06 dec

VZVZ gaat over juridische en eigen grens bij toegang SEH-arts tot LSP

stethoscoop

Op 3 december 2015 verscheen op de website van de Vereniging van Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie(VZVZ) een bericht over het zelfstandig kunnen inzien door SEH(SpoedEisendeHulp)-artsen van medicatiegegevens via het landelijk SchakelPunt(LSP). Zowel het bestuur als de autorisatie-commissie van VZVZ zouden hun toestemming hiervoor gegeven hebben. Publicitair gezien oogt dit aardig, maar juridisch en organisatorisch is het een grensoverschrijdende daad van VZVZ. De éénmaal gegeven opt-in-toestemming van de patiënt wordt er weer verder mee opgerekt. Recent gebeurde dat ook al in de pilot in de regio Gorinchem-Drechtsteden waar VVT(Verpleging, Verzorging en Thuiszorg)- en GGZ(Geestelijke GezondheidsZorg)-instellingen toegang gaan krijgen tot medicatiegegevens van de patiënt. Zowel de rechtbank Midden-Nederland, in het vonnis in de rechtszaak van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen(VPHuisartsen) tegen VZVZ, als VZVZ zelve, deden uitspraken over het moment waarop bij uitbreiding van de LSP-functionaliteit opnieuw een verse opt-in-toestemming voor een uitbreiding gevraagd moet worden. Aan die vereisten houdt VZVZ zich meermalen niet.

Achtergrond

In de zaak van VPHuisartsen versus VZVZ is de rechtbank in haar vonnis expliciet uitgegaan van het beoordelen van de berichtenuitwisseling via het LSP zoals dat ten tijde van de rechtszaak was, namelijk de inzagemogelijkheid van huisartsen, apothekers en medisch specialisten van patiëntengegevens. Zowel in hoofdstuk 2 van het vonnis(De feiten) als in hoofdstuk 5(De beoordeling) worden die drie categorieën zo benoemd. In hoofdstuk 5 gebeurt dat in de punten 5.9, 5.15 en 5.17.

De rechtbank oordeelde dat voor die groepen zorgaanbieders de uitwisseling van medische data toelaatbaar geacht wordt. Iets wat VPHuisartsen overigens in het hoger beroep, dat op 11 september in Arnhem dient, vermoedelijk krachtig zal bestrijden.

In 5.16 stelt de rechtbank:

Gelet op het feit dat de Brochure een concrete beschrijving geeft van de omstandigheden waarvoor de toestemming geldt en de aard van de in die omstandigheden te raadplegen gegevens, is geen sprake van een algemeen akkoord voor het verzamelen van medische gegevens in verleden en toekomst, zoals VPH c.s. stelt.”

 Dit houdt in dat de rechtbank met deze woorden het berichtenverkeer tussen de drie genoemde categorieën goedkeurt en verdere uitbreidingen van de LSP-functionaliteit niet onder de initiële opt-in-toestemming vindt vallen.

Daarenboven geeft VZVZ zelf in 5.18 aan:

Het betoog van VPH c.s. dat de toestemming onvoldoende bepaald is omdat deze zich uitstrekt tot de toekomstige toepassingen van de zorginfrastructuur, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. VZVZ heeft de op dit punt geuite vrees afdoende weerlegd door er op te wijzen dat het systeem weliswaar geschikt is voor bredere toepassing, maar dat het Toestemmingsformulier slechts ziet op de in de Brochure beschreven situaties. Volgens VZVZ zal bij uitbreiding van het systeem opnieuw om toestemming worden gevraagd voor de nieuwe toepassingen.”

Expliciet geeft VZVZ hier aan bij uitbreiding van de functionaliteit van het LSP opnieuw de burger om een daar op toegesneden verse opt-in-toestemming te zullen gaan vragen.

In de eigen brochures bij het toestemmingsformulier die VZVZ uitgaf en de laatste twee jaar enkele keren wijzigde staan telkens als categorieën  alleen de huisartsen, apothekers en medische specialisten. In de VZVZ-brochure getiteld “Veilig uw medische gegevens elektronisch uitwisselen” staat in de versie van 2014:

“Als u toestemming geeft, meldt uw huisarts of apotheek de belangrijkste gegevens uit uw
dossier aan bij het LSP. Waarnemend huisartsen op de huisartsenpost kunnen die medische gegevens dan inzien. Andere apotheken en medisch specialisten in het ziekenhuis kunnen alleen uw medicatiegegevens inzien.”

 

In de versie van 2015 staat:

“Stel, ik geef toestemming. Welke zorgverleners kunnen dan mijn gegevens opvragen?
Zorgverleners in uw regio die zijn aangesloten op het LSP. Dat gaat om:
• huisartsen
• huisartsenposten (waarnemend huisartsen)
• (dienst)apotheken
• ziekenhuisapotheken
• medisch specialisten (ook buiten uw regio)”

In de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland wordt bij herhaling verwezen naar de voorlichting in de brochure van VZVZ en wordt mede daarop gebaseerd  vonnis gewezen. Het woord “SEH-arts” staat niet in de eigen opsomming van VZVZ.

Geen medisch specialist

Bij de uitbreiding naar de inzagemogelijkheid door de SEH(Spoedeisende Hulp) moet men zeer goed bedenken, dat een SEH-arts uitdrukkelijk geen medisch specialist is. De uitbreiding valt dus duidelijk niet onder de criteria van de rechtbank en VZVZ, waaronder nu wel berichten uitgewisseld mogen worden via het LSP. VZVZ weet dit zelf zeer goed, omdat het op twee plaatsen op haar website te vinden is. Ten eerste in de z.g, Factsheet GBZ-beheer voor ziekenhuizen.

Daar staat onder Beheer mandaten:

In een ziekenhuis mogen alleen medisch specialisten en apothekers via het LSP medische gegevens opvragen. Andere medewerkers mogen dit alleen onder mandaat van een specialist of apotheker. Let op: dit geldt ook voor arts-assistenten en SEH-artsen!

Daarnaast staat in het website-bericht van 3 december 2015:

“Voorheen hadden SEH-artsen ook al toegang tot het LSP, maar alleen onder mandaat van een medisch specialist.”

Wat hier gebeurt is dat VZVZ zeer bewust de functionaliteit van het LSP uitbreidt en zelf bepaalt dat zij niet onder de beoordeling van de rechtbank en onder de eerdere gedane uitspraak van haar zelf in het proces valt. Het is een vorm van powerplay, waarbij men berekenend kijkt of er op gereageerd wordt.

CIBG-UZI-register

VZVZ stelt op haar website dat de SEH-artsen bij het UZI-register, als onderdeel van het CIBG(Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg) zelfstandig een UZI-pas kunnen aanvragen om toegang te krijgen tot het LSP. Dat is zeer vreemd, omdat op de website van het UZI-register nadrukkelijk gesproken wordt van huisartsen, apothekers en medisch specialisten. SEH-artsen vallen daar als niet-specialist niet onder. Niet uitgesloten is dat het CIBG als onderdeel van het ministerie van VWS binnenskamers van hogerhand toestemming heeft gekregen om de UZI-pas aan SEH-artsen te gaan verstrekken.

Verregaande consequenties

Een UZI-pas bij de SEH-arts heeft qua autorisatie van overig SEH-personeel, zoals arts-assistenten en verpleegkundigen nogal wat consequenties. Waar eerst de SEH-arts door een specialist gemandateerd moet worden voor LSP-toegang, zou de SEH-arts nu eigenstandig voornoemd personeel kunnen machtigen tot raadpleging van medicatiegegevens via het LSP. Gezien de thans getoonde werkwijze van VZVZ is geenszins uitgesloten dat de inzagemogelijkheden via het LSP voor SEH-personeel weer verder opgerekt gaat worden. Dat men dat al duidelijk van plan is blijkt uit het volgende. In het businessplan 2013-2016 van VZVZ staat op pagina 53 dat men doormiddel van een “translatie-/transformatieservice” de professionele samenvatting om wil vormen tot een e-spoed-bericht. Dat betekent dat in de zeer korte periode dat een professionele samenvatting van een burger, afkomstig van de huisarts, onversleuteld zich tijdens het datatransport in de LSP-computer bevindt dat die samenvatting dan daar bewerkt gaat worden. Het is een proces waar de noch de eigen huisarts, noch de patiënt zelf zicht op heeft. Bewerking van data voor aankomst bij de ontvanger is uiterst ongewenst.

Grensoverschrijdend

Uit het voorgaande moge duidelijk zijn dat de geschetste ontwikkelingen die VZVZ nu initieert uiterst ongewenst zijn, inconsequent en tegen het oordeel van de Rechtbank Midden-Nederland ingaan.

VZVZ poogt grenzen, die ze zelf mede bepaalt heeft, op te rekken. Eigen beloften in een rechtszaak stellen niets voor. De argumentatie dat het bestuur en de autorisatiecommissie van VZVZ dit besloten hebben imponeert in genen dele. Men keurt het eigen vlees met op de achtergrond een ministerie dat het allemaal prima vindt. Het klinkt als: “Wij van WC-eend adviseren steeds meer het gebruik van uitsluitend WC-eend”.

W.J.Jongejan

06-12-2016. Aanvulling met verwijzingen naar brochures van VZVZ

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *