Zorgambassade, in naam een doe-/denktank.Tegelijk lobbyclub dicht tegen VWS aan

zorgambassadeSinds kort ritselt het op Twitter van berichten over de Zorgambassade. Dit jaar startte men dit initiatief om elk jaar zestien zorgprofessionals zich te laten buigen over belangrijkste problemen in de zorg. Die moeten in één jaar komen met haalbare en schaalbare oplossingen. De Zorgambassade is een initiatief van Felice Verduyn-van Weegen van LSP, investeringsbedrijf in medische innovaties. Een aantal partners haakten aan, waaronder VWS. Op dit moment zijn de partners: VWS, Philips, SmartHealth Amsterdam, zorgverzekeraars VGZ en Zilveren Kruis, de Boston Consulting Group, en de farmaceutische bedrijven AMGEN en Novartis. Die leveren kennis en consultants en helpen samen met het Zorgambassade Kennisnetwerk met het implementeren van ideeën. Men stelt zeer luid volledig onafhankelijk te opereren en een doe-/denktank voor de zorg te willen zijn. Helaas kan ik bij het zien van de partners niet anders concluderen dan dat met hulp van VWS een invloedrijke lobbyclub is opgezet.

Wat doet men?

Men heeft een bureau met directeur en bestuur opgetuigd. De begroting voor 2020 bedraagt 300.000 euro. Naast financiële bijdrage leveren de partners ook diensten, zoals het beschikbaar stellen van consultants die de deelnemers trainen, of ruimtes in gebouwen van de organisaties. Wat die trainingen betreft stelt de kersverse directeur dat die gegeven worden door “echt high-profile-namen”. De zestien deelnemers die uit alle kanten van de zorg moeten gaan komen, van zorgverlener tot inkoper, krijgen overigens niets betaald. De betalende partners zien het deelnemen als “boost”  voor de ontwikkeling van deelnemers.  Het gaat om in totaal twaalf bijeenkomsten van drie tot vier uur per keer plus éénmalig een half weekend. In totaal bijna 45 uur. Daarnaast verwacht men van de deelnemers dat ze twee uur per week zaken voorbereiden en uitwerken. Het lijkt me een niet geringe belasting voor mensen die anderszins al een drukke baan hebben in de zorg.

Ronkend taalgebruik

Wat direct opvalt is het ronkende taalgebruik. Als voorbeeld hieronder stukje tekst over de Acceleratieraad.

De Acceleratieraad is een essentieel onderdeel van het concept van de Zorgambassade. Deze raad, bestaande uit de meest vooraanstaande vertegenwoordigers van de belangrijkste onderdelen van de Nederlandse gezondheidszorg, brengt ervaring en slagkracht naar de Zorgambassade. Elke editie zal de Acceleratieraad de haalbaarheid van de oplossingen uit de eerste fase van het programma toetsen, en uiteindelijk ook het succes van de implementatie beoordelen. Ook zullen zij door hun ongekende netwerk en kennis bijdragen aan het succes van de opschaling van de initiatieven van de deelnemers. Hierdoor heeft de Zorgambassade het mandaat wat het nodig heeft.

 In één van de tweets van het ministerie van VWS over de Zorgambassade stond dat men op zoek was naar “zorghelden” die wilden deelnemen. Toen dat veel zorgverleners op Twitter in het verkeerde keelgat schoot, verwijderde men de tweet.

Onafhankelijk?

Op meerdere plekken van de website van de Zorgambassade is te lezen dat men onafhankelijk functioneert. Het initiatief is een vorm van publiek/private samenwerking met een zeer sterke inbreng vanuit het zakenleven. De ondersteuning van de deelnemers aan de doe-/denktank-sessies komt voornamelijk vanuit die zakelijk partners. Die opereren nooit als echte filantropen, maar hebben zakelijke belangen bij deelname aan dit soort zaken. Zonder een echt grote investering kunnen zakelijke partijen hun invloed nu subtiel doen gelden via de deelnemers, terwijl men daarbij dicht tegen het ministerie van VWS aan opereert.

Lobbyclub

Innovaties in de zorg trekt men niet zomaar los door zestien deelnemers brainstorm-sessies te laten uitvoeren met ondersteuning van consultants uit het bedrijfsleven. VWS probeert al langere tijd met veel geld om innovaties in de zorg aan te jagen. Er zijn echter grenzen aan de verandersnelheid in de zorg. Bovendien moet een innovatie wel gevalideerd zijn, wil men ermee bestaande processen en protocollen vervangen. Daarom zie ik  het Zorgambassade-initiatief als een zeer slim opgezette nieuwe lobbyclub vanuit het zakenleven om op deze wijze invloed op het zorgveld EN op het ministerie van VWS uit te oefenen, ten eigen faveure. Een lobbyclub waaraan VWS zelf nota bene deelneemt.

W.J. Jongejan, 13 september 2019

Image by Clker-Free-Vector-Images from Pixabay




Treant-groep technisch failliet, maar mag niet omvallen. Van wie niet?

faillietAls een bedrijf een grote reorganisatie niet kan betalen vanuit het eigen vermogen(reserves) en alleen verder kan met financiële hulp van een grote geldschieter is er sprake van technisch failliet zijn. Dat speelt bij de Treant-groep met ziekenhuizen in Emmen, Hoogeveen en Stadskanaal. Grote koppen stonden de afgelopen week in kranten. “Vijfhonderd ontslagen bij Treant-ziekenhuizen en spoedhulp Stadskanaal onverwacht eerder dicht” . Na enkele dagen, op 10 oktober 2019, blijkt door personeelsleden een beroep te worden gedaan op de vakbonden om tot een deugdelijke afvloeiingsregeling te komen. Treant kon hen geen zekerheid  geven. Weer een dag later, op 11 oktober, blijken zorgverzekeraars Menzis, VGZ en Zilveren Kruis bereid miljoenen euro’s te verschaffen aan de Treant-groep. Uit het verloop van de gebeurtenissen en uitspraken van de woordvoerster Rompa van Zilveren Kruis is af te leiden dat de Treant-groep eigenlijk gewoon technisch failliet is. Omvallen mag niet. Van wie niet?

Treant-groep

In de berichtgeving in de media komt vooral het beeld naar voren van de Treant-groep als eigenaar van drie ziekenhuizen. Maar het gaat om veel meer. De groep beheert ook 17 centra voor wonen en zorg. Er werken 260 medisch specialisten en 6300 andere medewerkers. De Treant-groep bestaat  uit de Stichting Treant Zorggroep met daaronder twee werkmaatschappijen: de Stichting Treant Ziekenhuiszorg en de Stichting Treant Care. Naar verluidt compenseerden de inkomsten uit de care-tak de laatste jaren nog wel de verliezen aan de cure-kant.

De ziekenhuiscluster is het gevolg van een ingewikkelde fusie van het Scheper-ziekenhuis in Emmen, het Bethesda-ziekenhuis in Hoogeveen en het Refaja-ziekenhuis in Stadskanaal. De fusiegeschiedenis is een ingewikkelde, die bestuurlijk in 2013 werd afgerond. Financieel is het nooit echt goed voor de wind gegaan. Voor de fusie leek bij het Bethesda-ziekenhuis in 2013  een aanstaand  faillissement mogelijk was.

Gevarenzone

De Treant-groep was al enige tijd in gesprek met zorgverzekeraars over de financiële situatie en het leveren van zorg. Het jaarverslag over 2018 lijkt er nog redelijk uit te zien qua vermogensratio en solvabiliteit(blz 61). Echter de plotse last van een grote reorganisatie met afstoting van 500 personeelsleden is blijkbaar toch een niet te dragen last voor de financiële positie.

Technisch failliet

De kosten van een reorganisatie komen voor rekening van een bedrijf. Het af willen van 500 medewerkers zonder duidelijke melding van een sociaal plan en ook geen zekerheid over het eventueel realiseren ervan wijst al op een tekortschietend eigen  vermogen om zulks in goede banen te leiden. Vanwege die onduidelijkheid  schakelden  de betrokken personeelsleden dan ook de vakbonden in die met de directie zou gaan praten. Een dag later  volgt dan ingreep van de genoemde drie grote zorgverzekeraars. Daarbij geeft de woordvoerster Christine Rompa van Zilveren Kruis onomwonden aan dat als ziekenhuizen de kosten van een sociaal plan niet kunnen betalen de zorgverzekeraars dat doen. De facto is er dan sprake van het technisch failliet zijn. Het klinkt allemaal heel loffelijk dat Zilveren Kruis dit nu doet. Dat heeft ze bij het faillissement van het Slotervaartziekenhuis echter uitdrukkelijk niet gedaan.

Transitiegelden

Opeens blijken miljoenen uit de pot “transitiegelden” van meerdere zorgverzekeraars beschikbaar te zijn. Aangezien zorgverzekeraar CZ nadrukkelijk niet in de pers vermeld staat zal Zorgverzekeraars Nederland als overkoepelende organisatie geen druk op alle zorgverzekeraars uitgeoefend hebben.

Om niet nog meer problemen te veroorzaken moeten functies die in de Treant-groep afgestoten worden door het Wilhelmina ziekenhuis in Assen en het Ommelander  ziekenhuis in Scheemda overgenomen worden. Die krijgen extra ook betaald uit de “transitie-gelden”-pot van de drie zorgverzekeraars. Ik denk dat die pot ook wel de post Onvoorzien zou kunnen zijn op de zorgverzekeraars-begroting

VWS

In het in het Noorden gespeelde spel lijkt het ministerie van VWS de grote afwezige. Toch zie ik in wat nu  gebeurt de hand van VWS.  Officieel zegt het ministerie dat het niet gaat over het open houden  van ziekenhuizen. Edith Schippers, voormalig minister van VWS, zei destijds dat ze een ziekenhuis dat failliet gaat niet gaat redden. Minister Bruins zei in oktober 2018  over het faillissement van het Slotervaart-ziekenhuis nog dat het ministerie geen bank is. En dat bij VWS het niet gaat niet om het bewaken van een stapel stenen, maar om het bewaken van degelijke zorg in Nederland. Hij zei  dat hij het opeens failliet gaan niet nog een keer wilde meemaken. Dat was te zien in april 2019. Toen kwam het Maasziekenhuis Pantein in Beugen  opeens miljoenen te kort  en verschafte VWS een subsidie van 10 miljoen euro. Ziekenhuisbestuurders in den lande zagen dat als moeilijk uitlegbare staatssteun.  In de Tweede Kamer werd de minister willekeur verweten.

Paradigma-shift

Het kan niet anders dan dat bij de Treant-groep VWS op de achtergrond zich met dit dossier bemoeid heeft en op het moment dat de zaken onbeheersbaar in de publiciteit zouden komen sturend is opgetreden. Bijvoorbeeld door een oekaze richting zorgverzekeraars om de portemonnee  te trekken. Met de boodschap om onder het mom van geld uit een “transitie”-pot het omvallen van de ziekenhuiszorg in Noord-Nederland te voorkomen. Wat bij Treant ook speelt is dat bij het omvallen van de ziekenhuis-poot(cure), de care-poot(verzorgings- en verpleeghuizen) ook meegezogen zou kunnen worden.

Het lijkt erop dat binnen het ministerie van VWS een paradigma-shift is opgetreden ten aanzien van het (laten) voortbestaan van ziekenhuizen. Men lijkt door gekregen te hebben dat de ziekenhuiszorg niet aan de markt overgelaten kan worden.

Wim J. Jongejan,  14 oktober 2019

Kiene lezer zullen opmerken dat dit artikel geen affiniteit heeft met zorg-ICT. Niettemin vind ik het belangrijk genoeg om over dit onderwerp te schrijven.

Afbeelding van Darko Djurin via Pixabay

 




Onbegrijpelijke gebeurtenis met geheime stukken in rechtszaak Vrijbit

geheim

Tijdens één van de zittingen van de rechtbank Midden-Nederland op vrijdag 15 februari 2019 in de zaken die de burgerrechtenvereniging Vrijbit tegen de Autoriteit Persoonsgegevens(AP) aanspande deed zich iets zeer opmerkelijks voor. Ik beschreef zeer recent(14 februari 2019) deze twee zaken op deze website. In dat artikel maakte ik al melding van het feit de AP na het verstrijken van elk redelijke termijn in september 2018 plotseling een flinke stapel papier  bij de rechtbank deponeerde. Daarbij de melding dat een aanzienlijk deel van deze stukken onder geheimhouding werd aangeleverd en dus niet aan de eisende partij, Vrijbit, geopenbaard mocht worden. De rechtbank blijkt deze gang van zaken geaccepteerd te hebben.  De jurist Ab van Eldijk die samen met Vrijbit voorzitter Miek Wijnberg, de eisende partij vertegenwoordigde was  echter volstrekt verbijsterd toen de AP ter zitting alsnog enige geheime stukken wilde inbrengen.

Gang van zaken

De geheime stukken bracht de AP in de zaak UTR 16/3326 WBP V97 in.  Bij deze zaak gaat om het afgewezen verzoek van Vrijbit op 3 mei 2015 aan de AP om een eind te maken aan de onrechtmatige verzameling en verwerking van medische gegevens door de zorgverzekeraars. Ter zitting meldde de voorzitter  van de rechtbank dat de onder geheimhouding door de AP ingebrachte stukken ter beoordeling waren voorgelegd aan een andere rechter in de rechtbank, belast met het beoordelen van geheime stukken. Die had geoordeeld dat het geheimhouden van deze stukken, die betrekking hadden op de kern van deze procedure, te weten de verwerking van medische persoonsgegevens bij zorgverzekeraars, gepermitteerd werd,  en niet ter beschikking gesteld behoefden te worden aan Vrijbit.

Loos gebaar

Ter zitting kreeg Vrijbit alsnog één A4-tje uitgereikt, met daarop de omschrijving van een tweetal stukken die de AP ter plekke nog aan het dossier wilde toevoegen.  Het is bevreemdend dat de rechtbank niet direct  bezwaar gemaakt heeft tegen het verzoek van de AP om op deze wijze ter zitting nieuwe stukken in te brengen. Overigens is het verzoek om geheimhouding afkomstig van  zorgverzekeraars die informatie met betrekking tot de verwerking van medische persoonsgegevens menen te kunnen aanmerken als geheime bedrijfsinformatie.

No fair trial

Op de hierboven beschreven wijze is er geen sprake van een “fair trial”. Een tegenpartij die nota bene toezichthouder is op privacy-zaken traineert gedurende enkele jaren een procedure over de systematische grootschalige verwerking van medische persoonsgegevens in strijd met de wet en verdrag. Zij meent dat in een dergelijke even gevoelige als belangrijke procedure stukken geheim gehouden kunnen worden die betrekking hebben op de (onrechtmatige) wijze waarop zorgverzekeraars medische persoonsgegevens verwerken die zijn verkregen met doorbreking van het medisch beroepsgeheim.  Van een gelijke informatiepositie van procespartijen is daarmee geen sprake meer. Als informatie over de wijze waarop medische persoonsgegevens worden verwerkt door zorgverzekeraars gemaakt wordt tot geheime bedrijfsinformatie dan wordt daarmee een vrijbrief afgegeven voor elk gebruik van beschikbare medische persoonsgegevens, omdat controle daarop tot een illusie is geworden.

Ingewikkeld

Eén van de punten die in deze zitting aan de orde kwam was de beperking in het onderzoek naar de zorgverzekeraars dat de AP zich zelf had opgelegd. De zaak ging erom dat er een einde wordt gemaakt aan de wijze waarop zorgverzekeraars in Nederland volgens procedures beschreven in de  Gedragscode  Zorgverzeke-raars (medische) persoonsgegevens verzamelen en verwerken op een wijze die strijdig is met nationale en internationale wetgeving ter bescherming van het recht op een privéleven en die tevens een inbreuk vormt op het medisch beroepsgeheim. Je zou dan ook verwachten dat de AP onderzoek gedaan had bij alle zorgverzekeraars en bij de overkoepelende organisatie Zorgverzekeraars Nederland. Dat was niet het geval. De AP beperkte zich tot vier zorgverzekeraars. In de rechtszaal was Zorgverzekeraars Nederland ook niet aanwezig. Wel had zorgverzekeraar Zilveren Kruis ter zitting een advocaat afgevaardigd. Hij sprak welgeteld drie korte zinnen tijdens de zitting.

Onbevredigend

De vertoonde procesgang maakte op mij een zeer onbevredigende indruk. Het beeld bleef hangen van een wegdraaiende en duikende AP, die door niet handhavend op te treden de belangen van zorgverzekeraars laat prevaleren boven de belangen van burgers, boven het belang van het medisch beroepsgeheim en het behoud van vertrouwelijkheid in de zorg.

De rechtbank probeert over zes weken de uitspraak te doen, maar de voorzitter liet weten dat gezien de ingewikkeldheid van de materie mogelijk de uitsteltermijn van nog eens zes weken in beeld komt.

W.J. Jongejan, 18 februari 2019

19 februari 2019:  wat tekstuele aanpassingen in meerdere alinea’s door informatie  verkregen van andere ter zitting aanwezigen.

 




Dwang richting LSP toch weer in contracten huisartsenzorg 2016

signature-36968_640

Het aansluiten op en gebruik maken van het Landelijk SchakelPunt(LSP) door zorgaanbieders mag niet afgedwongen worden door zorgverzekeraars. Dat is het gevolg van de motie, die door de Tweede Kamerleden Attje Kuiken en Linda Voortman op 22 december 2011 ingediend en daarna aangenomen werd. Dat de zorgverzekeraars zich daar niet aan hielden, bleek al vrij snel bij de contracten voor huisartsenzorg in 2012. Toen werd een inspanningsverplichting opgenomen in de modelcontacten voor 2013. Onder dreiging van een kort geding slikten de zorgverzekeraars de passage weer in. Nadien heeft zich dat nogmaals herhaald. Ook nu zijn er weer bij diverse zorgverzekeraars knellende bepalingen opgenomen in de contracten voor 2016 en later.  Hierbij een uitgebreid overzicht en commentaar.

CZ

In het de Overeenkomst Vrijgevestigd Huisarts 2016-2018 staat de passage over het elektronische berichtenverkeer in artikel 7. De tekst luidt:

Artikel 7. Informatie

….

  1. Aansluiting op de zorginfrastructuur van het Landelijk Schakelpunt (LSP) De zorgverzekeraar stimuleert en ondersteunt de realisatie van de benodigde infrastructuur voor elektronische uitwisseling van (medische) informatie van patiënten via de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ). De zorgaanbieder spant zich in om deze informatie via de elektronische weg met andere zorgverleners uit te wisselen. De zorgaanbieder kan zich aansluiten op het LSP. Het VZVZ heeft een stappenplan en een toolkit ontwikkeld om de aansluiting te realiseren. Het VZVZ keert vergoedingen uit aan de huisarts bij aansluiting op en gebruik van het LSP. De zorgaanbieder heeft als taak om zijn patiënten toestemming te vragen om zijn medische gegevens beschikbaar te stellen via het LSP. Deze zogenoemde ‘opt-in regeling’. komt voort uit wetgeving ter bescherming van de privacy van de patiënt. Via de VZVZ is ook hiervoor een toolkit voor de zorgaanbieder ontwikkeld.

Het is duidelijk dat CZ duidelijk een inspanningsverplichting oplegt aan de zorgaanbieder via het contract om aan te sluiten op het LSP en vragen van opt-in-toestemmingen voor gebruik van het LSP bij contract oplegt.

De Friesland

In de Overeenkomst Huisartsenzorg 2016-2017 van zorgverzekeraar De Friesland, nderdeel van het Achmea-concern staat in artikel 16 het volgende:

Artikel 16 Gegevensuitwisseling/rapportage

  1. De zorgaanbieder werkt mee aan het opzetten en in stand houden alsmede het gebruik van een elektronisch patiëntendossier. Hierbij wordt de landelijke ontwikkeling gevolgd.

 

  1. De zorgverzekeraar stimuleert en ondersteunt de realisatie van de benodigde infrastructuur voor een elektronische uitwisseling van (medische) informatie van patiënten. De zorgaanbieder spant zich in om deze informatie via elektronische weg met andere zorgaanbieders uit te wisselen. De zorgaanbieder kan zich rechtstreeks dan wel via een regionale communicatiedienst aansluiten bij de landelijke communicatiedienst. Bij de elektronische uitwisseling van gegevens houdt de zorgaanbieder zich aan de voor zijn beroepsgroep vastgestelde standaarden (te raadplegen via Nictiz) en neemt hij de regels die gelden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van patiënten in acht. De zorgaanbieder is zich er van bewust dat in de toekomst de rechtstreekse dan wel indirecte aansluiting op de landelijke communicatiedienst niet meer vrijblijvend is.

……..

Heel duidelijk wordt hier middels het contract gepusht richting het LSP. Het “niet meer vrijblijvend” zijn van een rechtstreekse dan wel indirecte aansluiting wordt zelfs in de mond genomen.

DSW

Het contract dat huisartsen afsluiten met de zorgverzekeraar DSW is niet rechtstreeks op het internet te vinden. Het kan via Vecozo, als men in het bezit is van een toegangscertificaat, ingezien en getekend worden. Een uitleg van die werkwijze op de DSW-website aan de hand van een voorbeeld doet vermoeden dat er geen passage over deelname aan en stimulering van het gebruik van het LSP in staat.

Menzis

In de Basisovereenkomst Huisartsenzorg 2015-2016 van Menzis staat in artikel 5 een opmerkelijke passage:

Artikel 5

……….

  1. Het bepaalde in artikel 10 lid 3 van de algemene inkoopvoorwaarden zorg 2015 betreffende het Landelijk SchakelPunt is niet van toepassing.

Als we nu gaan kijken wat er in die Algemene Inkoopvoorwaarden Zorg 2015 staat dan zien we het volgende:

Artikel 10 Privacy

  1. Partijen voeren hun werkzaamheden, waaronder mede het verwerken van gegevens in het kader van de  overeenkomst, uit met inachtneming van de bij of krachtens de Wet bescherming persoonsgegevens gestelde voorschriften.
  2. Partijen treffen passende organisatorische en technische maatregelen voor het veilig kunnen uitwisselen van persoonsgegevens en vertrouwelijke informatie.
  3. De zorgaanbieder spant zich in om voor wat betreft de gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders onderling zo spoedig mogelijk gebruik te maken van het Landelijk Schakelpunt.

Het blijkt dus dat Menzis voor 2016 van geen dwang meer wil weten, terwijl dat in 2015 nog leefde.

VGZ

In de Zorgovereenkomst Huisartsgeneeskundige Zorg 2016-2017 Individueel Deel Zorgovereenkomst staat in artikel 4 onomwonden wat VGZ de huisartsen bij contract wil opleggen over het LSP. 

Aansluiting op de zorginfrastructuur van het Landelijk SchakelPunt (LSP)

Artikel 4. De huisarts werkt volgens de door de beroepsgroep gedragen standaarden inzake informatieoverdracht en communicatie en wisselt op gestandaardiseerde en beveiligde wijze gegevens uit.

VGZ stimuleert en ondersteunt de realisatie van de benodigde infrastructuur voor elektronische uitwisseling van (medische) informatie van patiënten via de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ). De huisarts spant zich in om deze informatie via elektronische weg met andere zorgaanbieders uit te wisselen.

De huisarts spant zich in om zijn patiënten in te lichten over het beschikbaar stellen van gegevens via bijvoorbeeld het LSP. Deze zogenoemde ‘opt-in regeling’ komt voort uit wetgeving ter bescherming van de privacy van de patiënt. De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) is één van de oprichters van de VZVZ. Zij hebben zich gecommitteerd aan de landelijke doelstelling.

Hiermee is zonneklaar wat VGZ met het contract beoogt ten aanzien van het LSP

Zilveren Kruis

Deze zorgverzekeraar houdt het heel algemeen in de Overeenkomst Huisartsen 2016-2017 en noemt geen LSP.

Artikel 2 Kwaliteitseisen

……..

  1. De zorgverzekeraar stimuleert en ondersteunt de realisatie van de benodigde infrastructuur  voor elektronische uitwisseling van (medische) informatie van patiënten. De contractant spant zich in om deze informatie via elektronische weg met andere zorgaanbieders uit te wisselen.

Zorg en Zekerheid

In het contract van deze zorgverzekeraar vond ik geen passage over het LSP

Nog steeds dwang

Uit het bovenstaande moge blijken dat het gros van de zorgverzekeraars willens en wetens ondanks een Tweede Kamermotie en de opmerking van de minister van VWS dat er geen dwang mag worden toegepast toch in de contracten voor het komende jaar dit toepassen. De zorgverzekeraars hebben van 2013 t/m 2015 25 miljoen euro per jaar in het LSP gestoken en zullen waar voor hun geld willen zien. Het toepassen van de dwang middels contractering is één van de twee convergerende activiteiten: het afdwingen van aansluiting op het LSP en het steeds meer stimuleren van het vragen van opt-in-toestemmingen. Wat men doet is illegaal, maar het gebeurt toch.

De minister van VWS probeert zich hier uit te draaien door te stellen dat het weliswaar niet mag maar dat zij geen invloed op de zorgverzekeraars heeft om het tegen te gaan, omdat voornoemde contracten iets zijn tussen de zorgverzekeraars en zorgaanbieders zijn.

Van de Landelijke Huisartsen Vereniging zal gezien haar opstelling in het verleden en de organisatorische betrokkenheid bij de Vereniging van Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie(VZVZ), die het LSP beheert, geen tegenactie verwacht kunnen worden. Het lijkt voor de hand liggend dat de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen weer de kat de bel aan zal binden. Zij deed het al twee keer eerder.

W.J. Jongejan