronische aandoening op circa 15 procent. Het is niet substantieel veranderd vergeleken met 2018. Dat is te zien in de eHealthmonitor 2018 in hoofdstuk 3.2.4.

Het staat in schril contrast tot het aanbod van de portalen. De afgelopen paar jaar zijn er zeer vele patiëntenportalen bij gekomen. Het lage percentage betekent dat de patiënt blijkbaar liever uitslagen en/of rapporten van behandelaars in de spreekkamer verneemt dan via een online medium. Daarbij zal ongetwijfeld ook digitale vaardigheid een grote rol spelen plus de remmende werking die uitgaat van het inloggen met inlognaam, wachtwoord en een in tweede instantie verkregen SMS-code.

Nictiz

Nictiz noemt zich zelf een onafhankelijk instituut voor het gebruiksgericht ontwikkelen en het beheren van informatiestandaardenin de zorg. Nictiz  zegt ook partijen in de zorg te signaleren en adviseren over informatie-uitwisseling en (toekomstige) nationale en internationale ontwikkelingen. De financiering van Nictiz vindt vrijwel volledig vanuit VWS plaats. De strapatsen die Nictiz uithaalt bij het verdoezelen van zaken die VWS liever niet luid en duidelijk in de pers wil zien zijn ook in 2019 weer duidelijk zichtbaar. Het is jammer, want door de data die Nictiz in de grafieken en tabellen bijlage wel toont valt ze echter toch door de mand.

W.J. Jongejan, 26 november 2019

Afbeelding van Bikki via Pixabay

 




Zorgambassade, in naam een doe-/denktank.Tegelijk lobbyclub dicht tegen VWS aan

zorgambassadeSinds kort ritselt het op Twitter van berichten over de Zorgambassade. Dit jaar startte men dit initiatief om elk jaar zestien zorgprofessionals zich te laten buigen over belangrijkste problemen in de zorg. Die moeten in één jaar komen met haalbare en schaalbare oplossingen. De Zorgambassade is een initiatief van Felice Verduyn-van Weegen van LSP, investeringsbedrijf in medische innovaties. Een aantal partners haakten aan, waaronder VWS. Op dit moment zijn de partners: VWS, Philips, SmartHealth Amsterdam, zorgverzekeraars VGZ en Zilveren Kruis, de Boston Consulting Group, en de farmaceutische bedrijven AMGEN en Novartis. Die leveren kennis en consultants en helpen samen met het Zorgambassade Kennisnetwerk met het implementeren van ideeën. Men stelt zeer luid volledig onafhankelijk te opereren en een doe-/denktank voor de zorg te willen zijn. Helaas kan ik bij het zien van de partners niet anders concluderen dan dat met hulp van VWS een invloedrijke lobbyclub is opgezet.

Wat doet men?

Men heeft een bureau met directeur en bestuur opgetuigd. De begroting voor 2020 bedraagt 300.000 euro. Naast financiële bijdrage leveren de partners ook diensten, zoals het beschikbaar stellen van consultants die de deelnemers trainen, of ruimtes in gebouwen van de organisaties. Wat die trainingen betreft stelt de kersverse directeur dat die gegeven worden door “echt high-profile-namen”. De zestien deelnemers die uit alle kanten van de zorg moeten gaan komen, van zorgverlener tot inkoper, krijgen overigens niets betaald. De betalende partners zien het deelnemen als “boost”  voor de ontwikkeling van deelnemers.  Het gaat om in totaal twaalf bijeenkomsten van drie tot vier uur per keer plus éénmalig een half weekend. In totaal bijna 45 uur. Daarnaast verwacht men van de deelnemers dat ze twee uur per week zaken voorbereiden en uitwerken. Het lijkt me een niet geringe belasting voor mensen die anderszins al een drukke baan hebben in de zorg.

Ronkend taalgebruik

Wat direct opvalt is het ronkende taalgebruik. Als voorbeeld hieronder stukje tekst over de Acceleratieraad.

De Acceleratieraad is een essentieel onderdeel van het concept van de Zorgambassade. Deze raad, bestaande uit de meest vooraanstaande vertegenwoordigers van de belangrijkste onderdelen van de Nederlandse gezondheidszorg, brengt ervaring en slagkracht naar de Zorgambassade. Elke editie zal de Acceleratieraad de haalbaarheid van de oplossingen uit de eerste fase van het programma toetsen, en uiteindelijk ook het succes van de implementatie beoordelen. Ook zullen zij door hun ongekende netwerk en kennis bijdragen aan het succes van de opschaling van de initiatieven van de deelnemers. Hierdoor heeft de Zorgambassade het mandaat wat het nodig heeft.

 In één van de tweets van het ministerie van VWS over de Zorgambassade stond dat men op zoek was naar “zorghelden” die wilden deelnemen. Toen dat veel zorgverleners op Twitter in het verkeerde keelgat schoot, verwijderde men de tweet.

Onafhankelijk?

Op meerdere plekken van de website van de Zorgambassade is te lezen dat men onafhankelijk functioneert. Het initiatief is een vorm van publiek/private samenwerking met een zeer sterke inbreng vanuit het zakenleven. De ondersteuning van de deelnemers aan de doe-/denktank-sessies komt voornamelijk vanuit die zakelijk partners. Die opereren nooit als echte filantropen, maar hebben zakelijke belangen bij deelname aan dit soort zaken. Zonder een echt grote investering kunnen zakelijke partijen hun invloed nu subtiel doen gelden via de deelnemers, terwijl men daarbij dicht tegen het ministerie van VWS aan opereert.

Lobbyclub

Innovaties in de zorg trekt men niet zomaar los door zestien deelnemers brainstorm-sessies te laten uitvoeren met ondersteuning van consultants uit het bedrijfsleven. VWS probeert al langere tijd met veel geld om innovaties in de zorg aan te jagen. Er zijn echter grenzen aan de verandersnelheid in de zorg. Bovendien moet een innovatie wel gevalideerd zijn, wil men ermee bestaande processen en protocollen vervangen. Daarom zie ik  het Zorgambassade-initiatief als een zeer slim opgezette nieuwe lobbyclub vanuit het zakenleven om op deze wijze invloed op het zorgveld EN op het ministerie van VWS uit te oefenen, ten eigen faveure. Een lobbyclub waaraan VWS zelf nota bene deelneemt.

W.J. Jongejan, 13 september 2019

Image by Clker-Free-Vector-Images from Pixabay




Ongeruste leden Vereniging VVAA niet uniek. Symptomatisch voor aanschurken bestuurders tegen VWS

VVAADe Vereniging VVAA heeft voor 19 november een ledenbijeenkomst uitgeschreven. Dat gebeurt omdat het bestuur zegt snel te willen reageren op een aantal verontruste leden. Het bestuur zegt daarbij dat tijdens deze bijeenkomst de borging van de “stemfunctie” voor de toekomst centraal staat. Daarbij doelt het bestuur op de stem die de Vereniging de laatste jaren onder directeur Brugman aan zorgverleners gaf bij niet-materiële ondersteuning. De bezorgdheid is ook voor een groot deel ingegeven door het aannemen van een betaald adviseurschap door de voorzitter, Gerlach Cerfontaine,  bij VWS, NVZ en NFU. Dat, specifiek in het kader van het programma (Ont)regelDeZorg dat VWS overnam van de VVAA. Het problematische is gelegen in het te nauw aanschurken tegen VWS. Zeer recent was er ook onrust bij V&VN, de Vereniging van Verpleegkundigen en Verzorgenden in Nederland. Op 27 augustus j.l. trad het bestuur af. Ook de Landelijke HuisartsenVereniging(LHV) ondervond ooit de gevolgen ervan. 

LHV

Bij de LHV heeft zich hetzelfde fenomeen voorgedaan. Na enkele jaren van huisartsactivisme onder voorzitter Bas Vos volgde de LHV in de jaren erna onder Steven van Eijck nogal dociel het beleid van het ministerie van VWS. Van Eijck was voorzitter van de LHV van 1 augustus 2006 tot 1 september 2014. Door die dociele koers richting het ministerie van VWS raakten een groot aantal huisartsen in 2009 gedesillusioneerd. Zij zegden hun lidmaatschap op.

Oprichting VPHuisartsen

Het was dan ook niet verbazingwekkend dat op  11 februari 2010 de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen(VPHuisartsen) werd opgericht. Deze koos voor een koers die niet op voorhand de oren liet hangen naar VWS. De focus legde men, hetgeen ook al aan de naam te zien was, op de praktijkhouders. Binnen de LHV is al lang een gestage groei gaande van het aantal leden dat in dienstverband is bij een praktijkhouder. Praktijkhouders hebben echter wezenlijk andere belangen op financieel en organisatorisch gebied dan huisartsen in dienst van een huisarts(HIDHA’s).  Dat belang verwaterde bij de LHV. VPHuisartsen zag na haar oprichting in een paar maanden tijd al een toename tot 400 leden. Daarna ging de groei gestaag door.

Aanschurken lijkt aantrekkelijk

Het tegen het ministerie van VWS aanschurken door zorgkoepels lijkt in eerste instantie aantrekkelijk. Het gevoel ontstaat bij bestuurders dat men serieus genomen wordt. Ook streelt dat het ego. Men is on speaking terms met het ministerie dat de spelregels in de zorg bepaalt. Helaas blijkt telkens dat het ministerie  bestuurders op deze wijze inpakt. Daardoor nemen ze besluiten die door de achterban niet gepikt worden. Men raakt los gezongen van de eigen achterban. Bij V&VN viel het bestuur. Bij de LHV leidde het tot de oprichting van een andere vereniging die huisartsen vertegenwoordigt.

Distantie

De psychiater professor H.C. Rümke formuleerde de verhouding tussen arts en patiënt ooit als één met maximale toenadering met behoud van distantie. Hij beschreef het als een intelligente vorm van balanceren. De verhouding van zorgkoepels tot het ministerie dient men op dezelfde wijze vorm te geven. Wel open en eerlijk overleg maar met behoud van distantie en met behoud van een betekenisvol contact met de eigen achterban. Teveel aanschurken tegen het ministerie van VWS leidt tot zelf-beschadiging.

W.J. Jongejan, 11 november 2019

Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay

 




Verzoek tot uitschrijven extra Algemene Ledenvergadering VvAA

verzoekVia de website Petities.nl is een petitie gestart waarin de Vereniging VVAA verzocht wordt een extra algemene ledenvergadering bijeen te roepen. Statutair is het mogelijk als 1% van de leden daarom vraagt. Zie artikel 20 lid 4. Dat betekent een verzoek van minimaal 1300 leden. Het zal menigeen opgevallen zijn dat er rond de Vereniging Van Artsen Automobilisten(VVAA) de laatste twee weken nogal wat rumoer is. Dat heeft te maken met twee zaken. Het met loftuitingen opzijschuiven van de directeur van de Vereniging, Edwin Brugman naar de positie van speciaal adviseur van de VVAA-groep. Daarnaast speelt de kwestie dat de voorzitter van de vereniging, Gerlach Cerfontaine, gemeend heeft op persoonlijke titel een betaalde bezigheid op zich te nemen als gezant voor het ministerie van VWS, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Federatie van Nederlandse Universitair Medisch Centra. Dat in het kader van het VWS-programma (Ont)regelDeZorg. Beide zaken verontrusten een aantal leden omdat door deze ontwikkeling de niet-materiële steun van zorgverleners in het geding is.

Verontrusting

De laatste vijf jaar heeft de Vereniging VVAA met name door haar directeur Edwin Brugman een koers ingezet. Daarbij pikt hij op wat de grote zorgkoepels(KNMG/LHV/FMS/KNGF etc) lieten liggen. Maar al te vaak roerden die zich niet luid en duidelijk, ingepakt als men is door de het Ministerie van VWS. Zaken als de vrijheid van artsenkeuze, het medisch beroepsgeheim, de enorme regeldruk zijn door de Vereniging VVAA onder Edwin Brugman op voortreffelijke wijze geagendeerd en vorm gegeven in de media en in de politiek. Het doorschuiven van Brugman naar een functie als speciaal adviseur van de VVAA Groep kan niet anders uitgelegd worden dan als een poging om de genoemde  belangenbehartiging in te perken.

Onlosmakelijk verbonden

De functieverandering van Brugman kan in mijn ogen niet los gezien worden van een andere kwestie die speelt bij de Vereniging VVAA. Dat is het gezantschap voor VWS,NVZ en NFU door de voorzitter van de Vereniging Cerfontaine. Onder Brugman omarmde de Vereniging de beweging HetRoerMoetOm en startte schrapsessie in het kader van het VVAA initiatief (Ont)regelDeZorg. Nadat het ministerie van VWS dat programma min of meer overnam onder dezelfde naam werd Cerfontaine op persoonlijke titel gezant voor o.a. VWS, zelf regelgever. Als voorzitter heeft hij daardoor twee petten op die niet te combineren zijn.

Doel

Het doel van het bijeenroepen van een extra algemene ledenvergadering is om de voorgenomen positiewisseling van Brugman die per 1 december 2019 in zou gaan ter discussie te stellen. De daarmee samenhangende koerswijziging baart de verzoekers dan ook zorgen. Daarbij zijn de activiteiten en de positie van de voorzitter Cerfontaine ook in het geding.

Petitie

Hoewel het voornamelijk lijkt te gaan om personen is de petitie gestart met het oog op het continueren van de door de Vereniging VVAA ingeslagen weg om haar leden niet-materieel, in principiële kwesties,  te ondersteunen. Door het online ondertekenen van de petitie geeft u aan dat u niet wilt dat de koers van de afgelopen vijf jaar gewijzigd wordt.

Teken dus!!

W.J. Jongejan, 7 november 2019

Afbeelding van Clker-Free-Vector-Images via Pixabay , bewerkt door WJJ




Macchiavelliaans machtsdenken: zorgverleners ook bij VVAA terug in het hok?

MacchiavelliaansAls iets te mooi is om waar te zijn, is het meestal ook niet waar. Dat gevoel bekroop me bij het lezen van het bericht van de Vereniging van Artsen Automobilisten(VVAA) dat de directeur van de Vereniging VVAA, Edwin Brugman,  per 1 december 2019  terugtreedt en als strategisch adviseur van de VVAA Groep verder gaat. De tekst is van een zodanig ronkend taalgebruik, dat er ergens gewoon iets niet moet kloppen. Het lijkt meer op het wegwerken van iemand uit zijn functie met daarbij het  overdreven vergulden van de bittere pil.  Zeer omstandig prijst het Verenigingsbestuur, met name voorzitter Cerfontaine, de verdiensten van Brugman voor de Vereniging  VVAA om de leden een stem geven en te steunen. Wat daarbij uit het oog verdwijnt is dat Brugman binnen de Verenging VVAA door eigen inzet een veel grotere leden-ondersteunende koers kon varen dan als strategisch adviseur van de VVAA-groep.

Sturing en invloed

Een adviseurschap houdt in dat een advies ook terzijde kan worden gelegd. Als directeur konden ideeën meteen vorm gegeven worden. De facto  betekent de verandering van de (gedwongen?) functieverandering een vermindering van de directe ondersteuning  van leden in niet-materiële kwesties. Onder Brugman heeft vanaf 2014 de Vereniging VVAA zaken opgepakt die de grote artsenkoepels min of meer door overheidsingrepen gedwongen niet (meer) actief ondersteunden.

Besturen

Het bestuur van de Vereniging VVAA bestaat uit acht zorgverleners, directeur Brugman en voorzitter Gerlach Cerfontaine. Daarbij is het de afgelopen jaren wel duidelijk geweest dat Brugman zijn nek uitstak voor de immateriële ondersteuning van zorgverleners op punten waar zorgkoepels verstek lieten gaan. Het bestuur van de VVAA-groep bestaat uit vier financieel/administratieve zwaargewichten met een directie van drie soortgelijke personen. Duidelijk is dat een strategisch adviseur van de VVAA-groep daar beduidend minder in de melk te brokkelen heeft.

Heikele kwesties

Het laatste decennium hebben in de zorg een aantal zeer principiële  kwesties gespeeld. Diverse zorgkoepels waaronder de Koninklijke Nederlandse Maatschappij  ter bevordering van de Geneeskunst(KNMG) en de Landelijke HuisartsenVereniging(LHV) zijn door het ministerie van VWS op allerlei manieren gemuilkorfd. Daarbij konden of wilden de besturen van die verenigingen niet meer scherp aan de wind zeilen richting VWS. Het ging daarbij met name om een viertal punten die Brugman als directeur van de Vereniging VVAA oppakte. Bij het organiseren van de activiteiten viel de naam van voorzitter Cerfontaine nooit.

Het ging om:

1 en 1 is 2

De recente move van voorzitter Cerfontaine om in een betaalde functie speciaal gezant van VWS, NVZ en NFU voor het programma (Ont)regel de zorg van VWS te worden is één. Als ik daarbij de functieverandering van directeur Brugman optel dan zie ik daarin een duidelijke beweging richting minder of geen activistisch handelen van de Vereniging VVAA, althans onder leiding van Gerlach Cerfontaine. In zijn recent op persoonlijke titel aangenomen functie zal hij zonder enige twijfel herhaaldelijk in een conflict van plichten terecht komen. Waar VWS als regelgever en budget-bepaler en VNZ plus NFU als budgethouders belang hebben bij het handhaven van bepaalde regeldruk zal dat strijdig zijn met de belangen van de leden van de Vereniging VVAA. Die staan nadrukkelijk veel minder regeldruk voor.

Politiek

Het is ook zaak in deze kwestie politiek te denken, machtspolitiek om precies te zijn. D66 is regeringspartij en heeft er belang bij dat onder de huidige regering VWS niet in zwaar weer terecht komt door roerige zorgverleners. Cerfontaine kan gezien worden als een evidente representant van D66, zij het meestal in de schaduw, ook in die van zijn echtgenote Pia Dijkstra, Kamerlid voor D66. In 2003 was hij gevraagd als minister van economische zaken voor deze partij. Door hem als afgezant te benoemen kan VWS evident een mitigerende invloed uitoefenen op de omvang van het activisme betreffende het door zorgverleners willen schrappen van regels.

Terug in het hok?

Alles overziend zie ik meer in het terugtreden van Edwin Brugman als directeur van de Vereniging VVAA dan de berichtgeving op de website op het eerste gezicht lijkt. De ingreep in het bestuur van de Vereniging VVAA zie ik dan ook als machtspolitiek. Met het oogmerk om ervoor te zorgen dat zorgverleners naast de zorgkoepels ook bij de VVAA minder tot geen steun ervaren op een aantal cruciale non-materiële punten. Bij de pogingen tot afschaffen van artikel 13 van de zorgverzekeringswet(vrije artsenkeuze) en de aantasting van het beroepsgeheim met wetsvoorstel 33980 heeft het ministerie van VWS immers zeer gevoelige nederlagen geleden.

De huidige ontwikkelingen binnen dienen in mijn analyse dan ook bezien te worden in dat kader. Het is te hopen dat binnen de VVAA men zich bewust wordt van de uiterst negatieve effecten die het teleurstellen van haar leden met zich meebrengt.

W.J. Jongejan, 28 oktober 2019

Afbeelding van wgbieber via Pixabay




Jurist KNMG rijdt scheve schaats bij toestemmingsverlening voor uitwisseling zorgdata

scheve schaatsOp 22 oktober 2019 schreef Sjaal Nouwt, juridisch adviseur van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst(KNMG), een zeer opmerkelijke column. Hij schreef op persoonlijke titel op de website van de KNMG, maar wel met duidelijke vermelding van zijn functie. De titel luidt: “We zijn nog geen steek verder”.  Ook op de website van Medisch Contact staat het artikel. Hij beschrijft hierin de problemen rond het elektronisch uitwisselen van patiëntgegevens en de toestemmingsverlening daarbij. En komt daarbij met een zeer opmerkelijke gedachte voor een adviseur gezondheidsrecht van de overkoepelende artsenorganisatie in Nederland.  Hij doet de suggestie de eis van ‘uitdrukkelijke toestemming’ maar helemaal uit de wet te schrappen. Althans, voor wat betreft de elektronische uitwisseling van patiëntgegevens tussen zorgverleners onderling. Hij doelt daarbij op artikel 15 a lid 1 van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg(Wabvpz). Het is een zeer opmerkelijk standpunt, omdat het ingaat tegen de privacy van de patiënt. Tevens gaat het in tegen het standpunt van de Autoriteit Persoonsgegevens(AP).

Twee soorten uitwisseling

Er bestaan twee smaken in de elektronische uitwisseling van zorgdata. Ten eerste gaat dat om de uitwisseling bij een verwijzing van huisarts naar specialist of  specialist naar specialist in het kader van een behandeling, of van het bezoeken van een patiënt van de huisarts aan een huisartsenpost. In het kader van een verwijzing kan een toestemming als gegeven worden verondersteld als de patiënt akkoord gaat met de gerichte verwijzing. Ook bij het bezoek aan de huisartsenpost kan doordat de huisarts op de huisartsenpost als waarnemer optreedt de toestemming terecht verondersteld worden.

Tweede smaak   

Heel anders ligt het als er sprake is van het opvraagbaar maken van huisarts-, apotheek- of specialistendata voor toekomstig gebruik. Het gaat om het zogenaamd pull-verkeer. Daarbij is het geven van een uitdrukkelijke toestemming zeer essentieel. Door op dat punt zijn recht van het niet geven van een toestemming uit te oefenen kan de patiënt voorkomen dat zijn/haar data andere zorgverleners onder ogen komt. Het is zeer wel voor te stellen dat iemand niet al zijn medische informatie met ongeacht welke zorgverlener wil delen.

LSP

Bij het opvraagbaar maken van medische informatie komt direct het landelijk SchakelPunt(LSP) om de hoek kijken. Dat is volledig ingericht op het uitwisselen van opvraagbaar gemaakte zorgdata. Bij de doorstart van het publieke naar het private gebruik van het LSP heeft de Autoriteit Persoonsgegevens nadrukkelijk gezegd dat er sprake moest zijn van de uitdrukkelijke toestemming van de patiënt. Iets wat omschreven staat in artikel 15a lid 1 van de Wabvpz.

Minister VWS

Sjaak Nouwt heeft blijkbaar onvoldoende kennis genomen van wat minister Bruno Bruins van VWS in zijn laatste regiebrief aan de Tweede Kamer schreef  over voornoemd artikel. Nadat Bruins eerder in april in zijn tweede regiebrief hardop dacht over het afschaffen van het artikel, bleek hij in zijn laatste brief daar volledig op teruggekomen te zijn.

Traagheid

De verzuchting van Sjaak Nouwt komt na het beschrijven hoe traag de elektronische uitwisseling van zorgdata van de grond komt. Dat heeft niet alleen zuiver met de toestemmingsverlening te maken. Dat heeft veel meer te maken met keuzes die gemaakt zijn in het recente en verdere verleden over de inrichting van de zorgdata-uitwisseling. De keuze voor de private doorstart van het centralistisch ingerichte LSP met gebruik van voor toekomstig gebruik beschikbaar gestelde data bracht  de daarmee ingewikkelde toestemmingsverlening direct met zich mee. Het bedenken van het gedrocht van de “gespecificeerde toestemming” door de toenmalige minister van VWS, Edith Schippers, zorgde weer voor een eigen zeer moeizame dynamiek. De trage ontwikkeling is gewoon een gevolg van gemaakte keuzes.

Scheve schaats

Het gaat niet aan dat een juridisch adviseur van de KNMG, ook al stelt hij op persoonlijke titel te schrijven, onder vermelding van zijn functie openlijk oproept tot het afschaffen van de toestemming van de patiënt bij het elektronisch uitwisselen van zorgdata. Het lijkt de gemakkelijkste weg door te roepen om de uitdrukkelijke toestemming maar te schrappen. Op zijn minst had hij het bovenstaande onderscheid kunnen maken tussen uitwisseling bij verwijzing en uitwisseling met pull-dataverkeer. Hij gaat volledig voorbij aan de rechten van de patiënt om zorgdata geheel of gedeeltelijk voor bepaalde zorgverleners of groepen van zorgverleners af te schermen.

In dat opzicht rijdt Nouwt een scheve schaats en schaadt hij als juridisch adviseur het aanzien van de KNMG. Ook al zegt hij op persoonlijke titel te schrijven.

W.J. Jongejan, 24 oktober 2019

Afbeelding van Annca via Pixabay




Treant-groep technisch failliet, maar mag niet omvallen. Van wie niet?

faillietAls een bedrijf een grote reorganisatie niet kan betalen vanuit het eigen vermogen(reserves) en alleen verder kan met financiële hulp van een grote geldschieter is er sprake van technisch failliet zijn. Dat speelt bij de Treant-groep met ziekenhuizen in Emmen, Hoogeveen en Stadskanaal. Grote koppen stonden de afgelopen week in kranten. “Vijfhonderd ontslagen bij Treant-ziekenhuizen en spoedhulp Stadskanaal onverwacht eerder dicht” . Na enkele dagen, op 10 oktober 2019, blijkt door personeelsleden een beroep te worden gedaan op de vakbonden om tot een deugdelijke afvloeiingsregeling te komen. Treant kon hen geen zekerheid  geven. Weer een dag later, op 11 oktober, blijken zorgverzekeraars Menzis, VGZ en Zilveren Kruis bereid miljoenen euro’s te verschaffen aan de Treant-groep. Uit het verloop van de gebeurtenissen en uitspraken van de woordvoerster Rompa van Zilveren Kruis is af te leiden dat de Treant-groep eigenlijk gewoon technisch failliet is. Omvallen mag niet. Van wie niet?

Treant-groep

In de berichtgeving in de media komt vooral het beeld naar voren van de Treant-groep als eigenaar van drie ziekenhuizen. Maar het gaat om veel meer. De groep beheert ook 17 centra voor wonen en zorg. Er werken 260 medisch specialisten en 6300 andere medewerkers. De Treant-groep bestaat  uit de Stichting Treant Zorggroep met daaronder twee werkmaatschappijen: de Stichting Treant Ziekenhuiszorg en de Stichting Treant Care. Naar verluidt compenseerden de inkomsten uit de care-tak de laatste jaren nog wel de verliezen aan de cure-kant.

De ziekenhuiscluster is het gevolg van een ingewikkelde fusie van het Scheper-ziekenhuis in Emmen, het Bethesda-ziekenhuis in Hoogeveen en het Refaja-ziekenhuis in Stadskanaal. De fusiegeschiedenis is een ingewikkelde, die bestuurlijk in 2013 werd afgerond. Financieel is het nooit echt goed voor de wind gegaan. Voor de fusie leek bij het Bethesda-ziekenhuis in 2013  een aanstaand  faillissement mogelijk was.

Gevarenzone

De Treant-groep was al enige tijd in gesprek met zorgverzekeraars over de financiële situatie en het leveren van zorg. Het jaarverslag over 2018 lijkt er nog redelijk uit te zien qua vermogensratio en solvabiliteit(blz 61). Echter de plotse last van een grote reorganisatie met afstoting van 500 personeelsleden is blijkbaar toch een niet te dragen last voor de financiële positie.

Technisch failliet

De kosten van een reorganisatie komen voor rekening van een bedrijf. Het af willen van 500 medewerkers zonder duidelijke melding van een sociaal plan en ook geen zekerheid over het eventueel realiseren ervan wijst al op een tekortschietend eigen  vermogen om zulks in goede banen te leiden. Vanwege die onduidelijkheid  schakelden  de betrokken personeelsleden dan ook de vakbonden in die met de directie zou gaan praten. Een dag later  volgt dan ingreep van de genoemde drie grote zorgverzekeraars. Daarbij geeft de woordvoerster Christine Rompa van Zilveren Kruis onomwonden aan dat als ziekenhuizen de kosten van een sociaal plan niet kunnen betalen de zorgverzekeraars dat doen. De facto is er dan sprake van het technisch failliet zijn. Het klinkt allemaal heel loffelijk dat Zilveren Kruis dit nu doet. Dat heeft ze bij het faillissement van het Slotervaartziekenhuis echter uitdrukkelijk niet gedaan.

Transitiegelden

Opeens blijken miljoenen uit de pot “transitiegelden” van meerdere zorgverzekeraars beschikbaar te zijn. Aangezien zorgverzekeraar CZ nadrukkelijk niet in de pers vermeld staat zal Zorgverzekeraars Nederland als overkoepelende organisatie geen druk op alle zorgverzekeraars uitgeoefend hebben.

Om niet nog meer problemen te veroorzaken moeten functies die in de Treant-groep afgestoten worden door het Wilhelmina ziekenhuis in Assen en het Ommelander  ziekenhuis in Scheemda overgenomen worden. Die krijgen extra ook betaald uit de “transitie-gelden”-pot van de drie zorgverzekeraars. Ik denk dat die pot ook wel de post Onvoorzien zou kunnen zijn op de zorgverzekeraars-begroting

VWS

In het in het Noorden gespeelde spel lijkt het ministerie van VWS de grote afwezige. Toch zie ik in wat nu  gebeurt de hand van VWS.  Officieel zegt het ministerie dat het niet gaat over het open houden  van ziekenhuizen. Edith Schippers, voormalig minister van VWS, zei destijds dat ze een ziekenhuis dat failliet gaat niet gaat redden. Minister Bruins zei in oktober 2018  over het faillissement van het Slotervaart-ziekenhuis nog dat het ministerie geen bank is. En dat bij VWS het niet gaat niet om het bewaken van een stapel stenen, maar om het bewaken van degelijke zorg in Nederland. Hij zei  dat hij het opeens failliet gaan niet nog een keer wilde meemaken. Dat was te zien in april 2019. Toen kwam het Maasziekenhuis Pantein in Beugen  opeens miljoenen te kort  en verschafte VWS een subsidie van 10 miljoen euro. Ziekenhuisbestuurders in den lande zagen dat als moeilijk uitlegbare staatssteun.  In de Tweede Kamer werd de minister willekeur verweten.

Paradigma-shift

Het kan niet anders dan dat bij de Treant-groep VWS op de achtergrond zich met dit dossier bemoeid heeft en op het moment dat de zaken onbeheersbaar in de publiciteit zouden komen sturend is opgetreden. Bijvoorbeeld door een oekaze richting zorgverzekeraars om de portemonnee  te trekken. Met de boodschap om onder het mom van geld uit een “transitie”-pot het omvallen van de ziekenhuiszorg in Noord-Nederland te voorkomen. Wat bij Treant ook speelt is dat bij het omvallen van de ziekenhuis-poot(cure), de care-poot(verzorgings- en verpleeghuizen) ook meegezogen zou kunnen worden.

Het lijkt erop dat binnen het ministerie van VWS een paradigma-shift is opgetreden ten aanzien van het (laten) voortbestaan van ziekenhuizen. Men lijkt door gekregen te hebben dat de ziekenhuiszorg niet aan de markt overgelaten kan worden.

Wim J. Jongejan,  14 oktober 2019

Kiene lezer zullen opmerken dat dit artikel geen affiniteit heeft met zorg-ICT. Niettemin vind ik het belangrijk genoeg om over dit onderwerp te schrijven.

Afbeelding van Darko Djurin via Pixabay

 




Roze olifant in AO VWS: toekomst zorgdata-uitwisseling zonder gespecificeerde toestemming

roze olifantOp woensdag 9 oktober 2019 was het Algemeen Overleg(AO) van minister Bruins met de vaste Tweede Kamercommissie voor VWS. (Hier trouwens) alsnog te volgen. Het ging om de elektronische gegevensuitwisseling in de zorg en de gegevensbescherming. De reuzegrote roze olifant die tijdens het debat aanwezig was, betrof de toekomst van de uitwisseling van zorg-data zonder gespecificeerde toestemming. De Kamerleden bevroegen de minister indringend, maar niet op dat punt. Zij namen genoegen met de toezegging dat de minister in 2020 met een nieuw plan komt. Minister Bruins kondigde aan lid 2 van artikel 15 a in de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens niet te doen ingaan. In dat lid zou die wet het gebruik van de gespecificeerde toestemming regelen. Hij doet het niet  omdat hij het verwaterde model van gespecificeerde toestemming met 28 keuzemogelijkheden i.p.v. 160 bij nader inzicht toch niet geschikt vond voor invoering.

Opvraagbare zorgdata

Veel en indringend sprak men tijdens het AO over de noodzaak van een gemakkelijk elektronische overdracht van zorgdata. De Kamerleden spraken echter niet of nauwelijks over de basis waarop dit mogelijk is: de toestemming(opt-in) van de patiënt. Men moet bedenken  dat bij gebruik van het Landelijk SchakelPunt(LSP) de voor toekomstig gebruik opvraagbaar gemaakte zorgdata alleen in te zien zijn als de betrokken patiënt toestemming heeft gegeven en er een behandelrelatie is. Een generieke toestemming ging velen veel te ver. Daarom bedacht Edith Schippers, voormalig minister van VWS, de gespecificeerde toestemming. De patiënt kon groepen van zorgverleners uitsluiten van inzage. De minister komt mede op basis van de conclusie van het Adviescommissie Toetsing Regeldruk(ATR) tot de conclusie dat de gekozen oplossing onwerkbaar is.  Hij zegde in het AO toe in 2020 met een alternatief te komen dat recht deed aan de conclusies van de ATR.

Vertrouwen versus toestemming

Die concludeert om in de wet te opteren voor een stelsel waarin voor gegevensuitwisseling ten behoeve van goede zorg wordt uitgegaan van vertrouwen in de (zorg)instelling / professional en waarbij de uitoefening van de regierol via het inzagerecht loopt. In de conclusie van de ATR komt het woord toestemming nergens voor. De ATR lijkt een systeem voor te staan waarin de patiënt vertrouwt dat de zorgcommunicatie met de beste bedoelingen gebeurt met inzagerecht(=lees logging) achteraf.

Strijdig met AP

Wat de ATR in haar conclusie stelt is volkomen strijdig met het standpunt van de Autoriteit Persoonsgegevens(AP). De rechtsvoorganger van de AP was het College Bescherming Persoonsgegevens(CBP). Bij de private doorstart van het LSP was het CBP zeer duidelijk over het bevragen van bij een zorgverlener opvraagbaar gemaakte zorgdata. Dat mocht alleen als er sprake is van een duidelijke toestemming van de patiënt: de opt-in-toestemming. Het CBP droeg VZVZ, als beheerder  van het LSP, op de database van Nederlanders die onder de publieke periode van het LSP gevuld was met Nederlanders middels een opt-out-regeling te vernietigen bij de publieke start.(zie pg 6 en 7 in dit jaarverslag over 2012 van het CBP).  VZVZ deed dat contrecoeur bij de aanvang van de publieke doorstart van het LSP.

Niet voorstelbaar 

Het is niet goed voorstelbaar dat de AP plotseling vanwege de gebleken niet te implementeren gespecificeerde toestemming van koers zal veranderen en de noodzakelijkheid van een toestemming van de burger zal inslikken. Immers als we de gedachte van de ATR volgen, is er dan helemaal geen sprake meer van een opt-in- of opt-out-toestemmingsprincipe. In hun vertrouwensmodel zou iedereen in het systeem zitten met slechts controle achteraf.

Laten liggen

De Kamerleden hebben genoegen genomen met de toezegging van de minister dat hij in 2020 met een nieuw voorstel zal komen rond de opvraagbaarheid  van medische data voor toekomstig gebruik. De zeer principiële discussie die daarbij gevoerd diende te worden is men uit de weg gegaan. Waarschijnlijk met de gedachte: dat zien we dan wel weer. Dat laat onverlet dat men als Kamerlid kritisch moet blijven als de minister een advies zegt te gaan volgen dat strijdig is met bepalingen en uitspraken van een toezichthouder. Voor mij was het de reuzegrote roze olifant in de Kamer die er wel was maar die niemand echt benoemde.

W.J. Jongejan,  12 oktober 2019

Het debat heb ik tijdens de uitzending van een live-blog voorzien. Op Twitter zoeken met AO en @ZorgICTZorgen levert zo’n 67 tweets op.

Afbeelding van Clker-Free-Vector-Images  via Pixabay




Minister Bruins in mijnenveld verdaagd door standstill rond gespecificeerde toestemming

mijnenveldVanmiddag om 14.00u vindt een Algemeen Overleg(AO) van de vaste Tweede Kamercommissie voor VWS plaats. Het onderwerp is de elektronische gegevensuitwisseling in de zorg en gegevensbescherming. Het lijkt een gewoon overleg maar rond dit overleg is een gigantisch krachtenspel gaande met aan de ene kant de minister en aan de andere kant de verzamelde zorgverzekeraars en belanghebbenden bij het Landelijk SchakelPunt(LSP). Kernpunt in de opstelling van de minister is dat hij pas op de plaats wil maken bij het realiseren van een Online-ToestemmingsVoorziening(OTV) voor opvraagbaar gemaakte zorgdata.  De aanvankelijke 160 keuzemogelijkheden ging iedereen in de zorg te ver. Na reductie van het aantal keuzemogelijkheden tot 28 ontstond een zeer verwaterde invulling van het begrip “gespecificeerde toestemming”. Daar wil de minister ook niet aan. Hij wil pas op de plaats maken en ook de bij de gespecificeerde toestemming horende wetsregel niet in 2020 doen ingaan. Voorstanders willen echter koste wat kost de marscolonne door laten marcheren.

Wangedrocht

De gespecificeerde toestemming is een wangedrocht dat bedacht is door Edith Schippers als minister van VWS. Ze deed dat in november 2013 in de memorie van toelichting bij het wetsontwerp 33509.   Bij informatie-uitwisseling in de zorg stuur je het liefst specifieke informatie over een specifiek probleem naar een gekende derde. Bij het opvraagbaar maken van zorgdata bij een zorgverlener zou dat principe ook maatgevend moeten zijn. Met de gespecificeerde toestemming kan de burger echter  geen zorgverleners specificeren per persoon, maar alleen (beroeps)groepen van zorgverleners aangeven of uitsluiten voor zorgdata-uitwisseling. De allerlaatste versie met 28 keuzemogelijkheden staat zeer ver af die mogelijkheid. Zie hier de demo ervan. Je ziet dat het dan alleen maar gaat om een grove indeling van communicatie van huisarts naar medisch-specialistische zorg en v.v.

Wetsartikel niet geactiveerd

Minister Bruins ziet dat blijkbaar ook en besluit nu in de brief aan de Kamerleden bij het AO om de voorgestelde versie met 28 keuzemogelijkheden vooralsnog niet te doen ingaan. Ook het wetsartikel dat over de gespecificeerde toestemming gaat activeert hij niet. Hij geeft aan dat de inwerkingtreding van het artikel daarover, artikel 15a, lid 2 van de Wabvpz op 1 juli 2020 niet haalbaar is.

Krachtenspel

Rond het AO wordt ook meteen duidelijk welke krachtenspel er speelt en welke belangen op het spel staan. Het gaat niet meer zuiver om goede elektronische zorgcommunicatie sec, maar om het in de voortzetten en uitbouwen van het LSP. Zorgverzekeraars Nederland meldt zich op 7 oktober met een bericht op de website en een rechtstreekse brief aan de commissie. Onderwerp lijkt op het oog alleen het propageren van open communicatiestandaarden te zijn. De onderliggende boodschap is echter : “Accepteer na al onze investeringen nu maar wat het LSP geworden is en verplicht het nu maar eens.” Aan het opzetten van een Online ToestemmingsVoorziening(OTV) wordt al vanaf eind 2018 luidruchtig gewerkt.  VZVZ als beheerder van het LSP, volledig betaald als ze wordt door ZN, houdt zich ook al een tijdje bezig met het OTV.

Privaatrechtelijk

Men lijkt bij het opzetten van een OTV voor het gemak te vergeten dat het daarbij zal gaan om een privaatrechtelijk systeem zonder een wettelijke basis. Alleen al om er gegevens in te mogen verwerken is toestemming nodig.

Vreemde rol ATV

In de brief aan de Kamerleden memoreert minister Bruins meermalen de conclusie van de Adviescommisie Toetsing Regeldruk(ATR) over dit onderwerp en komt er op het einde van de brief op terug. De ATR zegt dat er geen werkbare elektronische oplossing mogelijk is voor de implementatie van de gespecificeerde toestemming. Haar conclusie is:

  1. de gespecificeerde toestemming te heroverwegen en de wet (de Wabvpz) op dit punt zo aan te passen dat risico’s voor de kwaliteit van de zorg en ongewenste regeldruk worden voorkomen;
  2. vanwege de spanning tussen beide belangen een duidelijke keuze te maken tussen het belang van goede zorg en die van de regie van de cliënt/patiënt over de gegevensuitwisseling;
  3. in de wet te opteren voor een stelsel waarin voor gegevensuitwisseling ten behoeve van goede zorg wordt uitgegaan van vertrouwen in de (zorg)instelling/professional en waarbij de uitoefening van de regierol via het inzagerecht loopt.

 Tweeërlei uitleg mogelijk

Deze opvatting van de ATR laat enerzijds een uitleg toe waarin men suggereert dat men gegevensuitwisseling op enige manier verplicht wil stellen voor zorgverleners en patiënten. Daarbij zou dan de patiënt erop moet vertrouwen dat de zorgcommunicatie met goede bedoelingen en goede inzet van middelen plaats vindt. Achteraf zou dan controle mogelijk moeten zijn door het inzagerecht van de patiënt. Bevraging van logging etc. dus. Als deze interpretatie juist is gaat de ATR haar boekje volledig te buiten omdat ze onder de vlag van beperking van regeldruk een zeer forse inperking voorstaat van de rechten van de burger om ongelimiteerde inzage van zorgdata te voorkomen. Eigenlijk vraagt de ATR hier dan postuum opnieuw om een wet zoals de wet-L-EPD, die in 2011 unaniem door de Eerste Kamer is afgewezen. 

Anderzijds

Aan de andere kant kan de ATR-conclusie uitgelegd kunnen worden als een voorzichtige poging om een aanzet te geven tot de totstandkoming van een ander type zorgdata-uitwisselsysteem. Namelijk een decentraal uitwisselmodel en niet een centraal systeem als bij het LSP. Bij een decentraal model zoals in de Whitebox vindt  rechtstreeks vanuit de zorgverlener een push-autorisatie plaats richting de andere behandelpartij waarmee die dan met een pull-actie zorgdata kan inzien. Daar is geen ingewikkelde online toestemmingsvoorziening voor nodig. Het ingewikkelde is dat hoewel VWS altijd zegt dat alle uitwisselsystemen haar even lief zijn, decentrale alternatieven voor het LSP nooit een faire kans hebben gekregen. Met name omdat geld van de zorgverzekeraars alleen naar VZVZ en het LSP ging, en VWS (lange tijd) niets deed.

Mijnenveld

Als er geen duidelijkheid komt over hoe VWS nu verder wil, bestaat het nu al zichtbare gevaar dat de marscolonne van LSP-adepten voort dendert met geld van Zorgverzekeraars Nederland terwijl de weifelende generaal op een heuveltje midden in een mijnenveld toekijkt. Waardoor hij straks kan zeggen: “I was taken by force”. Bruins roept wel krachtig de regie te nemen, maar creëert nu onduidelijkheid door met een standstill te komen zonder overduidelijke alternatieven

Overigens is militair gezien de beste manier om uit een mijnenveld te geraken dat je op je schreden terugkeert en een andere weg zoekt.

W.J. Jongejan, 9 oktober 2019

Afbeelding van Dimitris Vetsikas via Pixabay   

09-10-2019: enkele minimale tekstaanpassingen




Minister Bruins ziet niets in wettelijk geborgd patiëntgeheim

ministerIn oktober 2017 betoogde ik al op deze plaats dat een wettelijk geborgd patiëntgeheim er nooit zal komen. In een Kamerbrief van 1 oktober 2019 laat VWS-minister Bruins voor medische zorg nu  weten dat hij daar niets in ziet. Hij beschouwt de medische gegevens die straks in Persoonlijke GezondheidOmgevingen(PGO’s) terechtkomen voldoende beschermd zijn door  de Algemene Verordening Gegevensverwerking(AVG) en de MedMij-protocollen.  Dat is niet iets wat notoire voorstanders van het patiëntgeheim, zoals de Patiëntenfederatie Nederland en zorgjurist Theo Hooghiemstra verwacht hebben van het ministerie. Wat de minister aanduidt als bescherming is een boterzacht. Die is op vele manieren te omzeilen verdedigingslinie van patiëntgegevens. Je kon ook niet anders verwachten van een overheid die zelf belanghebbende is bij het verwerven van patiëntgegevens bijv. bij het verstrekken van voorzieningen.

Onzinnig position-paper

Half januari 2019 kwam de Patiëntfederatie Nederland met een position-paper voor VWS met als titel: “Het patiëntgeheim”. Daarin kwam men met het onzinnige voorstel om de werking van het medisch beroepsgeheim  van de arts t.a.v. de patiënt op te rekken. De federatie wilde het voorbij de PGO’s, voorbij de leveranciers van PGO’s tot aan andere beheerders van gezondheidsgegevens oprekken. Zie hiervoor pagina 7, alinea Wetgeving, vierde bullet-point vier. Daarmee doelende op bedrijven zoals Philips, Google, Apple, Amazon etc.  Minister Bruins komt bij zijn beantwoording in de Kamerbrief van 1 oktober 2019 ook nog met een aparte evaluatie van de position-paper van de Patiëntenfederatie.

Reikwijdte beroepsgeheim

Het medisch beroepsgeheim betreft datgene wat tussen arts en patiënt uitgewisseld wordt en door de zorgverlener geheim gehouden dient te worden. Een afgeleid medisch beroepsgeheim hebben zorgverleners die bij het zorgproces betrokken zijn, zoals assistentes, maar ook technisch en ander hulppersoneel. Daaronder vallen ook ICT-medewerkers die de zorginformatiesystemen onderhouden.  De zorgverlener is in het medisch beroepsgeheim onlosmakelijk verbonden met dat begrip. Du moment dat zorgdata in een PGO zijn opgenomen speelt het medisch beroepsgeheim niet meer. Het is dan ook een vreemde exercitie om het op te willen rekken tot de proporties die de Patiëntenfederatie Nederland voorstaat.

Minister weet dat ook wel

Bruins blijkt dat ook wel door te hebben. Hoewel hij het op pagina 2 van de Kamerbrief nog wel de vraag over oprekking van het medische beroepsgeheim door de Patiëntenfederatie memoreert, heeft hij het er verder nauwelijks over. Op pagina 3 van de brief heeft hij het nog slechts over het onder voorwaarden hebben van een afgeleid verschoningsrecht door PGO-leveranciers. Daarbij doelt hij erop dat de houder van een afgeleid verschoningsrecht niet eigenstandig kan beoordelen of het medisch beroepsgeheim doorbroken mag worden. Deze beoordelingsbevoegdheid komt als uitgangspunt slechts de ’primaire’ houder van het beroepsgeheim toe, dus aan de zorgverlener.

Braaf voorzetje  

Meerdere keren, onder andere op 6 augustus 2018 maakte ik duidelijk hoezeer de Patiëntenfederatie aan het financiële infuus van VWS ligt. Ze stemt haar handelen vaak nauwkeurig af met VWS. Ze laat nauwelijks een onvertogen woord richting haar financier horen. Naast het willen uitbreiden van het werkingsgebied van het medisch beroepsgeheim en het vergeefs pushen van het patiëntgeheim had de federatie het ook uitgebreid over een bewustwordingscampagne. Dat, om de patiënt duidelijk te maken dat het zomaar doorsluizen van zorgdata naar opvragende niet in het eigen belang is. Dit zeer braaf gedane voorstel is dan ook onmiddellijk omarmd door minister Bruins. Die maakt er veel werk om dat te propageren in zijn brief aan de Kamer.

Ondoordacht of opzet

Wat we zien met de PGO’s is dat er iets bedacht is, waarvan de privacy-consequenties nooit goed zijn overdacht. Men hoopte aan patiëntenzijde dat voor 1 juli 2020, de beoogde start van de PGO’s, het één en ander geregeld zou zijn. Niets is minder waar. Patiëntengegevens zijn straks met medeweten van en met medewerking van de overheid een makkelijke prooi voor grote bedrijven die aan data-mining doen. Een overheid die alles faciliteerde en het bedrijfsleven de data gunt

W.J. Jongejan, 3 oktober 2019

Afbeelding van chongodog via Pixabay